Gerard Reve - Gedichten, citaten, uittreksels en meer.



01. Bio - 02. Boeken - 03. Citaten - 04. Gedichten - 05. Portretten - 06. Greonterp - 07. Linken -
 
 
 
 
Gerard Reve (1923-2006)
 
 
#
pasfoto 1974
 
Amsterdam 14 december 1923 - Zulte, Oost-Vlaanderen 8 april 2006

 
Gerard Kornelis van het Reve wordt op 14 december geboren te Amsterdam, als zoon van Gerard Johannes Marinus van het Reve en Janetta Jacoba Doornbusch.
Gerards oudere broer Karel (1921-1999) zou slavist en schrijver worden.
Hun vader was journalist en schrijver en jarenlang vooraanstaand lid van de Communistische Partij.
Bij het gezin woonde van 1918 tot zijn dood in 1941 Opa Kornelis Doornbusch, die gestalte zou krijgen in Reves verhaal 'De laatste jaren van mijn grootvader' (1947).
Reve, was een Nederlands schrijver en dichter.
Zijn bekendste werken zijn De Avonden (roman, 1947), Werther Nieland (novelle, 1949) en Op weg naar het einde (epistolair proza, 1963).
Samen met Harry Mulisch en Willem Frederik Hermans wordt hij tot De Grote Drie van de naoorlogse Nederlandse schrijvers gerekend.
Uitgebreide biografieën zijn te vinden bij DBNL en Wikipedia en in de trilogie van Nop Maas.
 
 
 
 
 
 02. Boeken
 
1. De avonden. Een winterverhaal (1947) - 2. Werther Nieland (1949) - 3. De ondergang van de familie Boslowits (1950) - 4. The Acrobat and other stories (1956) - Vier wintervertellingen (1963) - 5. Tien vrolijke verhalen (1961) - 6. Op weg naar het einde (1963) - 7. Herfstdraden (1966) - 8. Nader tot U (1966) - 9. Vier Pleidooien (1971) - 10. De Taal der Liefde (1972) - 11. A prison song in prose (1968) - 12. Onze vrienden (1972) - 13. Lieve Jongens (1973) - 14. Lekker Kerstbrood (1973) - 15. Het Lieve Leven (1974) - 16. Ik Had Hem Lief (1975) - 17. Een circusjongen (1975) - 18. Oud en Eenzaam (1978) - 19. Een eigen huis (1979) - 20. Moeder en zoon (1980) -
 
 
 
 
 1. De avonden. Een winterverhaal (1947)
 
          
 
De avonden is een van de belangrijkste boeken uit de Nederlandse literatuur; het is klassiek geworden als de aangrijpende beschrijving van de saaiheid die Nederland in de naoorlogse jaren beheerste. In Frits van Egters weerspiegelt zich de jeugd, die zijn leven ziet verlopen in zinloosheid, eentonigheid en eenzaamheid. humor en de hoop dat er toch een hoger en groter Iets bestaat, houden hem op de been. De geluiden van afschuw over dit boek, bijvoorbeeld door Godfried Bomans, die meende dat Reves geestelijke gezondheid 'bij een langer aanhouden van deze gesteldheid ernstig gevaar loopt', zijn inmiddels ernstig tegengesproken door de velen voor wie De avonden het mooiste boek is dat ze ooit lazen.
Het boek is verfilmd, is verschenen als beeldverhaal en is door Gerard Reve zelf voorgelezen als luisterboek. 
 


 2. Werther Nieland (1949)
 
          
 
In 'Werther Nieland' plaatst Reve de belevingswereld van een kind tegenover de onbegrijpelijke wereld van een volwassenen. De elfjarige Elmer krijgt geen grip op de werkelijkheid die hem omringt. Hij vermoedt dat er een verband bestaat tussen allerlei afzonderlijke gebeurtenissen, maar omdat hij nog onvoldoende begrip van de wereld heeft, neemt dat verband in zijn beleving de proporties van iets geheimzinnig en toverachtig aan.

 
 
 3. De ondergang van de familie Boslowits (1950)
 
          
 
 
In het beklemmende 'De Ondergang van de Familie Boslowits' is de kinderwereld tegenover de onbegrijpelijke volwassenewereld gezet. Het 7-jarige jongetje Simon is er getuige van hoe genoemde familie in de oorlog uiteenvalt en ten onder gaat. Ook in deze novelle is er de verhaaltechniek waarbij de observatie en de vermelding van suggestieve details belangrijker zijn dan enige vorm van explicitering.
Een weergaloos verhaal over de vernietiging van een joods gezin
 

 
 4. The Acrobat and other stories (1956) - Vier wintervertellingen (1963)
 
        
 
Deze bundel, die oorspronkelijk in het Engels verscheen onder de titel The acrobat and other stories (1956) en in 1963 in het Nederlands werd gepubliceerd in een ook door de auteur zeer geprezen vertaling van Hanny Michaelis, bevat de verhalen 'De acrobaat', 'De winter', 'De vakantie' en de klassiek geworden novelle 'Herfstdraden'. De hoofdfiguren uit de verhalen lijken sterk op de personages uit de De Avonden en Werther Nieland: eenzame jongens die de bedreigende werkelijkheid proberen te bezweren en die wanhopig op zoek zijn naar medestanders. Er komt zoals Reve triomfantelijk zou vaststellen, weer geen normaal mens in voor.
 

 
 5. Tien vrolijke verhalen (1961)
 
          
 
In 1961 publiceerde Gerard Reve een bundeling novellen onder de titel Tien vrolijke verhalen. Het was Reves terugkeer naar het Nederlands, nadat hij een tijd in Londen had gewoond en in de Engelse taal had geschreven en gepubliceerd. De bundel opent met een - door hemzelf geschreven - interview waarin Reve zijn ultieme visie op de literatuur geeft: 'Toergenjev is de enige die de melancholie volledig weet te overmeesteren en dienstbaar te maken. Wie daarin slaagt heeft het grootste tot stand gebracht dat een schrijver mag bereiken.'
Een aantal verhalen uit deze bundel is klassiek geworden: 'Haringgraten' geeft de verstikkende sfeer weer die Reve ervoer gedurende zijn communistische jeugd en in 'De kerstavond van zuster Magnussen' pleegt de kerstman een meedogenloze moord op een weerloze verpleegster. In Tien Vrolijke Verhalen bereikt Reve als verteller een eenzame hoogte, waar hij alleen door Tsjechov en Toergenjev gezelschap wordt gehouden.
Achter de haarfijn genoteerde realiteit van schijnbaar betrekkelijk belang doemt in deze wrang-geestig vertelde verhalen een zwaar benauwend onheil op. Zomaar vrolijk zijn de verhalen niet, alleen het eerste, over een schrijver die totaal beneveld een auditorium te woord moet staan. Soms is een schets politiek-satirisch gekleurd, b.v. ‘Haringgraten’. Verschillende verhalen hebben eenzame mensen als uitgangspunt, die tragisch hun einde vinden: ‘Brieven’, ‘Afscheid’ en, in dezelfde lijn, ‘De kerstavond’.

 
 
 6. Op weg naar het einde (1963)
 
          
 
Op weg naar het einde (1963) was van meet af aan een grandioos succes. Het boek markeert in verschillende opzichten een doorbraak in het leven en werk van Gerard Reve. Hij doorbrak er de creatieve impasse mee waarin hij toen verkeerde. De betrekkelijk toevallig gevonden vorm van de 'reisbrief' bleek bij uitstek geschikt om er zijn beschouwingen over seks, drank en de dood in te gieten. Een doorbraak was deze bundel ook omdat Reve hierin voor het eerst in trotse openheid de kwestie van de homoseksualiteit aan de orde stelt.
 
 
 
7. Herfstdraden (1966)
 
 
 
          
 
 
 
 'Kijk al dat stof eens dat naar beneden komt! Ze nemen niet eens de moeite om te kijken of iemand zijn ramen of deuren openstaan.'
Opnieuw daalde er een aantal van dezelfde grijze, dunne draden neer. John volgde ze met zijn ogen.
'Dat is geen stof, Mana, ' zei hij, scherp naar buiten turend. 'Het is dat spul dat van de bomen komt.'

G.K. Van het Reve, in Herfstdraden (ook verschenen in 4 wintervertellingen)
 
 
 
8. Nader tot U (1966)
 
          
 
Gerard Reve noemt Nader tot U de voortzetting en voltooiing van 'Op Weg naar het Einde'. Op onnavolgbare wijze weet de schrijver, inmiddels bekeerd tot het katholicisme, het aardse en het verhevene met elkaar te verbinden. God, liefde en dood vormen de enige werkelijkheid: 'En indien het waar was, dat God liefde was, dan moest dit betekenen dat wij slechts werkelijk bestonden, in zoverre we lief hadden.'
'Nader tot U' bevat, naast brieven, een afdeling 'Geestelijke liederen', die het begin markeren van Gerard Reve als dichter.
 
 
 
 9. Vier Pleidooien (1971)
 
          
 
 In deze bundel zijn vier pleidooien verzameld die Gerard Reve in de jaren zestig omwille van verschillende omstandigheden genoodzaakt zag te schrijven. De eerste twee, ''Slotwoord voor de Rechtbank'' en ''Pleitrede voor het Hof'', zijn geschreven naar aanleiding van het befaamde ezelproces en handelen dus over God.
 
 
 
 
 10. De Taal der Liefde (1972)
 
          
 
 
Tijdens een interview met Antoine Bodar leest Reve fragmenten uit De Taal der Liefde
 
 
De hoofdpersoon in De taal der liefde balanceert tussen doodsangst en doodsverlangen; door middel van magische rituelen tracht hij zich staande te houden. De schrik slaat hem om het hart bij de gedachte dat hij nooit meer tot enige creativiteit in staat zal zijn. En depressies maken hem dat inderdaad onmogelijk.

Het geloof verschaft enige troost, maar datgene wat echt helpt is hard werken: brieven schrijven en lezen. Dat wil zeggen, deze activiteiten fungeren als lapmiddel, want aan het eigenlijke werk, het schrijven van het boek dat alle boeken overbodig moet maken, komt hij niet toe.
 
 
 
 11. A prison song in prose (1968)
 
 
Een man brengt een bezoek aan een gevangenisdirecteur die hem prompt meeneemt naar de kelders alwaar hij een jonge crimineel vastgebonden heeft
 
 
 
 12. Onze vrienden (1972)
 
 
 
Onze vrienden of een uitgever in de bocht gaat over de eerste betrekking van Reve bij een fabrikant in puddingpoeder en gelei. Tijdens de oorlog, als gevolg van een gebrek aan grondstoffen, gaat de fabrikant over op de productie en verspreiding van boeken: ‘onze vrienden’. De nieuwbakken uitgever koopt oude uitgeversrestanten voor een prikje op, verandert de titel, bezorgt het een pakkende omslag, en zo is er een nieuw boek geboren.
 
   
 
 
13. Lieve Jongens (1973)
 
          
 
In 'Lieve jongens' vertelt de ik-figuur opwindende verhalen over aanbeden jongens aan zijn geliefde. Vaak zijn deze fantasieën, naast hoog romantisch, van sadomasochistische aard. Daarnaast is Reve een groot humorist, voor wie de ernst nooit kan bestaan zonder de relativering, en de humor nimmer voorkomt zonder de tragiek.
 
Dit boek is ook verfilmd

           
 
 

 
 
 14. Lekker Kerstbrood (1973) [bibliofiel 150 ex.]
 
 
 
Op een dag staat Gerard Reve in de bakkerij zijn beurt af te wachten wanneer, plots, een heftig gebrom onheil lijkt aan te kondigen.
 
 
 15. Het Lieve Leven (1974)
 
 
 
Hoe leeft een kunstenaar? In dit spannende boek, dat de sleutel vormt tot de romans 'De taal der liefde' en 'Lieve jongens', onthult de schrijver eindelijk wat tot nu toe verhuld bleef, en gunt hij ons een blik in zijn meest geheime en diepst verborgen leven. In bekentenissen aan drie kunstbroeders - aan de tragische kunstschilder Frans Pannekoek (door velen reeds 'de Van Gogh van deze tijd' genoemd ), aan de begaafde maar miskende en door een broze gezondheid gefnuikte romanschrijver Ab Visser en aan de gevierde, immer zich verjongende verhalenschrijver en levenskomiek Simon Carmiggelt - vertelt de door ontelbare vrouwen en meisjes aanbeden volksschrijver het verhaal van zijn veroveringen, nederlagen, liefdesavonturen en vernederingen, en opent hij geheel zijn zondig hart, dat rusteloos voortgejaagd wordt door zijn op personen van het eigen geslacht gerichte liefdesverlangens.

In dit derde deel van Reve's liefdestrilogie worden drie verschillende correspondenties bij elkaar gebracht. Het eerste deel bestaat uit brieven aan Bullie van der Knaak (Frans Pannekoek). Dan volgen de brieven aan Ab Visser en daarna komen er brieven aan Simon Carmiggelt die het vervolg vormen op 'De Brieven aan een Kunstbroeder' uit 'De Taal der Liefde'. Met elke correspondent heeft Reve het over de Kunst en in het bijzonder zijn Kunst.
 
Zopas verscheen het derde paneel van het drieluik dat Gerard Reve in drie jaar tijd publiceerde. Na De Taal der Liefde (1972) en Lieve Jongens (1973) mochten we nu alweer heel veel liefs lezen in Het lieve Leven (1974) LEES HIER VERDER
 
 
 
 
 16. Ik Had Hem Lief (1975)
 
          
 
De volledige, ongekuiste en onverkorte liefdesbrieven die Reve aan de door hem aanbeden Jongensprins Ernest R. schreef in het begin van de jaren zeventig. In deze brieven staat hun stormachtige verhouding gedocumenteerd. De eerste 150 pagina's bevatten louter seksuele ontboezemingen. Daarna krijgen de twee geliefden ruzie en komt hun relatie onder druk te staan. Het boek eindigt met het nawoord "Bewogen Leven" over Reves vermeende levensloop.

 
 
'Ik had hem lief' verscheen voor het eerst in 1975. Het boek bestaat uit brieven van Reve aan de kunstschilder Ernest de R. De brieven beslaan een periode van ruim anderhalf jaar. In die tijdspanne speelt zich het begin, de opgang en de neergang af van de verhouding tussen de twee kunstenaars. Hoewel er een en ander geredigeerd en veranderd is, is duidelijk dat de brieven heel dicht op de werkelijkheid zitten.
 
Indrukwekkend rijst er het beeld uit op van Reve die zwoegt aan de verbouwing van zijn Franse huizen, terwijl hij degene voor wie hij zich die inspanningen getroost steeds meer kwijt raakt

 
 
 17. Een circusjongen (1975)
 
          
 
In deze roman vertelt Gerard Reve ons alles over zijn jeugd, zijn jeugdliefdes en zijn heimelijke jeugdzondes, maar ook - voor het eerst - over de duistere misdaad die hij in zijn jonge jaren als vrachtwagenchauffeur beging en die voor immer een schaduw over zijn leven zou werpen.

Citaat:  "Ik heb nooit anders gezocht, hoe vaak ik ook ontbrand ben in het vuur van het hart - ik heb nooit, Mevrouw, nooit heb ik iets gezocht dan haar, de liefde zelve, en de liefde alleen..."
 
 
 
 18. Oud en Eenzaam (1978)
 
               
 
 
Oud en Eenzaam gaat over de onlosmakelijkheid van het heden met het verleden. In de omgeving van zijn zuid-Franse huis ziet de verteller een jongen bij een boerderij en raakt door hem geobsedeerd. 'Ik luisterde naar zijn woorden en liet de betekenis ervan tot mij doordringen, maar meer nog luisterde ik naar de raspende, overmoedige klank van zijn stem, terwijl ik steels naar zijn brute mond, zijn stugge, onverzorgde haar en zijn waakzame ogen keek. Het scheen wel, of hij geen angst kende, en boven alle leed en pijn stond.' Deze fascinatie wordt afgewisseld met herinneringen; pijnlijke maar prachtige verhalen over een verhouding met een Engelse actrice in de jaren vijftig en over belevenissen in een communistisch jeugdkamp. De hoofdpersoon tracht een verklaring te vinden voor zijn heimelijke wensen. Zijn verlangen om jongens zowel te martelen als te liefkozen ziet hij als zijn lotsbestemming. De gebeurtenissen die uiteindelijk plaatsvinden in de boerderij zetten de herinneringen van de hoofdpersoon ineens in een heel ander daglicht.
 
 
 
 19. Een eigen huis (1979)
 
         
 
 
 
 
In dit boek bundelt Gerard Reve verhalen gedichten en toespraken uit de periode 1946 tot en met 1976. De veelzijdige bundel bevat meer en minder bekend materiaal, zoals het ontroerende "De laatste jaren van mijn grootvader”, en beroemde toespraken als "Slotwoord voor de rechtbank”, en "Pleidooi voor het hof”. Veel schetsen die in dit boek gebundeld zijn beschrijven het dagelijkse leven op het platteland. Geïnspireerd door zijn verblijf in Zuid-Frankrijk gebruikt Reve een scherp oog voor tekenende details.
 
 
 
 20. Moeder en zoon (1980)
 
 
 
 
          
 
'Hoe ben jij, Gerard Reve, een man met toch een behoorlijke dosis ontwikkeling, intelligentie en gezond verstand, ooit in de Rooms-katholieke Kerk terecht gekomen en er zelfs lid van geworden?' Op deze vraag die hij zichzelf in de proloog van Moeder en zoon stelt, geeft Reve antwoord in twee min of meer parallel lopende verhalen. Het eerste is een feitelijk verslag van de in zijn jeugd steeds groter groeiende interesse in de eredienst van de katholieke kerk, die uiteindelijk leidt tot zijn toetreding tot die kerk. Volgens hemzelf was dit een onvermijdelijk proces, hoewel het haaks stond op zijn opvoeding en het Amsterdamse milieu waarin hij opgroeide. Het tweede verhaal is op een veel fictiever niveau geschreven, maar verbeeldt eveneens Reve's romantisch-decadente mythe van religie en erotiek.

 
 
 
 

 
03. Citaten
 
 
   
     
     
     
     
     
     
     
     
     
 
Theologie

God droomt ons. Als Hij straks wakker wordt
zijn wij voorgoed verdwenen.
Moet Hij gewekt, of mag Hij nog wat slapen?
Daar weet geen priester antwoord op.
 
-----
 
 Quia absurdum
 
je boek is af, je drinkt niet meer,
je hebt je rijbewijs:
wat wil je verder nog voor Godsbewijs?
 
-----
 
 
 "(..) Eigenlijk is de lichamelijke erotiek niet mijn wezenlijk probleem.
De religieuze erotiek, mijn relaatsie met God dus, daar gaat het bij mij om.
Het is een illusie, en hoogmoedig, om te denken dat wij ooit iets anders zouden kunnen zijn dan God.
Ons leven is een droom en een schaduw: Gods droom en schaduw.
Ons leven heeft geen zin in zichzelf, maar alleen als we er God in herkennen.
God wordt wakker, en het wordt licht, en wij zijn verdwenen.
Misschien zal hij ons, in Zijn onmetelijke Genade, zo kunnen doen verdwijnen, dat wij nooit bestaan hebben. (..)"
 -----
 
  Men kan in de wereld alleen iets veroveren,
indien men tegelijkertijd bereid is er afstand van te doen.

-----

Met wat ik schrijf is het precies als met het Evangelie:
men dient het ernstig te nemen, maar niet letterlijk.

-----
 
God kan niet geboren worden zonder onze medewerking,
want Hij wil, dat wij erbij zijn.

-----
 
"Eigenlijk gaan mijn boeken niet over homoseksualiteit. Ze gaan over de ontoereikendheid van de menselijke liefde.
En de totale afhankelijkheid van de mens van Gods genade.
Homoseksualiteit is net zo tragisch als alles.
En het is geen reclame."

In het verleden verklaarde Gerard Reve meermaals: 'Heimwee naar God, dat is mijn ziekte.'
Zijn verdrietige verlangen is eindelijk verhoord.
De zandloper verlopen.
'Ziet: alles keert terug tot eigen eeuwigheid.'
Het is de slotregel in de wordingsversie van het gedicht Eind Goed, Al Goed uit 1965.

...   
                                                            
Er komt een houten kruis, waarop te lezen valt:
GOD IS DE LIEFDE, verder niks.
Dan komt de harmonie, en speelt een lied,
langzaam en vroom, met veel koper.
Als er wel wolken maar geen wind is wordt de hemel
een sluier van stilte,
en daalt iets neer dat veel lijkt op geluk.
 
-----
 
Uren, en hele nachten,
wordt er over schijnproblemen gepraat,
maar als je, voorzichtig,
begint over de zin van het menselijk bestaan,
of over welke precies de relatie van de mens
tot God zou kunnen zijn,
dan schrikt opeens iedereen,
en valt er een onthutst
en medelijdend zwijgen.
 
-----
 
 Mijn tegenstanders, de aanbidders van de God van Nederland,
hebben nu eenmaal een andere God, die ik niet ken, noch wens te kennen:
de toornige, onberekenbare, maar allerminst om de tuin te leiden oude huistiran,
tegenover wie zij zich gedragen als kinderen, die zich koest houden
omdat straks, aan het eind van de dag, 'vader thuis komt'.
Ik heb al vaker gezegd, dat ik niemand dat Godsbeeld misgun,
maar erop blijf staan, desgewenst uitbeelding te geven van het mijne.

[Gerard Reve, Een eigen huis, Pleitrede voor het hof]
 
-----
 
 
04. Gedichten
 
 Reisgebed

O God.
Ik sta op het punt, op reis te gaan.
Ik weet niet, of het misschien mijn laatste reis is.
Ik wil U liefhebben.
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of
ander kwaad zal berokkenen.
Ik wil proberen niet, of veel minder, te drinken.
Ik sta voor U.
Ik weet dat ik, of ik veilig zal aankomen,
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.
Want in leven en sterven zijt Gij in mij en ben ik in U.
Ik ga nu weg.
Vaarwel, o God.


Deze proeve van een kerkelijk reisgebed stuurde Gerard Reve aan de redactie van De Nieuwe Linie, in de persoon van pater H. de Greeve (1892 - 1974)
 
-----
 
Dagsluiting

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.
------------------------------------------
uit: 'Nader tot u', "Geestelijke Liederen"
Verzamelde Gedichten, Bezige Bij 2001
 
-----
 
Ballade van het eenzame hart
 
Als je alles van je kwijt bent
En verloren hebt, voorgoed,
Weet je niet wat te beginnen,
Weet je niet meer wat je doet.
 
Ga je 's avonds, na het donker,
Maar wanhopig op bezoek,
Want alleen is 't niet te dragen,
Met die stoel leeg in de hoek.
 
Zondags ga je naar het kerkhof,
Staar je op een stomme steen;
Door de regen weer naar huis toe -
In de kamer weer alleen.
 
Soms dan denk je dat je gek wordt,
Schreeuw je het haast uit van pijn;
Nee, dat had je nooit geweten:
Wat het is alleen te zijn.
 
Maar op 't laatst dan krijg je vrede,
Want dan weet je, het is waar:
Nog een poosje, nog wat jaren,
Dan zijn wij weer bij elkaar.
 
Op de steen komt er jouw naam bij,
Alle smart is heen, voorgoed:
Daarvoor zal Hij eenmaal zorgen,
Hij Die alle dingen doet.
   
Bron: Tirade bloemlezing. Amsterdam (november 1959)
 
-----
 
Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
er rest mij niets dan duisternis en Dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet: wie Gij ook zijt,
U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.

 
 -----

Slapeloos

In de nachtwind, als ik niet slapen kan,
hoor ik de toorn en het lijden van God.
Maar boven de storm uit
hoor ik de stemmen van miljoenen zielen,
voor eeuwig verloren,
die roepen om gerechtigheid.
Wat hopen zij? Wat denken zij?
Wat denken zij van Hem?
Wat denkt Hij van Zichzelf?

(1983)
-----

Een zoeker

Ik sta op de rand der wereld
en roep: 'Waar zijt Gij?'
De echo antwoordt: ' Zijt gij? Gij?'

uit: Verzamelde Gedichten, 1986
 
-----

Roeping

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet 's avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.

-----

15 augustus 1970 (*)

Eens zal ik gaan
tot waar de Ongeschonden Roos
voor eeuwig bloeit,
en schouwen in Haar hart,
tot waar de zee van bloed
zwart wordt van diepte:
Mysterie, van Zichzelf gedragen,
dat uit Zichzelf geboren wordt.

(*) 15 augustus is de feestdag van Maria Tenhemelopneming
 
-----

Afscheid

Vergeet mij maar. Doe mij maar weg
uit Uw herinnering.
Tot eens, bij toeval nog, gij leest:
'in alle stilte plaatsgevonden',
en schudt het hoofd, en gaat Uws weegs.

-----

Hymne voor M.

Gij, Die alles weet en alles begrijpt,
ook waar Uw Zoon geen tijd voor heeft en geen geduld,
tot U, lieve Moeder, zing ik dit lied:
van U gekomen, keer ik tot U terug.
Moge het niet te lang duren voordat ik weer bij U ben.

Uit: 'Verzamelde Gedichten' 1992.
 
-----
 
Herkenning

Nu weet ik, wie gij zijt,
de Jongen die ik eenzaam zag te Woudsend en daarna,
nog op dezelfde dag, in een kafee te Heeg.
Ik hoor mijn Moeders stem.
O Dood, die Waarheid zijt: nader tot U.

-----

Treurzang op Goede Vrijdag

Gedachtig aan Uw Sterven heb ik lang gevast,
en al die tijd niet eens gedronken.
Zo zie je weer: bij God is alles mogelijk.
Maar toon mij toch, als oogst van dit rampzalig leven,
één regel, die de moeite waard en leesbaar was.

uit 'Het Zingend Hart'(1973) van Gerard Kornelis van het Reve

-----


Droom (1962)

Vannacht verscheen mij in een droomgezicht mijn oude moeder,
eindelijk eens goed gekleed:
boven het woud waarin zij met de Dood wandelde
verhief zich een sprakeloze stilte.
Ik was niet bang. Het scheen mij toe dat ze gelukkig was
en uitgerust.
Ze had kralen om die pasten bij haar jurk.

-----

Wiegelied


Ik ging nuchter naar bed, en kon niet slapen.
Toen ik tenslotte sliep, dreunde het huis
en worstelde ik met iemand.
Niet tot de ochtend: toen ik weer wakker werd,
was het nog nacht.
Ook wist ik niets meer van een zegen.

Uit: Nader tot U (1966)
Uitgever: G.A. van Oorschot

 
-----

Zonder titel

Alleen in dit huis, dat zeilt door de nacht,
Stil in de kamer, een onhoorbare wacht,
Ben ik luisterend boven en staar langs de lamp
Uit het raam van het dak; de geruisloze damp

Stijgt uit de weiden, verdrinkend het land
Aan de dijk klopt de zee, waar in schuimende rand
Hout, wier en vuil spoelt in ondiepe voren.
Ik luister. De pen krast. Ik schrijf het: verloren.

Manuscript Reve uit het archief van Hanny Michaelis.

---

Het bevel

Geef huis en dorpen aan het vuur
Het vee en koren aan de geelgelekte vlam,
Tot as verterend. Breek de dam
En laat het water vloeien, als een muur

De weg versperrend, waar zij komen:
Dat niets van onze duurgekochte grond
Hen ongeschonden toebehoort, - ver in het rond
Van horizon tot horizon de woestenij, de weggezaagde bomen -

Opdat zij weten dat ons allen liever is de dood,
De ondergang van al en allen, dan ons heilig land,
Ons kind, het liefste wezen ooit te laten in hun hand;

Laten zij weten dat de vlaggen die wij voeren rood
Van bloed, onze gelaten blinkende van moed en vaal
Van haat, dat onze vuisten ijzer zijn, en onze harten staal.

oktober 1941
Manuscript Reve uit het archief van Hanny Michaelis.
 
-----

Viens avec moi dans le vide - Kom met mij in de leegte
 
Yves Klein - Gerard Reve

    

Reve vertaalde Yves Kleins 'Viens avec moi dans le vide' (1957)


Steeds wanneer ik aan u denk
droom ik van onze vacantiedagen
toen wij, de armen  om elkaar geslagen
de wegen volgden
herinnert U zich nog
hoe ons pad steeds lichter werd
en alles begon te verdwijnen
de bomen
de bergen
de zee
en ook de bloemen
rondom ons was niets
opeens eindigt ook de weg
we staan aan het einde der wereld
zullen we teruggaan
nooit

Kom met mij in de leegte
Want U, U droomt toch ook
van de leegte, onze oneindige liefde
Ik weet dat wij zonder een woord te spreken
ons zullen storten in de afgrond
die onze liefde redt
de leegte wacht op onze liefde
zoals ik U elke dag verwacht
Kom met mij in de leegte.

 
05. Portretten.
 
Reve had een markante kop en meerdere kunstenaars hebben dat gezien en hebben graag portretten geschilderd of getekend van de schrijver. Ik heb er - via google - een aantal verzameld en maak daarmee hier een kleine expositie. Voor zover ik het kon achterhalen plaats ik naam en eventueel website van de kunstenaar onder elk van de portretten.
 
 
 
 
 
 
   
 Anneke van Brussel
  Anneke van Brussel
     
 Anneke van Brussel   Anneke van Brussel
     
 Anneke van Brussel    Annelies Hoek
     
 Arjan van Gent   Brigitta's Tekenstudio
     
 Gerrit Breteler    Gerrit Breteler
     
Ghani   Peter Donkersloot
     
 Jan van de Laar
   Siegfried Woldhek
     
 Siegfried Woldhek   Siegfried Woldhek
     
     
     
     
 
06. Greonterp 
 
 
Huize Het Gras - Schilderij: Froukje Tolsma 
 

 
 
 
07. Linken