Gedichten over liefde en vriendschap

01. Maar toch - 02. De Rozen - 03. Bekentenis - 04. Vriend - 05. Zeg niet - 06. Als je - 07. Lösch mir die Augen aus - 08. Alleen - 09. Een vrouw beminnen - 10. Menslief, ik hou van je - 11. Een wezen - 12. Vriendschap - 13. Het is een wonder gebeuren - 14. Heb mij lief, gelijk ik ben - 15. Ik houd ervan - 16. Mocht je me vergeten - 17. Toen ik je nog niet had - 18. Nu dat - 19. Een jaar geleden - 20. Liedje -

 
 
01. Maar toch
 

Ontmoeting - Jan de Baat

 Kunstwerk: Ontmoeting - Jan de Baat
 

Ik weet wel dat wij nimmer
langs deze weg
elkaar nog passeren moeten.
Maar toch kom ik steeds weer langs hier
met de hoop dat wij
elkaar ontmoeten.

B. Decorte

       
02. De Rozen

 
 
Je opende de openslaande deuren:
het leek of met de rozen rond het gras
het paradijs teruggewonnen was,
alleen met nog meer kleuren en meer geuren.
Wie dit gekend heeft moet maar niet meer zeuren.
De dagen van de rozen zijn zo ras
vervlogen dat ik ze na jaren pas
weer dromen kan in geuren en in kleuren.

Door rozengeur word ik met open ogen
nog mooier dan door maneschijn bedrogen,
en snuif ik diep en doe mijn ogen dicht
dan gaat mijn neus, ontsnapt uit mijn gezicht,
de hortus op en wandelt door de tijd
een weg terug die over rozen leidt.
 
Kees Stip


03. Bekentenis

 
 
Met zoveel liefde heb 'k van je gehouden
Dat, nu ik bijna je vergeten ben
Zelfs 't zeggen van je naam mij is gebleven
Een liefkozing, waar 'k dagen op kan leven.

Slechts een herinnering is mij behouden:
Hoe op het plein, bij 't honinglied der linden
Vanuit de schaduw over witte straten
Je aan kwam lopen. Speelse zomerwinden

Sloegen de zijde van je lichte gele kleed
Tegen het ranke lichaam, en je ogen
Waren van heimwee raadselig verwijd.
Hoevele zomers zijn sindsdien vervlogen...

Met zoveel liefde heb 'k van je gehouden
Dat, nu ik bijna je vergeten ben
't Een liefkozing der lippen is gebleven
Je naam te zeggen als ik eenzaam ben.

Hans Warren (geb. 1921)
Uit: Pastorale - Uitg. A.A.M.Stols, 's-Gravenhage, 1946


       

04. Vriend       

 
 
Vriend, bedenk waarover wij te zamen spraken.
Was het de moeite waard, de stilte te verbreken,
om elkaar van dergelijke nietigheden deelgenoot te
maken?

Zo kwetteren toch twee vogels met elkander,
terwijl de stroom, zonder zijn strenge loop te
onderbreken, zijn golven ruisend zeewaarts voert,
de ene na de ander.

Ontwaakt in u niet een gevoel van leegheid,
wanneer gij nagaat hoe op deze wijze, jaar na jaar,
niets dan gezwets uit u en uit de ander
voort zal komen,

terwijl inmiddels naar de schoot der Godheid,
naar oceanen van de Wijsheid, wateren zó klaar,
dat zij de sterren spiegelen, rusteloos en machtig
stromen?


Christian Morgenstern

 

05. Zeg niet    

 
 
zeg niet dat je me liefhebt
woorden zijn broos en klein
liefde is niet in woorden
liefde is enkel zijn
liefde is handen omsloten
volgen een levenslijn
liefde is samen dragen
het eigen eenzaam zijn
zeg niet dat je me liefhebt
al die woorden doen me pijn
nooit is liefde in woorden
liefde is enkel zijn.

Toon Hermans

       
06. Als je
 

 
Als je zoveel om iemand gaf
Dat je alles wat je had
Je huis en je hele boel
Daarvoor zou willen geven
Dan werd je alleen maar veracht.

Toch is het een gevoel
Dat inslaat als een flits
Een brand vlamt door je heen
En er is geen rivier
Geen water in de wereld
Dat zulke vlammen blust

Houd me dicht tegen je aan
Als een band om je arm
Als een hanger op je hart
Want sterk als de dood
Is de liefde, en afgunst
Zo diep als het graf

Judith Herzberg, 27 Liefdesliedjes, Uitgeverij De Harmonie, Amsterdam, 1971



07. Lösch mir die Augen aus - Rainer Maria Rilke
 


Lösch mir die Augen aus: ich kann dich sehn,
wirf mir die Ohren zu: ich kann dich hören,
und ohne Füße kann ich zu dir gehn,
und ohne Mund noch kann ich dich beschwören.

Brich mir die Arme ab, ich fasse dich
mit meinem Herzen wie mit einer Hand,
halt mir das Herz zu, und mein Hirn wird schlagen,
und wirfst du in mein Hirn den Brand,
so werd ich dich auf meinem Blute tragen.

Sommer/Herbst 1899

mijn vertaling:

Ruk mij de ogen uit, ik kan je zien.
Stop mij de oren dicht, ik kan je horen.
Zelfs zonder voeten kan ik naar jou komen.
en zonder mond kan ik je toch nog smeken.

Breek me de armen af, ik grijp je vast
met mijn hart als met een hand,
Wurg je mijn hart, dan zullen mijn hersens slagen.
En sticht je brand in mijn schedel
dan zal ik je dragen op mijn bloed
       

08. Alleen

Alleen zijn betekent niet eenzaam,
Alleen zijn geldt niet als een straf.
Alleen zijn met mooie gedachten,
Gedachten neemt niemand je af.

Alleen zijn met dierbare doden,
Alleen met de herinnering
Aan tijden die lang reeds vervlogen,
Aan alles wat kwam en wat ging.

Alleen, ongestoord in je kamer,
De dingen vertrouwd om je heen,
Een rustig en zuiver geweten,
Dan ben je gelukkig, alleen.

Wie zo het alleen zijn kan dragen,
Wie zo zich verzoent met zijn lot,
Die spreekt niet van eenzame dagen,
Die leeft in vertrouwen op God.

auteur mij niet bekend
 


09. Een vrouw beminnen

 
 
Een vrouw beminnen is de dood ontkomen,
weggerukt worden uit dit aards bestaan,
als bliksems in elkanders zielen slaan,
te zamen liggen, luisteren en dromen,
meewiegen met de nachtelijke bomen,
elkander kussen en elkander slaan,
elkaar een oogwenk naar het leven staan,
ondergaan en verwonderd boven komen.

'Slaap je al?' vraag ik, maar zij antwoordt niet;
woordeloos liggen we aan elkaar te denken:
twee zielen tot de rand toe vol verdriet.

Ver weg de wereld, die ons niet kan krenken,
vlak bij de sterren, die betoovrend wenken,
't is of ik dood ben en haar achterliet.

Ed Hoornik
Honderd gedichten van honderd dichters, verzameld door Hans van Straten (1958)




10. Menslief, ik hou van je
 


Een vreemde blijde boodschap!
Of is het een illusie, een utopie?

Ik geloof in een nieuwe lente over de wereld,
als iedere soldaat, overal waar gevochten wordt,
zijn wapen in de grond steekt
en naar de zichtbare of onzichtbare vijand
zal roepen:
'Menslief, ik hou van je!'
Ik zal je niet doden
Ik zal je geen kwaad doen!

Ik geloof in een massa nieuwe kansen,
als de rijke, zich schamend over zijn rijkdom,
zal afstand doen van macht en bezit
en naar de arme zal gaan
met de woorden:
'Menslief, ik hou van je!'
Vergeef me, ik nam teveel voor mezelf!
Ik zal aan jouw tafel gaan zitten
met hetzelfde brood
en met bloemen van vrede, in de zon!

Ik geloof in het wonder
als in ieder huis, in iedere straat, in elke stad,
de een tegen de ander zal zeggen:
'Menslief, ik hou van je!'
Ik zal alle bittere woorden
uit mijn mond nemen,
mijn hart vullen met tederheid
en mijn handen met de gave van de vriendschap.

'Menslief, ik hou van je!'
Zeg het voort, met of zonder woorden.
Zeg het met een glimlach,
met een gebaar van verzoening,
met een handdruk,
met een woord van waardering,
met een klop op de schouder,
met een spontane omhelzing,
met een kus,
met een ster in je ogen!
Zeg het voort met duizend kleine attenties
elke dag opnieuw:
'Menslief, ik hou van je!'

Phil Bosmans.
 
 
11. Een wezen

Ik wist wel, dat éénmaal mijn leven,
Dat naast Uw leven zich ontspon,
Zich tot één leven saam zou weven,
Dat niemand ooit weer scheiden kon.

Maar dat het zoo volmaakt zou wezen
Ineengevloeid als thans geschiedt,
Twee wezens in één zelfde Wezen,
Dát droomde ik wel, maar wist ik niet....

Frans Bastiaanse
 

12. Vriendschap

Vriend,
als je lacht,
lacht mijn hart,
en de vreugde verheft haar toorts,
onze straat is een lachende dag!
0, dat wij voor elkaar JIJ zijn,
dat wij dit jij
in ons hart mogen dragen,
dat is het, wat ons verenigt.

 
Weliswaar bouwt zich soms een tempel van stilte
en hullen de bergen der eenzaamheid zich om ons heen
O,
diep in zichzelf is iedereen alleen.
Maar het lachen spant bogen van mij naar jou,
en de deuren staan ver open naar de tempel van de ziel.
Heilig
is de mens!
Knielen moeten we beide voor het leed,
verheffen moet ons de vreugde,
wij schenken elkander het ik en het jij ­
eeuwig schijnt ons dat woord:
MENS.

Altijd
kunnen we gelukkig zijn.

Kurt Heynicke


13. Het is een wonder gebeuren

Het is een wonder gebeuren
wanneer mensen elkaar echt ontmoeten.
Ze gaan bij elkaar binnen
En voelen zich
als bij zichzelve thuis.

Ze onthalen elkaar als vrienden
en dŕt is heel wat!

Kijk, denken ze, ik werd verwacht…
Dat kun je aan duizenden dingen
voelen en zien.

Het is er glashelder heerlijk,
en zonovergoten goed.
Geestrijk is de drank
van het gesprek.

De eenvoud smaakt
als volkorenbrood
En ze drinken begrip
uit kroezen vol attentie.
Hartelijkheid bloeit
in elk gebaar.
Men is gewoon
echt gelukkig bij elkaar.

Wanneer ze afscheid nemen,
verlaten ze wel elkaar,
Maar laten elkander
niet alleen.

Het is een wonder
als mensen elkander
écht ontmoeten.

Ward Bruyninckx

 

14. Heb mij lief, gelijk ik ben


Ik zou tot al mijn vrienden willen gaan
- Ook wel tot hen, die niet mijn vrienden zijn -
En vragen: Heb mij lief, gelijk ik ben
En stel aan mij geen eischen. Zie, ik kan
Niet onderhoudend praten, niet gevat
Of geestig zijn, en niet vertrouwelijk
Vertellen van mij zelf of van mijn ziel...

Wat zouden we ons vermoeien voor elkaar?

Laat mij maar zwijgend naast u zitten, stil
Verdiept in eigen werk, eigen gedachten.
Of- als gij praten wilt -spreek gij tot mij.
Ik zal wel luistren, als gij vriendelijk
Met lichten kout mij onderhouden wilt,
Wel lachen om de grappen, die ge zegt,
Wel ernstig kijken, als ge hoog, of diep,
Of ijdel praat van al te diepe dingen...

Maar, als ik dan zoo zwijgend zit, en luister
Naar uw gesprek- of naar het klokgetik-
Of 'k laat de stilte ruischen om ons heen,
-Die ruischt zoo prettig, als de menschen zwijgen-
Als 'k mij dan blij in uw nabijheid voel,
Dan zou ik willen vragen, en de stilte
-Of ons gesprek -verbreken met mijn vraag:
"Zeg, zijt ge ook blij, dat ik naast u zit?"

Spraakt gij dan "Ja", dan zei ik zacht: "Ik ook"...

En dat was alles, wat ik weten wou
En al, wat gij van mij behoeft te weten.

Jacqueline van der Waals
Uit: Nieuwe Verzen, uitg. Callenbach (1909)



15. Ik houd ervan

Ik houd ervan wanneer je zwijgt, dan is het net of je afwezig bent
en mij hoort uit de verte, en mijn stem raakt je niet aan.
Dan lijkt het of je ogen weggevlogen zijn
En of een kus je mond verzegeld heeft.

Omdat alle dingen zijn vervuld van mijn ziel,
Doem jij op uit de dingen, van mijn ziel vervuld.
Als vlinder van droomstof lijk je op mijn ziel
en lijk je op het woord ‘melancholie’.

Ik houd ervan wanneer je zwijgt en als op afstand bent.
Dan is het net of je klaagt, een kirrende vlinder.
En je hoort me uit de verte, en mijn stem bereikt je niet:
sta mij toe te zwijgen met jouw stilte.

Sta mij toe om ook tot je te spreken met je stilte,
helder als een lamp, eenvoudig als een ring.
Jij bent de nacht, verstild, bezaaid met sterren.
Jouw stilte lijkt van ster, zo ver en ongekunsteld.

Ik houd ervan wanneer je zwijgt, dan is het net of je afwezig bent.
Afstandelijk en smartelijk alsof je was gestorven.
Dan reikt één enkel woord, één glimlach.
En ik ben blij, blij dat het niet zo is.


Uit: De mooiste van Neruda
oorspronkelijk uit: Twintig liefdesgedichten en een wanhoopslied
Bert Bakker, Amsterdam 1997


 

16. Mocht je me vergeten

Mocht je me vergeten
wil ik dat
je één ding weet:

Als ik kijk naar de kristalmaan,
de rode tak van trage herfst
bij mijn raam,
als ik, bij het vuur gezeten,
de ongrijpbare as neem
of rimpelig lijf van brandhout,
weet je,
dat alles mij tot jou voert,
alsof alles wat bestaat,
geuren, licht, metalen,
scheepjes zijn die varen
naar jou eilanden
die me verwachten.

Welnu dan,
als beetje bij beetje
jouw liefde voor mij minder wordt,
zal beetje bij beetje
mijn liefde voor jou minder worden.

Als je me plotseling vergeet,
zoek me niet,
want ik zal je reeds vergeten zijn.

Als je de wind van vlaggen
die door mijn leven waait
waanzinnig en lang vindt,
en je besluit
me aan de oever te laten
van het hart waarin ik wortel
bedenk
dat op die dag, op dat uur,
ik mijn armen op zal heffen,
dat mijn wortels naar buiten komen
om ŕndere grond te zoeken.

Maar als je dag na dag,
uur na uur, voelt
- onverzoenlijk lief -
dat je voor mij bestemd bent,
als, dag na dag, een bloem
aan je lippen ontstijgt
om mij te zoeken,
ach dan, allerliefste,
komt dat vuur weer in mij op,
in mij blust niets
of wordt vergeten,
mijn liefde voedt zich
aan jouw liefde:

zolang je leeft
zal mijn liefde
in jouw armen zijn
zonder mijn armen
te verlaten.

Neruda


17. Toen ik je nog niet had

Toen ik je nog niet had
Hield ik van de natuur zoals een kalme monnik houdt van Christus...
Nu houd ik van de natuur
Zoals een kalme monnik van de Maagd Maria houdt,
Religieus, op mijn manier, als vroeger,
Maar op andere, meer ontroerde en meer nabije wijze.
Ik zie de rivieren beter als ik met jou door de velden ga
Tot aan de oever der rivieren;
Naast jou zittend, kijkend naar de wolken,
Kijk ik beter naar de wolken...
Jij hebt de natuur mij niet ontnomen...
Jij hebt de natuur voor mij in niets veranderd...
Jij hebt de natuur heel dicht bij mij gebracht.
Omdat jij bestaat zie ik haar beter, maar als natuur dezelfde,
Omdat jij mij liefhebt, heb ik haar net zo lief, maar meer,
Omdat jij mij kiest om je te hebben en lief te hebben,
Hebben mijn ogen haar langer aanschouwd
En boven alle dingen.

Ik heb geen spijt van wie ik vroeger was
Omdat ik die nog ben.
Ik heb slechts spijt je vroeger niet te hebben liefgehad.


Fernando Pessoa
uit: De hoeder van de kudden,
vertaald door August Willemsen,
De Arbeiderspers 2003


 
18. Nu dat

Nu dat ik liefde voel
Hecht ik belang aan geuren.
Nooit eerder hechtte ik belang aan 't geuren van een bloem.
Maar nu ruik ik de geur van bloemen alsof ik iets nieuws zag.
Ik weet wel dat ze geurden, zoals ik weet dat ik bestond.
Dat zijn de dingen die men weet van buiten.
Maar nu weet ik het met de adem van achter in mijn hoofd.
Nu smaken mij de bloemen op papillen waarmee men ruikt.
Nu word ik wakker, soms, en ruik nog voordat ik zie.


Fernando Pessoa
(Alberto Caeiro in de cyclus: De herder verliefd)
uit: Alberto Caeiro [Fernando Pessoa],
De hoeder van de kudden, August Willemsen,
De Arbeiderspers 2003


 
19. Een jaar geleden

Nu het een jaar geleden is
dat wij voorgoed met elkaar braken
moet ik er werkelijk voor waken
dat ik je niet voortdurend mis.

Het was als ik me niet vergis
wel beter om een aantal zaken
maar dat het mij nog droef kan maken
stemt op zichzelf tot droefenis.

Ach, elke liefde eist een tol
en wat het ons ook heeft gekost,
van terugbetalen was geen sprake:

it's better to have loved and lost
than never to have loved at all.
Ik hield ervan je aan te raken.


J.P. Rawie (uit Verzamelde werken 2004)


20. Liedje.

Een dag zonder jou
is een tuin zonder bloemen,
een dag zonder jou
kun je geen dag meer noemen,
een dag zonder jou
is een dag zonder licht
en dáárom is zo’n dag
geen gezicht.

Het huis is leeg en koud
als ik je stem niet hoor,
de tafels, de stoelen en het bed,
het stelt geen moer meer voor,
een boom zonder takken,
’n hemel zonder blauw,
m’n lief, dat is een dag
zonder jou.

Toon Hermans