Citaten uit het boek 'De Eeuwige Wijsheid' door Aldous Huxley.

 
 Aldous Huxley
 
 De Eeuwige Wijsheid
 Aldous Huxley
 
 
 
 
Ware religieuze en spirituele ervaring is zowel universeel als individueel. Dat is de boodschap van Aldous Huxley. Het is fascinerend te zien dat echte spiritualiteit direct tot het hart spreekt en voortkomt uit eenvoud en waardigheid. Hoe verschillend de teksten ook zijn waarop Huxley zijn betoog baseert, de spirituele essentie is in veel opzichten hetzelfde, en juist dat is wat ons raakt en ontroert. Eeuwige wijsheid is al een halve eeuw van grote invloed op het spirituele en religieuze denken in het Westen. Maar juist in onze tijd bevat Eeuwige wijsheid een essentiŽle boodschap: religie en spiritualiteit zijn niet het domein van kerken, priesters of goeroes, maar in diepste wezen menselijk en universeel.
 
Aldous Huxley (1894-1963) hield zich tijdens zijn leven diepgaand met mystiek bezig. In dit boek, daterend uit 1946, heeft hij teksten uit zeer uiteenlopende religieuze en wijsgerige tradities van Oost en West bijeengebracht en van uitvoerig persoonlijk commentaar voorzien. Het gaat hem om de 'eeuwige filosofie' die zich door alle tradities heen richt op kennis van de goddelijke werkelijkheid. Deze kennis is niet voor iedereen toegankelijk; slechts degene die aan bepaalde voorwaarden voldoet en zich spiritueel openstelt, kan rechtstreeks deelhebben aan de goddelijke realiteit. Zo iemand noemt men een 'heilige', een 'profeet', een 'wijze' of een 'verlichte'. Anderen, de spiritueel 'minder begaafden', kunnen van hun kennis en inzichten profiteren. Voor hen heeft Huxley dit omvangrijke en veelomvattende boek geschreven, waarin onder meer thema's als het wezen van God, liefde, waarheid, zelfkennis, verlossing en onsterfelijkheid aan de orde komen.

Dit boek wijkt volkomen af van alles wat Huxley tot nu toe geschreven heeft, en het moet één van zijn belangrijkste werken geacht worden.
Hij heeft er, onder verschillende hoofden gegroepeerd, in samengevat al wat de grote godsdienstige denkers en mystici van Oost en West hebben ervaren van de Goddelijke Werkelijkheid.
Het karakter van een bloemlezing is echter volkomen verdwenen, omdat Huxley al wat hij heeft aangehaald, gebruikt ter illustrering van zijn eigen belangwekkende gedachten en commentaren.
Dit boek kan men zien als een inleiding tot die Eeuwige Wijsheid die, boven geloof en ras en nationaliteit uit, door de eeuwen heen steeds door de groten van het menselijk geslacht is beleden.

Deze moderne samenvatting door een der grootste van onze thans levende schrijvers, een man die al jaren een diepe en hartstochtelijke studie heeft gemaakt van dit onderwerp, komt op het juiste moment, nu onder de druk der tijden en de gevoelde onzekerheid omtrent het bestaan, velen weer grijpen naar wat hun leven grond en zin kan geven.
Dit boek kan vele jaren een gids en leidraad zijn op dit veel betreden, maar immer nieuwe en fascinerende terrein.
 


Een verzameling van een aantal door Huxley aangehaalde en van commentaar voorziene citaten uit dit boek
 
 
 
Tijd is, wat het licht weerhoudt tot ons door te dringen. Er is voor God geen groter belemmering dan de tijd. En niet alleen de tijd, maar ook de in de tijd gelegen dingen, niet alleen deze dingen, maar ook de in de tijd bevangen genegenheden; niet alleen deze genegenheden, maar de ganse fleur en geur van de tijd.
Eckhart.

'Verheugt u de ganse tijd in Godí, zegt Paulus. Alleen hij verheugt zich de ganse tijd, die zich verheugt boven de tijd uit en van de tijd vrij. Drie dingen verhinderen de mens God te kennen. Het eerste is de tijd, het tweede is de lichamelijkheid, en het derde is de veelvuldigheid. Opdat God kan ingaan, moeten deze dingen uitgaan - tenzij ge ze op een hogere en betere manier bezit: veelheid in u samengevat tot eenheid.
Eckhart.

Als het licht helderder wordt, zien we dat we minder goed zijn dan we dachten. We zijn verbaasd over onze vroegere blindheid, als we uit ons hart een hele zwerm van schaamtevolle gevoelens voelen opkomen, als vuile slangen, die uit een verborgen grot komen gekropen. Maar we moeten er noch verbaasd, noch verontrust door zijn. We zijn niet slechter dan we waren; integendeel, we zijn beter. Maar terwijl onze fouten verminderen, wordt het licht, dat ze ons doet zien, helderder, en we worden van afschuw vervuld. Zolang er geen teken van verbetering is, zijn we onbewust van de ernst van onze ziekte, we leven in een staat van blinde verwaandheid en hardheid, ten prooi aan zelfbegoocheling. Terwijl we door de stroom worden mee gesleurd, zijn we onbewust van zijn vaart; maar wanneer we deze ook maar iets tegenhouden, wordt dit onmiddellijk merkbaar.
Fénelon

Vroom te willen zijn zonder diepe ootmoed en verzaking van de gehele wereldse aard, is het onmogelijke willen. Wie vroom wil zijn, moet allereerst nederig en zich ten volle bewust zijn van zijn eigen ellende en verlangens en 's werelds ijdelheid en dan eerst zal zijn ziel van Godsverlangen geheel vervuld worden. Een hovaardige, ijdele, of werelds ingestelde mens, kan een heel gebedenboek opzeggen, maar hij zal niet vroom zijn, want godsvrucht is de overgave van een ootmoedig hart aan God, als zijn enige vreugde.
William Law.

Zoudt ge willen weten hoe het komt, dat zoveel valse wezens in de wereld verschenen, die zichzelf en anderen met vals vuur en vals licht hebben misleid, en beweren ingevingen en openbaringen te hebben, en inzicht in het Goddelijke Leven en in het bijzonder, wonderen te kunnen verrichten waartoe ze speciaal door God waren geroepen? Dit is het: ze keerden zich tot God zonder zich van zichzelf af te keren; ze wilden in God leven zonder dat zij hun eigen aard in zich gedood hadden. Nu dient godsdienst in de handen van het Ik, of van de corrupte aard, er alleen toe om ondeugden te kweken van een erger soort, dan wanneer de menselijke aard aan zichzelf wordt overgelaten. Vandaar al die wanordelijke hartstochten van godsdienstige stervelingen, die vuriger zijn dan hartstochten die alleen met de dingen van de wereld te maken hebben; hoogmoed, zelfverheffing, haat en vervolging onder de mantel van geestelijke ijver, zullen handelingen vergoddelijken, die de aan zichzelf overgelaten natuur zich zou schamen te erkennen.
William Law.

Hoe meer God is in alle dingen, hoe meer is Hij er buiten. Hoe meer Hij is van binnen, hoe meer van buiten.
Eckhart

Hoewel GOD alomtegenwoordig is, is Hij toch voor u alleen aanwezig in het diepste en meest centrale deel van uw ziel. De gewone zintuigen kunnen God niet bevatten, of u met Hem verenigen; neen, uw innerlijke vermogens, het begrip, de wil en de herinnering, kunnen God alleen benaderen, maar ze kunnen niet Zijn woonplaats in u zijn. Er is evenwel een wortel of een diepte in u, van waaruit al deze vermogens voortkomen, als lijnen uit een centraal punt, of als takken uit de stam van een boom. Deze diepte wordt het middelpunt, de grondslag of de basis van de ziel genoemd. Deze diepte is de eenheid, de eeuwigheid - ik had bijna gezegd de oneindigheid - van uw ziel, want ze is zo oneindig, dat niets haar kan bevredigen of rust geven dan de Goddelijke oneindigheid zelf.
William Law.

Vraagt niet of het Beginsel is in dit of in dat; het is in ieder wezen. Om die reden dan ook gebruiken we aanduidingen als de Allerhoogste, universeel totaal... Het heeft zo beschikt, dat alle dingen begrensd zullen zijn, maar Zelf is het onbegrensd, oneindig. Wat de manifestatie betreft, veroorzaakt het Beginsel de opeenvolging van zijn phasen, zonder zelf deze successie te zijn. Het is de schepper van oorzaak en gevolg, maar is zelf niet oorzaak en gevolg. Het is de schepper van condensatie en dissipatie (geboorte en dood, veranderingen van omstandigheden), maar zelf is het condensatie en dissipatie niet. Alles komt uit "Het" voort en wordt er door beÔnvloed. Het is in alle dingen, maar is niet identiek aan de dingen, want het is noch onderscheiden noch begrensd.
Chuang Tzu.

Zij die nutteloos redeneren zonder de waarheid te verstaan zijn verdoold in het oerwoud van de Vijnana's (de verschillende vormen van betrekkelijke kennis); rondjachtende trachten zij hun egocentrische kijk te rechtvaardigen.
Het Zelf, dat zich in het diepste bewustzijn verwerkelijkt, openbaart zich in zijn zuiverheid; dit is de Tathagata-garbha (woordelijk: Boeddhaschoot), wat niet het gebied is van hen, die maar losweg redeneren.
Puur van nature en vrij van eindigheid en oneindigheid is de Universele Geest de reine Boeddhaschoot, die door de in gevoelens verstrikte wezens verkeerd wordt begrepen.
Lankavatara Sutra.
 
 
Eén Aard, volmaakt en aldoordringend, doorstroomt ieders aard,
Eén Werkelijkheid, alomvattend, bevat in zichzelf alle werkelijkheden,
De éne Maan weerspiegelt zich in ieder watervlak,
En alle manen in de wateren worden door de éne Maan omvat.
Het Dharma-lichaam ('t Absolute) van alle Boeddha's dringt mijn eigen wezen binnen,
En mijn eigen wezen bevindt zich in gemeenschap met het hunne. . .

Het innerlijke Licht is boven lof en blaam verheven;
Evenals de ruimte is het onbegrensd,    
Toch behoudt het zelfs hier, binnen in ons, steeds de rust en volheid.
Alleen wanneer men er achterheen jaagt verliest men het;

Ge kunt het niet vasthouden, maar evenmin kunt ge u ervan ontdoen,
En terwijl ge noch het een noch het ander doen kunt, gaat het zijn eigen gang.
Ge blijft stil en het spreekt; gij spreekt en het is stom;
De grote poort van naastenliefde staat wijd open, zonder enige belemmering.
Yung-chia T a-shih.

Ziet slechts 't Ene in alle dingen; het is het tweede, dat u op een dwaalspoor leidt.
Kabir.

Mijn Ik is God, ook erken ik geen enkel ander Ik dan mijn God zelf.
St Catherina van Genua.

Daar waar de ziel niet is naar de gelijkenis Gods, daar is ze ook aan zich≠zelf niet gelijk.  '
St Bernard.

Ik ging van God tot God, totdat zij vanuit mij tot mij riepen "0 gij Ik" !
Bqyazid van Bistun.

Om de ziel te peilen moet men ze peilen met God, want de Oorsprong van God en de Oorsprong van de ziel zijn een en de zelfde.
Eckhart.

De geest bezit God pas wezenlijk in zijn naakte natuur en zo bezit God de Geest.
Ruysbroeck.

Want hoewel zij zinkt, al maar zinkend in de eenheid van het Goddelijke, nooit bereikt zij de diepste grond.
Want het behoort tot de ware essentie van de ziel dat zij machteloos is om de diepte van haar schepper te peilen.
En hier kan men zelfs niet meer van de ziel spreken, want ze heeft haar aard verloren, ginds in de eenheid van de Goddelijke essentie. Daar wordt zij niet meer ziel genoemd, maar is zij Onmetelijk Wezen geheten.
Eckhart.

De kenner en de gekende zijn een. Eenvoudige mensen menen, dat zij God zouden kunnen zien, alsof Hij daar stond en zij hier. Dit is niet zo. God en Ik, wij zijn één in kennis.
Eckhart.

O mijn God, hoe is het toch mogelijk,
dat Gij in deze arme oude wereld zo groot zijt en toch vindt niemand U,
dat Gij zo luid roept en niemand U hoort,
dat Gij zo na zijt en niemand U voelt,
en dat Gij U geeft aan ieder en niemand Uw naam kent?
De mensen ontvluchten U en zeggen, dat ze U niet vinden;
ze keren U de rug toe en zeggen, dat ze U niet zien,
ze stoppen hun oren dicht en zeggen, dat ze U niet horen.
Hans Denk.

toen George Fox zijn eerste grote "openbaring" had en door directe ervaring wist: dat ieder mens door het Goddelijke Licht van Christus verlicht werd en ik het in allen zag schijnen. En dat zij, die er in geloofden uit de verdoemenis verlost werden en tot het Licht van het Leven kwamen en er de Kinderen van werden. En dat zij, die het haatten en er niet in geloofden er door werden veroordeeld, hoewel ze Christus beleden.- Dit zag ik, zonder de hulp van enig mens, in de zuivere Openbaringen van het Licht, noch wist ik toen, waar ik het in de Heilige Schrift vinden kon, hoewel ik later, toen ik de Heilige Schrift doorzocht, het vond.
Uit het dagboek van Fox.

't Goede behoeft niet in de ziel binnen te komen, want het is er reeds aanwezig, het wordt alleen niet beseft.
Theologia Germanica.

Wanneer de Tienduizend dingen in hun eenheid worden geschouwd, dan keren we terug naar de Oorsprong en verblijven waar we altijd zijn geweest.
Sen T'sen.

Zij die God begrijpen door middel van het Goddelijke, Licht door het Licht, zijn op weg naar de Waarheid.
Philo.

De Geliefde is alles in alles; de liefhebbende omsluiert hem slechts;
De Geliefde is alles wat leeft; de liefhebbende is slechts een dood ding.
Jalal-uddin Rumi.

Er is een geest in de ziel, onaangetast door tijd en stof, uit de Geest weg≠vloeiend, in de Geest verblijvend, zelf volkomen geestelijk. Dit is het God≠delijk Beginsel, altijd ongerept, altijd opbloeiend in heel de vreugde en glorie van Zijn wezenlijke Zelf.
Soms heb ik dit beginsel de Tabernakel van de ziel genoemd, soms een geestelijk Licht, dan weer zeg ik, het is een vonk.
Maar nu zeg ik, dat het boven dit alles meer verheven is dan de hemelen verheven zijn boven de aarde.
Nu geef ik het dus een verhevener benaming. Het IS van alle namen vrij en van alle vormen ontdaan. Het is één en on≠deelbaar, evenals God één en ondeelbaar is en het is door geen mens op enigerlei wijze waar te nemen.
Eckhart.
 
Wie is God? Ik kan geen beter antwoord bedenken dan: Hij die is. Niets is meer toepasselijk voor de eeuwigheid, die God is. Wanneer gij God goed noemt, of groot, of gezegend, of wijs, of iets dergelijks, dan ligt dat in deze woorden opgesloten, namelijk: Hij is.
St. Bernard.

Het doel van alle woorden is, de betekenis van iets duidelijk te maken. Wanneer zij gehoord worden, dienen zij de hoorder in staat te stellen de betekenis ervan te begrijpen en wel volgens de vier categorieŽn van stof, handeling, eigenschappen en verhouding. B.v. koe en paard behoren tot de categorie van de stof. Hij kookt of hij bidt behoren tot de categorie van de handeling; wit en zwart behoren tot de categorie van de eigenschappen; geld hebben of koeien bezitten behoren tot de categorie van de verhouding. Er bestaat echter geen enkele categorie van stoffelijkheid, waartoe Brahman behoort, geen algemene klasse. Het begrip God kan daarom niet worden aangeduid met woorden zoals" wezen", die in de gewone zin gebruikt, een categorie van dingen uitdrukken. Evenmin kan het worden aangeduid door eigenschappen, want het heeft geen eigenschappen, noch door handeling, want het is zonder handeling - "in rust, zonder deling of handeling" zoals de Heilige geschriften zeggen. En ook kan het niet worden aangeduid door verhouding, want het is "zonder tweede" en wordt door niets bezeten dan door zijn eigen zelf. Daarom kan het niet worden uitgedrukt in woorden of gedachten; zoals de Heilige Geschriften zeggen is het "het Ene waarvoor woorden terugdeinzen."
Shankara.

Het is uit het Naamloze dat Hemel en Aarde ontsprongen;
Het genoemde is slechts de Moeder die de tienduizend wezens grootbrengt, ieder naar zijn aard.
Waarlijk, "Alleen hij, die zich voorgoed bevrijdt van de begeerte, kan de geheime Essentie aanschouwen."
Hij die zich nooit van begeerte bevrijd heeft, kan alleen de resultaten zien.
Lao Tse.

Een van de grootste weldaden in dit tijdelijke leven aan de ziel geschonken is, dat ze in staat wordt gesteld om heel klaar te zien en heel diep te voelen, dat zij God in het geheel niet kan bevatten.
Deze zielen zijn hierin ongeveer als de heiligen in de hemel, waar zij die Hem het allerbest kennen, het duidelijkst waarnemen, dat Hij oneindig onbegrijpelijk is, want zij, die een minder klaar inzicht hebben, kunnen niet zo duidelijk bevatten, hoezeer Hij boven hun visie uitstijgt.
Johannes van het Kruis.

Toen ik uit de Godheid voortkwam in de veelvuldigheid, verkondigde alles "Er is een God" (de individuele Schepper). Dit kan mij evenwel niet zalig maken, want hierdoor beleef ik mij zelf als creatuur. Maar als de doorbraak in mij plaats grijpt, ben ik meer dan alle wezens: ik ben noch God noch creatuur, ik ben hetgeen ik was en blijven zal, nu en voor immer. Daar krijg ik een stoot, die mij boven de engelen uitdraagt. Door deze stoot word ik zo verrijkt, dat God mij niet genoeg meer is, in zoverre Hij alleen God in zijn goddelijke werken is. Maar in deze doorbraak besef ik wat God en ik gemeen hebben. Daar ben ik wat ik was. Daar neem ik noch toe noch af. Want daar ben ik het onbeweeglijke, dat alle dingen doet bewegen. Hier heeft de mens weer teruggewonnen, wat hij eeuwig is en zijn zal. Hier is God ontvangen in de Ziel.
Eckhart.

De Godheid gaf alle dingen over aan God. De Godheid is arm, naakt en leeg alsof Zij niet bestond. Zij bezit niet, wil niet, begeert niet, werkt niet, ontvangt niet. Het is God die de schat en de bruid in zich heeft. De Godheid is zo leeg alsof zij niet bestond.
Eckhart.

Openbaringen zijn vergissingen van het geloof; het zijn amusementen die de eenvoud in de verhouding tot God bederven, die de ziel bezwaren en haar van de directe verhouding tot God doen afdwalen. Ze leiden de ziel af en vervullen haar van andere dingen dan God. Bijzondere visioenen, helderhorendheid,  voorspellingen en de rest, zijn tekenen van zwakheid van een ziel, die tegen de bestorming der verleidingen niet bestand, of bezorgd is over de toekomst en het Goddelijk oordeel erover. Voorspellingen zijn ook een teken van al te menselijke nieuwsgierigheid in zielen die God met toegevendheid beschouwt en aan wie Hij enige lekkernijen geeft om hun honger te stillen, evenals een vader het zijn dwingend kind doet.
J. J. Olier.

De geringste graad van heiligende genade gaat boven het wonder uit, dat alleen bovennatuurlijk is door zijn oorzaak, door de wijze waarop het zich voordoet (quoad modum), niet door zijn innerlijke werkelijkheid; het leven, dat opnieuw in een lijk wordt teruggebracht is slechts het natuurlijke leven, inderdaad laagstaande in vergelijking met dat van de genade.
R. Garrigou-Lagrange.

Kunt ge op het water lopen? Ge bracht het dan niet verder dan een strootje.
Kunt ge vliegen door de lucht? Ge bracht het dan niet verder dan een bromvlieg.
Beheers uw hart, dan kunt ge werkelijk pas iemand worden.
Ansari van Herat.

Ondertussen smeek ik U, bij de eeuwige en onvergankelijke waarheid en bij mijn ziel, te luisteren: begrijpt het ongehoorde. God en Godheid zijn zo verschillend als hemel en aarde. De hemel is duizend mijlen boven de aarde en evenzo is de Godheid boven God. God neemt toe en neemt af.
Een ieder die dit begrijpt wens ik veel goeds toe. Maar zelfs als niemand hier aanwezig was, dan nog zou ik dit voor lege stoelen en banken hebben moeten preken.
Eckhart

Volgens ons verstand is er verschil en onderscheid tussen God en Godheid, tussen actie en rust. De vruchtbare aard van de Drie-eenheid werkt steeds in een levende verscheidenheid, maar het zonder meer Zijn van God is volgens de daarmee overeenstemmende aard een oneindige rust, van God en van al het geschapene.       
Ruysbroeck.

In de werkelijkheid, die door de mystici als eenwording ervaren wordt kan men niet meer spreken van Vader, Zoon en Heilige Geest, noch van enig wezen; maar is er slechts één Zijn, waaruit de Drie-eenheid wezenlijk bestaat. Daar waren wij allen één voor wij geschapen waren, want dit is onze diepste wezenlijkheid. Daar is de Godheid in haar puurste essentie, zonder handeling
Ruysbroeck.

Het heilig licht van het geloof is zo zuiver, dat daarmee vergeleken persoonlijke lichten onzuiverheden zijn, en zelfs gedachten over de Heilige Maagd en het zien van Jezus Christus in zijn menselijkheid, belemmeringen zijn om God in al Zijn zuiverheid te aanschouwen.
J. J. Olier.

Gij moet God liefhebben als niet-God, niet-Geest; niet-persoon, niet-beeld, maar zoals Hij is, louter als het pure, absolute Ene, ontdaan van alle dualiteit, waarin we eeuwig moeten verzinken, van het niets tot het niets.
Eckhart.

De betekenis van Brahman wordt uitgedrukt door neti neti (niet zo, niet zo); want buiten dit, waarvan men zegt het is "niet zo," is er verder niets meer. Zijn naam echter is "de Werkelijkheid van de Werkelijkheid." Dat is te zeggen, de zinnen zijn werkelijk en Brahman is hun Werkelijkheid.
Brihad Aranyaka Upanishad.

De eenvoudige, absolute en onveranderlijke mysteriŽn der goddelijke Waarheid zijn verborgen in de uiterst-lichtende duisternis van die stilte, die zich in het geheim onthult, want deze donkerte, hoewel allerdiepste duisternis zijnde, is toch van een stralende klaarheid, en hoewel buiten ons gevoel en gezichtsvermogen, vult het onze nietsziende geest met weelde van alles doordringende schoonheid. - Wij verlangen er oneindig naar in deze al doordringende duisternis te verblijven en door niet te zien en niet te weten Hem te zien, die zowel boven visie als kennis is - juist door het feit, dat wij Hem noch zien noch kennen. Want waarlijk zien en kennen, betekent Hem, die buiten en boven alle dingen is, te loven, door van alles afstand te doen. Want het lijkt enigszins op de kunst van hen die uit steen een beeld naar het leven 'houwen: waarbij zij van buiten af alles weg beitelen, wat een heldere visie op de verborgen vorm belet en waarbij zij zijn ver≠borgen schoonheid alleen onthullen door weg te nemen. Want het is, naar ik meen, gepaster Hem te prijzen door weg te nemen dan louter door Hem lof toe te zwaaien; want wij schrijven Hem eigenschappen toe, wanneer wij uitgaan van het algemene en door wat er tussen ligt afdalen tot het bijzondere. Maar omgekeerd ontnemen wij Hem alles, wanneer wij uit≠gaand van het bijzondere komen tot het algemene, zodat wij helder en klaar het ongekende leren kennen, dat verborgen is in en achter alle dingen, die gekend kunnen worden. En wij aanschouwen dan de duisternis boven en buiten het bestaan, die verborgen is achter alle natuurlijke licht.
Dionysius de Areopaag.

Maar nu vraagt ge mij, hoe ge dit naakte weten en voelen van uw eigen wezen kunt vernietigen. Want ge meent waarschijnlijk dat, indien dit vernietigd ware, ook alle andere hindernissen zouden zijn vernietigd; en indien ge zo denkt, dan denkt ge zeer juist. Maar hierop antwoord ik u en zeg u, dat zonder een volledige uitzonderlijke genade, in overvloed en vrij door God geschonken, en zonder van uw kant eveneens een volledig overeenstemmende geschiktheid om deze genade te ontvangen, dit blote weten en voelen van uw wezen in 't geheel niet vernietigd kan worden. En deze geschiktheid is niet anders dan een sterke en diepe geestelijke smart. Een ieder heeft reden tot smart; maar, in 't bijzonder, voelt hij reden tot smart, die weet en voelt, dat hij is. Alle andere smarten zijn, vergeleken met de oprechte ernst daarvan, slechts spel. Want hij alleen kan smart oprecht doorleven, die niet slechts voelt, wŗt hij is, maar dŗt hij is. En al wie nooit deze smart voelde, hij scheppe deze smart, want hij heeft voorheen nooit diepe smart gevoeld. Wanneer deze smart wordt doorgemaakt, reinigt ze de ziel, niet alleen van de zonde, maar ook van het lijden dat hij door de zonde verdiende, en ook stelt ze een ziel in de gelegenheid die vreugde te beleven, welke de mens alle weten en voelen van zijn eigen wezen ontneemt.

Deze smart, indien ze op de ware wijze wordt doorleefd, is vol van heilig verlangen, anders zou een mens ze in dit leven ook niet kunnen dragen, of verdragen. Want, indien 't niet zo ware, dat de ziel enigszins vervuld was van een, door zijn juist gedrag verkregen, welbehagen, zou hij niet in staat zijn die smart te verdragen, die hij door het weten en voelen van zijn wezen verkregen heeft. Want iedere keer, dat hij een ware kennis en ervaring van zijn God zal hebben in alle reinheid van geest (zoals 't hier mogelijk is) en hij voelt dan, dat hij toch te kort schiet - want hij voelt steeds weer zijn weten en voelen als 't ware vervuld en gevuld door een vuile, stinkende brok van zichzelf, die altijd weer moet worden gehaat, geminacht en verzaakt, indien hij Gods ware volgeling wil zijn, door Hem onderwezen in de hoogste volmaaktheid - zo vaak wordt hij zo goed als waanzinnig van smart.

Deze smart moet iedere ziel in zich voelen en doormaken (of op de ene, of op een andere manier), wanneer God zich verwaardigt zijn geestelijke volgelingen te onderwijzen, met heel zijn welwillendheid, en hun daarmee overeenstemmende lichamelijke en geestelijke geschiktheid in graad en aanleg, totdat de tijd aanbreekt, waarin zij volkomen één worden met God, in een volmaakte liefde, zoals hier bereikt kan worden, indien God u daartoe waardig acht.
De wolk van Onwetendheid.

Als er niet iets in de mens bestond, dat van het zelf verschilde, wat zou dan in hem met zelf ontkenning kunnen beginnen?
William Law.

Wat is de mens? Een engel, een dier, een leegte, een wereld, een niets, omgeven door God, arm aan God, voor God ontvankelijk, van God vervuld, als het dit wenst.
Bérulle.

Het afgescheiden creatuurlijke leven is in tegenstelling tot leven in eenheid met God, slechts een leven van begeerten, honger en behoeften en kan onmogelijk iets anders zijn. God Zelf kan niet maken dat een schepsel, dat op zichzelf staat of zijn eigen aard volgt, iets anders dan een staat van leegte is...Het hoogste leven, dat natuurlijk en menselijk is, kan hier niet bovenuit stijgen; 't kan slechts een blote mogelijkheid tot goedheid zijn en onmogelijk een goed en gelukkig leven dan door het Goddelijk Leven, dat er in verblijft en dat er één mee is. En dit nu is het tweevoudige leven, dat noodzakelijkerwijs tot vereniging moet komen, in ieder goed, volmaakt en gelukkig schepsel.
William Law.
 
De Heilige Schrift zegt over de mensen, dat er een naar buiten gekeerde en een naar binnen gekeerde mens bestaat.
Tot de naar buiten gekeerde mens behoren de dingen, die wel van de ziel afhankelijk, maar met het lichamelijke verbonden zijn en er door worden verlokt, en eveneens de samenwerkende functies van de verschillende delen, als het oog, het oor, de tong, de hand, enz. De Heilige Schrift spreekt over dit alles als over de oude mens, de vroegere mens, de uiterlijke persoon, de vijand, de dienstknecht.
In ons allen is ook de naar binnen gekeerde mens, die de Heilige Schrift de nieuwe mens noemt, de hemelse mens, de jonge persoon, de vriend, de aristocraat.
Eckhart.

Het zaad Gods is in ons. Door een verstandige en hard werkende landman zal 't gedijen en tot God opgroeien, wiens zaad het is; en overeenkomstig daarmee zullen de vruchten van Goddelijke aard zijn. De zaden van de peer groeien uit tot perenbomen, zaden van noten tot notenbomen, en de Goddelijke zaden tot God.
Eckhart.

Ik heb gemerkt, dat ik in mijn gebed mijn geest niet eenvoudig genoeg houd, dat ik steeds zelf iets doen wil, waarmee ik heel verkeerd handel.
Ik wens zeer bepaald mijn geest geheel los te maken en van dit alles af te scheiden, en deze met alle macht, zoveel als ik kan, uitsluitend op het schouwen te richten en op de Goddelijke eenheid. Door de vrees onbekwaam te zullen zijn in het gebed, en door de wens zelf iets te doen, bederf ik alles.
St. Jeanne Chantal.

Al wie God in zijn geest heeft, louter en alleen God in alle dingen, zulk een mens draagt God in zich mee tijdens al zijn werkzaamheden en waar hij ook gaat; het is God alleen die al zijn werk doet. Hij zoekt niets dan God, niets schijnt hem goed als God. Hij wordt één met God in al zijn gedachten. Evengoed als de veelheid God niet kan verstrooien, zo kan ook niets deze mens verstrooien en hem in zichzelf verdelen.
Eckhart.

Ik meen niet, dat we expres verstrooiende invloeden moeten opzoeken; de hemel beware me. Dat zou zijn: God verzoeken en gevaar uitlokken. Maar zulke afleidingen als we toevallig op onze weg ontmoeten en die we met de nodige voorzichtigheid en met vast volgehouden bid- en lees≠uren aanvaarden, zullen ten goede keren. Dikwijls zijn de dingen, die ons naar eenzaamheid doen zuchten voor onze ootmoed en zelfverzaking nuttiger dan zelfs de grootste eenzaamheid zou zijn. Soms zal een belangrijk vroom boek, een innige meditatie, een boeiend gesprek u aangenaam aandoen en veroorzaken, dat ge u over uzelf tevreden en zelfvoldaan voelt, en ge verbeeldt u dan vergevorderd te zijn op de weg naar volmaking; en door uzelf met valse begrippen te vullen, zult ge voortdurend uw hoogmoed aanwakkeren en zult ge na uw geestelijke oefeningen minder verdraagzaam zijn voor alles, wat uw wil weerstaat. Ik zou u deze eenvoudige regel willen doen volgen: zoek geen verstrooiing, maar verdraag rustig alles wat God u stuurt, zonder dat ge het zocht, zowel verstrooiingen als onderbrekingen. Het is een grote vergissing God ver weg te zoeken in dingen, die misschien geheel onbereikbaar zijn, en niet te bedenken, dat Hij in al onze dagelijkse moeilijkheden naast ons staat, zolang we nederig en moedig alles verdragen wat uit onze eigen onvolmaaktheid, en die van onze medemensen voortkomt.
Fénelon.

Bedenkt, dat uw leven een voortdurend vergaan is, en heft uw geest op tot God, vooral wanneer de klok slaat, zeggende: "God, ik aanbid uw eeuwig wezen; het verheugt mij, dat mijn wezen ieder ogenblik vergaat, zodat het ieder ogenblik uw eeuwigheid hulde betuigen kan.
J. J. Olier.

Wanneer ge alleen wandelt of waar ge ook zijt, beschouwt dan de algemene Goddelijke wil, waardoor alle werkingen van zijn genade en rechtvaardigheid worden gewild; in de hemel, op aarde, onder de aarde, en aanvaardt ze goedkeurend, en prijst en looft die wil, en hebt dan die oppermachtige wil lief, de geheel heilige, geheel rechtvaardige, geheel schone. Beziet dan Gods bijzondere wil, waardoor Hij de zijnen liefheeft, en op verschillende wijzen door ze heen werkt, door vertroosting en beproevingen. En dan zoudt ge een beetje moeten mijmeren en de verscheidenheid van vertroostingen en speciaal van beproevingen moeten betrachten, die de goeden lijden moeten; en dan zult ge met diepe deemoed deze wil goedkeurend aanvaarden, prijzen, loven en liefhebben. Beschouwt dan die wil in uw eigen persoon in al het goede en slechte dat u overkomt of zou kunnen overkomen, behalve zonde; aanvaardt dan dit alles en prijst en looft het en hebt het lief, verzekerend dat ge die almachtige wil altijd zult koesteren achten en liefhebben, en dat ge altijd aan God ondergeschikt zult zijn: en dat ge hem al het uwe geven zult, waaronder Ik ben. Eindigt met een groot vertrouwen in die wil, dat hij alles ten goede voor ons en ons geluk zal doen komen. Ik voeg hieraan toe, dat wanneer ge deze oefening twee of drie keer in de geest gedaan hebt, u haar bekorten, variŽren, en doen kunt, zoals ge het best acht, want ze zal vaak als een inspiratie in uw hart moeten opspringen.
St. FranÁois de Sales.

In het Licht verblijvend, is er geen gelegenheid om te struikelen, want alle dingen worden in het licht ontdekt. Wanneer ge ver weg wandelt is het in uw boezem aanwezig, ge behoeft niet te zeggen, kijk hier, of kijk daar; en als ge te bed ligt, is het aanwezig om u te onderwijzen en uw afgeleide geest, die ver afdwaalt, en uw verheven gedachten en voorstellingen, te beoordelen en ze ondergeschikt te maken. Want als ge uw gedachten volgt, zijt ge spoedig verloren. Door in dit licht te verblijven, zal het u al het zondige doen ontdekken en uw verderf en de gevallen staat, waarin ge verkeert. Staat dan in het licht dat u alles doet ontdekken, en beweegt u noch naar rechts noch naar links.
George Fox.