Gerard Reve - Boeken, deel twee

Boeken, deel één
 
 
 
 
1. De avonden. Een winterverhaal (1947) - 2. Werther Nieland (1949) - 3. De ondergang van de familie Boslowits (1950) - 4. The Acrobat and other stories (1956) - Vier wintervertellingen (1963) - 5. Tien vrolijke verhalen (1961) - 6. Op weg naar het einde (1963) - 7. Herfstdraden (1966) - 8. Nader tot U (1966) - 9. Vier Pleidooien (1971) - 10. De Taal der Liefde (1972) - 11. A prison song in prose (1968) - 12. Onze vrienden (1972) - 13. Lieve Jongens (1973) - 14. Lekker Kerstbrood (1973) - 15. Het Lieve Leven (1974) - 16. Ik Had Hem Lief (1975) - 17. Een circusjongen (1975) - 18. Oud en Eenzaam (1978) - 19. Een eigen huis (1979) - 20. Moeder en zoon (1980)
 
 

 
Boeken, deel twee
 
 
 
 21. De vierde man (1981) - 22. Wolf (1983) - 23. Schoon schip 1945-1984 (1984) - 24. De stille vriend (1984) - 25. Roomse heisa (1985) - 26. Commissaris Fennedy (1962) - 27. Bezorgde ouders (1988) - 28. Zondagmorgen zonder zorgen (1995) - 29. Op zoek (1995) - 30. Het boek van violet en dood (1996) -
 
 
 
 
 21. De vierde man (1981)
 
          
 
 
De ik-figuur, Reve, blijft na een lezing in Vlissingen overnachten bij de penningmeesteres van het literaire genootschap. Hij gaat, tegen zijn natuur in, ook met haar naar bed. Hij ontdekt dat zij, een weduwe, contact heeft met een knappe jongeman die hij even op het station heeft gezien en op wie hij daar al verliefd is geworden. Dat toeval is te groot en hij besluit bij haar te blijven rondhangen om de knappe jongen te ontmoeten. Met een list weet hij haar te overtuigen hem naar Vlissingen te laten komen.
Intussen ontdekt Reve dat zijn vriendin niet één maal, maar driemaal getrouwd is geweest en tenslotte komt hij erachter dat ze ook driemaal weduwe is. Reve haalt nu in zijn hoofd dat zij een heks is en dat zij alle drie deze mannen heeft vermoord (ze zijn door een ongeluk om het leven gekomen, wat je anders zou kunnen uitleggen). Hij vlucht weg uit het huis. Later belt Christine op om te vertellen dat Herman een ongeluk heeft gehad en tegen een boeg van een schip is opgereden. Het verhaal bevat visioenen die pas aan het einde volledig gesnapt kunnen worden.
 
Filmposter

 
Een angstaanjagend verhaal dat aan de basis stond van de succesvolle verfilming door Paul Verhoeven met Jeroen Krabbé, Jeroen Soutendijk en Thom Hoffman. Het is het verhaal van een schrijver die na afloop van een lezing in Vlissingen in contact komt met Christine, een vrouw die over een gevaarlijke kant blijkt te beschikken: al haar mannen tot dan toe zijn om het leven gekomen. In de eerste nacht droomt de ik-figuur over de Dood en vraagt zich af wie de vierde man zal zijn?
  
 
 22. Wolf (1983)
 
          
 
In 1983 verscheen van de hand van volksschrijver Gerard Reve, Wolf, een romantisch homoseksueel sprookje. Wolf laat zich qua thematiek vergelijken met de andere romans van Reve, maar de strekking en de toon zijn milder. Gelukkig gaan deze toon en de sprookjessfeer niet ten koste van de befaamde revistische humor. Na al die jaren nog steeds een regelrechte klassieker vol van liefde en wreedheid

Wolf, een eenvoudige, lieve dorpsjongen, trekt met auto en woonwagen de wijde wereld in om zingend en dansend zijn brood te verdienen. Dit romantische gegeven speelt zich af in een ongecompliceerde, sprookjesachtige wereld. Wolf zelf droomt er steeds van een broertje te bezitten. Deze wens naar een homofiele relatie wordt m.b.v. naïeve beelden en woorden herhaald. De taal is ouderwets en plechtstatig. Dit accentueert het tijdloze, zo men wil vervreemdende van de roman. Na de confronterende kommer en kwel literatuur van de huidige generatie tieners, kan de lezer hier een naïef, idyllisch sprookje lezen. Een zekere ironie, de trefzekere stijl en de naam Reve doen de roman nog net niet afglijden naar de sentimentele triviale lectuur.
 
 
 
 
 23. Schoon schip 1945-1984 (1984)
 
 
In de jaren 1945-1984 is veel werk van Reve gepubliceerd in dagbladen, weekbladen, tijdschriften, kleine bibliofiele edities en uitgaven in eigen beheer. In Schoon Schip 1945-1984 is dit materiaal gebundeld. Hierdoor ontstaat een veelzijdig beeld van Reve als essayist, recensent, dichter, polemist en schrijver van (al dan niet ingezonden) brieven.

 
 
 
 
 24. De stille vriend (1984)
 
              
 
In deze roman voert Reve voor het eerst sinds lange tijd een hij-verteller op, de succesvolle schrijver George Speerman die vroeger in Indië gevochten heeft. Speerman noemt zichzelf schijterig en bang als de kolere en voordat het slot van het Weesgegroet het verhaal afsluit, zegt hij: 'Neemt u mij niet kwalijk.... Maar ontfermt U toch, lieve Moeder, over iemand die U niets, helemaal niets, te vertellen heeft.' Terwijl Speerman twijfelt, schiet de schrijver Reve uit in een prachtige kleine roman vol fonkelende zinnen

In deze korte novelle beschrijft Reve zijn ontmoeting met een droomjongen, die steeds meer op een engel Gods gaat lijken en die op een geheimzinnige wijze in het leven van de schrijver opduikt en eruit verdwijnt. Aan de hand van enige andere tot zijn verbeelding sprekende jongemannen trekt de hoofdpersoon in een groot gebed tot de H. Maagd een aantal conclusies over zijn leven en de rol van de voorzienigheid. Reve is met dit boek weer terug op het van hem bekende niveau. Erotiek en religie zijn belangrijke motieven, verwoord op een wijze waarbij banaliteit en verhevenheid een zeer vruchtbaar huwelijk aangaan. De menselijke nietigheid, de illusie van de vrije wil en de goddelijkheid van de liefde vormen Reve's hoofdthema. "De stille vriend" is een goed boek, geestig en knap geschreven, vaak helderder dan Reve's vroegere werk door nog grotere trefzekerheid en toegenomen eenvoud.
 
 
 25. Roomse heisa (1985)
 
              
 
 
 
NRC-Handelsblad vaardigde Gerard Reve af als speciaal verslaggever van het bezoek van de paus aan Nederland. Dit resulteerde in een forse brief aan Rudy K(ousbroek), waarin Reve zijn voorbereiding op het gebeuren schetst, en enkele korte commentaren. Deze bijdragen zijn hier bijeengebracht. Vooral twee commentaren trokken de aandacht: een waarin de Nederlandse socialisten een heimelijke drang tot genocide op de Polen wordt toegeschreven en een waarin de leerstellige uitspraken van de paus in het perspectief van de rooms-katholieke praktijk geplaatst worden: Reve begrijpt de richtlijnen inzake bijvoorbeeld voorbehoedsmiddelen en homofilie als verwijzend naar een ideaal dat niet noodzakelijkerwijs door elke katholiek gehaald kan en moet worden. Deze visie zette hij nader uiteen bij Adriaan van Dis en vond bijval van Dr. Van Munster, de hoogste ambtenaar van de Nederlandse r.k.-provincie.

Van dat bezoek deed Gerard Reve op geheel eigen wijze verslag voor NRC Handelsblad. Zijn ‘stukjes’ werden gebundeld in Roomse Heisa.

‘Af en toe schrijf ik wel eens krasse beweringen, die niet iedereen aanstaan. Ik meen het wel wat ik dan te berde breng, en het zoude lelijker zijn als ik het niet meende. Het zijn grimmige tijden, en ik vind het niet leuk wat er allemaal in de wereld en in mijn Kerk gebeurt.’ 
 
 
 
 
 26. Commissaris Fennedy (1962)
 
 
 
Toneelstuk
Het verhaal speelt in het racistische Amerika van de jaren '30. Politieman Fennedy heeft problemen met z'n geweten over de slechte behandeling van de "negers". En hij heeft voortdurend conflicten met zijn opstandige zoon. Dan krijgt Fennedy opdracht een moord te onderzoeken op een meisje van 17. Bij haar lijk ontbreekt een witte schoen... waar is Fennedy die eerder tegengekomen?
 
 
  
 
 27. Bezorgde ouders (1988)
 
                     Parents soucieux
 
              Parents Worry
 
 
                                 
 
Bezorgde Ouders is een rijke en beklemmende roman waarin Gerard Reve dwingender dan ooit het zoeken naar de geldigheid oproept. Bezorgde Ouders gaat over verlangen, over troost en ook over wanhoop. Een nieuw en ontroerend hoogtepunt binnen het oeuvre van Gerard Reve.

De hoofdpersoon, de eenenveertigjarige drankzuchtige dichter Hugo Treger, woont samen met Eenhoorn, een achttien jaar jongere student tegenover de hoofdstedelijke dierentuin Artis. Aan de vooravond van Kerstmis wordt hij geweld door erotische fantasieën en angsten. In de hoofdpersoon herkennen we een afsplitsing van Frits van Egters, de hoofdpersoon uit De Avonden. Het is opnieuw een hard, bijna genadeloos boek, maar er valt voor de lezer, net als in De Avonden, weer veel en onbedaarlijk te lachen.
 
  
 
 
 28. Zondagmorgen zonder zorgen (1995)
 
          
 
 De auteur vertelt in dit boek zijn leven aan de hand van enkele, voor hem, belangrijke gebeurtenissen.
Het boek begint met zijn hulp aan commissaris Santers in een moordzaak op een homofiele man. Hier toonde Reve voor het eerst aan de buiten wereld zijn sympathie voor homo's.
Daarna volgt "Het rampjaar 1966". In dit jaar komt zijn eerste roman uit en wordt duidelijk voor de hele wereld dat Gerard Reve, zoals hij het zelf zegt, "wel degelijk van herenliefde was".
Daarna volgt een beschrijving van een eenmalige ontmoeting met een jonge knaap waar hij direct stapelverliefd op wordt.
Dan, in 1967, komt hij opnieuw in opspraak en wordt hij uit de literaire kringen gestoten door collega's.

Hoe hij in zijn jeugd al bijzondere interesse had voor jongens wordt duidelijk als hij vertelt over de zomerkampen in zijn jeugd.
Het boek eindigt met drie brieven naar een zekere Rudy [Kousbroek], zijn enige vriend op dat moment. Brieven die getuigen van een groot wederzijds respect en een bepaalde affectie.


 
 
               
 
 
 29. Op zoek (1995)
 
 
Uitgave van de Bijenkorf voor de Literaire Boekenmaand 1995 in maart, de aanvulling van het bekende warenhuis op de Nationale Boekenweek.
Tussen het paarse voorplat en het achterplat met een mooie portretfoto bevindt zich een kleine geschiedenis over Arthur Huisman. Hij is een onopvallende man, in de dertig en getrouwd. Zijn parapsychologische interesse voert hem naar een gehoorzaaltje, maar de lezing blijkt niet door te gaan. Wel is er een helderziende jongeman die hem een merkwaardige voorspelling doet: hij zal bedrogen worden. Diezelfde avond nog lijkt deze voorspelling bewaarheid te worden, als Huisman vanuit zijn auto getuige is van een geheimzinnig bezoek van een jongen aan zijn vrouw. Daarbij realiseert hij zich echter dat zijn gevoelens ten opzichte van de jongen allerminst die van een bedrogen echtgenoot zijn. Huismans angstvalligheid en onthutst zijn bij deze ontdekking doen sterk gedateerd aan. Ook stelt de vlakke stijl wat teleur. (Bron: Biblion recensie, Redactie)
 
 
  
 
 
 30. Het boek van violet en dood (1996)
 
     
 
 
een tekening van  Joshua Peeters
 
Het ultieme Reve-boek over het Grote Enige Thema van alle Kunst: De Dood
Het Boek van Violet en Dood was decennia lang het boek dat niet geschreven kón worden, omdat het alle andere boeken overbodig zou maken, de Bijbel en het Telefoonboek uitgezonderd. Het gedroomde boek, het ultieme boek, het mysterieuze boek. Groot was dan ook de gebeurtenis die het jaar 1994 de Nederlandse letteren uit hun winterslaap deed ontwaken: daar was de langverwachte, niet meer voor mogelijk gehouden roman dan toch. In Het Boek van Violet en Dood, een roman vol mijmeringen, fantasieën, commentaren, rêverieën en uitweidingen, snijdt Gerard Reve alle thema's aan, die hij in zijn oeuvre heeft verwerkt. Zijn geliefkoosde thema's en motieven inzake Dood en Liefde (de 'meedogenloze jongen') komen opnieuw aan de orde. In deze klassieke roman maakt Reve niet alleen zijn opvattingen over de Dood als het Enige en Grote Thema van Alle Kunst duidelijk, maar ook over literatuur en het schrijverschap.