Mooie plekjes in Friesland - Hindeloopen en Stavoren

 
>>> Naar Stavoren >>>
 
 
 Hindeloopen (Fries: Hylpen)
 
 
 
 
 
Hindeloopen kreeg in 1225 stadsrechten en is een van de Friese elf steden. Hoewel het geen haven had maar slechts een rede in de Zuiderzee, was Hindeloopen lange tijd een belangrijke Hanzestad en vissersplaats. De vissersschepen droegen de lettercode HI. De grote bloeiperiode van het stadje lag tussen 1650 en 1790, toen Hindeloopen een grote vloot bezat van ruim tachtig schepen. Aan de kapitale 17e en 18e eeuwse kapiteinshuizen is nog te zien hoe rijk de Hindeloopers (FR. Hielpers) waren.

Hindeloopen vormde een zelfstandige gemeente, tot het in 1984 samen met Workum, Stavoren en een groot deel van Hemelumer Oldeferd opging in de nieuwe gemeente Nijefurd.

Toen ik in Hindeloopen aankwam dacht ik even dat de tijd had stil gestaan. Huisjes die zó konden zijn weggelopen uit de middeleeuwen, straten die nauwelijks breed genoeg zijn om één auto door te laten, een dijk vol schapen en lammetjes en boven alles uit, een prachtige oude kerktoren. En overal de geur van vers gebakken vis en masten van zeilbootjes aan de einder. En achter de dijk: het in de zon glinsterende IJsselmeer.

Voor ik aan mijn wandeling door het stadje begon bracht ik eerst een bezoek aan het Hidde Nijland museum waar ik na een zeer vriendelijke ontvangst kon kennismaken met de Hindelooper klederdracht, scheepvaarthistorie en de zeer typische meubel- en schilderkunst.
 
 
 
 
   
   
   
   
   
   
   
 
 
Het Hindelooper Fries, het Hylpers, is totaal afwijkend van het gewone Fries omdat men de middeleeuwse spelling van de klinkers bewaard heeft. Ter illustratie, deze ‘overdenking op een nieuwjaarsdag’.

 

OERTIINKING OP EN NIEJEÉRSDEI.

 
Et iis en aald gebroek ,
Biikend bii vuele minsken ,
Dot men op dizze dei
Enkenn oerstroomt mei winsken.

En dot wol aldermest
Oer 't libjen en oer 't sterwen ,
En om eés nei de daa
De hiimel to biierwen.

'k Heb op die dei wol toat:
As 'k mii zem naat misleid,
Den wordt die heilge winsk
Mar oenbiitoat vaaik zeid.

'k Toat jester iin mii zem:
Gaauw iis 't jeér wor vorvliind,
Ho iis 't mei mii gesteld?
Ho heb iik mii gedriind?

Weér 'k altiid iin miin dwaan
Oon wet en pligt getrouw?
En as iik erris vaal,
Heéb 'k den oprogt biirouw?

'k Loai op de moend miin haand;
'k Toat bii mii zem, 0 God!
Waes mii genadig, Heer!
lik saet wor vier to kort.

Het strofle iik iin dit jeér
Wor vaaik, iin vuele diingen;
Toch bleeuwen Jii zo goo
Mii zegen to to briingen.

Dae roapt' 'k miin Schepper oon,
Dot Hii mii krachten joog,
Dot 'k mii iin 't nieje jeér
Hir better iin gedroog.

Schiink mii Jiin heilge Geest,
Dot dii mii daaigliks leid',
En iik voar daa en grof
Mii altiid viind biireid.

En as iik, grate God!
Vorschiin op de oordeelsdei ,
Dot 'k den, om Jezus woll'.
Genade viinde mei!

Bron: Taalproeven van Hindeloopen – 1855  (te koop in het museum)
 
 
 
 
Na het bezoek aan het museum heb ik zomaar wat door het stadje geslenterd en heb ik me laten verrassen door alle moois wat ik onderweg te zien kreeg. Wandel je mee? Ik keer hier zeker nog eens een keer terug in een ander seizoen.
 
 
 
   
   
   
   
   
   
   
 
Toen ik naar mijn auto terug wandelde, die ergens bij de dijk geparkeerd stond, vond ik als kers op de taart nog een tweedehands boekenwinkeltje. Daar kon ik natuurlijk niet voorbij lopen zonder eerst wat rond te neuzen. Ik werd er ontvangen door het prototype van een ware boekenliefhebber. Dat klikte meteen en dus was ik er de eerste tien minuten niet weer buiten. Met twee nieuwe aanwinsten ben ik na een mooie middag weer huiswaarts gereden....
 
 
 
Oant Sjen, Hylper. 
 
 
 
 
 
Stavoren (Fries: Starum, Staveren)
 
 
# 
 

 
 
 
 
Stavoren (voorheen Staveren) is de oudste van de Friese elf steden. De plaats is rond het jaar 900 ontstaan langs een waterloop en kreeg in 1118 stadsrechten van keizer Hendrik V. Het was een belangrijke handelsstad. De grootschippers en kooplieden onderhielden belangrijke handelsrelaties met de landen rond de Oostzee. In 1385 werd Stavoren lid van de Hanze. De schippers uit Stavoren genoten bij passage van de Sont een oud voorrecht; bij de tolheffing werd hen voorrang verleend wat een flinke tijdwinst opleverde. Bij de Oostzeehandel speelde de Amsterdamse haven een belangrijke rol. Holland was met een snel groeiende bevolking voor de voedselvoorziening aangewezen op graanimporten uit de Oostzeelanden. De schippers uit Friesland waren voor Holland om die reden van levensbelang. Bij oorlogen tussen Holland en Friesland koos Stavoren dan ook dikwijls partij voor Holland. Echter niet bij de slag bij Warns dat ook wel aangeduid wordt als de slag bij Stavoren.

Aan het einde van de Middeleeuwen raakte het stadje in verval. De haven verzandde en bij de graanhandel speelde Stavoren geen rol van betekenis meer. Op dit feit is het verhaal Het Vrouwtje van Stavoren gebaseerd...

Bron: Wikepedia
 
 Het vrouwtje van Stavoren.
 
            
 
 
 
 
Der wie in skatrike widdou, dy wenne yn Stavoren. Sy hie allegear skippen op sé dy't nei fiere lannen farden om dêr handel to driuwen.
Op in kear sei se tsjin ien fan 'e skippers: "Nou mast foar my it allermoaiste meinimme hwat der mar to krijen is."
Nei in lange reis komt dy skipper werom. Hy hat it skip fol rogge.
Dûm wie de widdou fan lilkens. Sy sei tsjin 'e skipper: "Hoe krigestû dit yn 'e kop, dat dit it moaiste ter wereld is?"
Doe frege se: "Hoe hast it ynladen? Yn bakboard?"
"Yn bakboard", sei de skipper.
"Yn bakboard is 't der ynkommen," sei se, "yn stuerboard mat it der wer útgoaid wurde. Yn sé."
Dat gebeurde.
Der stie in âlde grijsaard. Dy seach dat. Hy sei tsjin har:
"Eenmaal zult ge nog arm worden."
"Man," sei se tsjin 'e âlde grijsaard: "Gean fuort. Ik kin net wer earm wurde."
Sy krige har gouden ring fan 'e finger en dy goaide se yn 'e sé.
"Sa min as ik oait dy ring wer krij," sei se, "sil ik net earm wurde."
Fjirtsjin dagen letter komt der in fiskkoopman yn 'e stêd. De widdou keapet fisk. En doe't se de earste fisk iepensnie wurdt se sa kjel, dat sy falt achteroer. Hwant dêr sjocht se de gouden ring. De fisk hie him opslokt.
Dan komme der hevige stoarmen mei tonger en wjerljocht. Al har skippen op sé forgeane.
Stikken diken slagge wei. Al har rykdom forliest se oan 'e sé. Sy moest har op 't lêst noch mei de bedelaarshân rêdde. Men kin nou noch altyd sjen hwer't it skip mei rogge lege is. Dêr waechse alle jierren noch ieren, mar der sitte gjin kerrels yn.


***

Een schatrijke weduwe uit Stavoren geeft haar schipper de opdracht om voor haar het kostbaarste op aarde te vinden en mee te nemen naar Stavoren, opdat zij nog meer rijkdom en aanzien zou verwerven. Na een lange zoektocht vind de schipper uiteindelijk de kostbaarste schat op aarde in Danzig. Mooie, roodbruin-glanzende tarwe. Hij laat zijn schip vol laden en gaat terug naar Stavoren. Maar de Vrouwe is niet blij. Tarwe? Daar kan ze niets mee. Zij geeft de schipper de opdracht om de tarwe overboord te gooien, maar wordt onderbroken door een oude bedelaar, die vraagt of ze de tarwe dan niet aan de armen kan schenken. De Vrouwe weigert en de tarwe gaat overboord. De bedelaar voorspelt dat eens, net als de mensen die op de kade de Vrouwe toejuichen, ook zij rond zal gaan als een bedelaar. Daarop gooit de Vrouwe een kostbare ring in het water met de woorden: "Eer keert deze ring uit zee in mijn hand terug, dan dat een woord van jouw profetie waar wordt!" Het tegendeel is echter waar, de ring keert terug en de Vrouwe wordt bedelares. De plaats waar de tarwe in zee was gegooid groeit uit tot een zandbank, die de schepen van de rijke kooplui blokkeert. Op de zandbank groeit de tarwe, maar deze tarwe is korrelloos. Binnen enkele jaren is glorie van de stad Stavoren vergaan.
 
 
 
Het vrouwtje van Stavoren

Hoort vrienden hoort een lied
Wat duidelijk zal verklaren
Wat eenmaal is geschied
Voor meer dan duizend jaren
Toen 't oud en grijs Stavoren
Nog bloeide op Frieschlands grond
En van zijn macht deed hooren
Door heel 't wereldrond

Daar in die rijke stad
Die 's jaarlijks duizend scheepen
Belaan met 's werelds schat
Haar haven in zag sleepen
Daar leefde in roem en eere
Een rijk weduw vrouw
Wier voorbeeld ons steeds leere
Hoe hoogmoed brengt en rouw

Geen ijzer neen maar goud
Zoo sprak zij siert mijn woning
En 't huis voor haar gebouwd
Scheen 't woonhuis van een koning
't Was al wat de oogen zagen
Vol vorstelijke praal
En hoeft men meer te vragen
De stoep was van metaal

De leuning was zeer schoon
Uit louter goud gedreven
De deurknop scheen een troon
Met paarlen als omgeven
En breede zilveren platen
Geklonken aan de grond
Bedekten al haar straten
Zoover haar woning stond

Daar treed een zeekaptein
Haar bij de haven tegen
Wat sprak zij zal het zijn
Wat schoons heb gij verkregen
Wat heerlijks brengt gij mede
Uit Oostzee gebied
U schip lig in de reede
Maar hoe hij antwoord niet

'k heb immers u belast
het kostelijke in te laden
wat rond te Oostzee wast
en 't oog hier kon verzaden
wie zich aan prijs mocht storen
'k Vraag nimmer naar het geld
Hoe de Weduwe va Stavoren
Zij  niet teleur gesteld

'k Bracht tarwe naar u zin
Als edelst wat wij vonden
Aan stuurboord kwam het in
Zooveel wij laden konden
Hoe gilt zij dol van zinnen
Hoe tarwe lage guit (…?…)
Bracht gij ze aan stuurboord binnen
Zoo werpe ze aan bakboord uit

Helaas dat heerlijk graan
Werd in de vloed geworpen
Een grijsaard zag het aan
Uit een der naaste dorpen
Beef zij hij o beef o vrouwe
Misschien lijd gij een gebrek
Dat nooit dit steek zo rouwe (…?…)
Zwijg sprak zij gij grijze gek

Ze lachte en greep een ring
En wierp met luid gesnater
Terwijl zij henen ging
Hem weg in 't woelende water
Kijk riep ze dwaze kerel
Als geeft de zee weerom
Deeze schoone ring met paarlen
Als ik tot armoe kom

Het duurde een dag of acht
Toen werd op haar verlangen
Een groote visch gebracht
Zoo pas uit zee gevangen
Maar sidderend zonk zij neder
Want reeds bij de eerste snee
vond zij de ring hier weder
Geworpen in de zee

Daar kwam een dienstknecht an
Uw scheepen zijn verloren
De zee zwolg alles in
Gods wraak rust op Stavoren
Een andere knecht snelt binnen
En biedt een brief haar aan
God, gilt zij dol van zinnen
Mijn glorie is vergaan

Beroofd van goed en geld
Veracht van die haar kenden
Was ze zooals geschiedboek meld
Ten prooi van alle ellende
Nog doet de nazaat hooren
Der hoovaardij tot les
Hoe 't vrouwtje van Stavoren
Eens stierf als bedelares  

Nog ziet men aan 't strand
Zoo rijk in vroegen dagen
Den Haven gansch verzand
Een zee van halmen dragen
Maar ledig zijn die aaren
Geen korrel lacht u aan
Als blijk wat hier voor jaren
Gods Almacht heeft gedaan

Ja hoogmoed wordt vernederd
Is wissen val beschoren
Wij hebben 't hier geleerd
Van 't vrouwtje van Stavoren
Wilt vrienden er aan denken
Wat ook het lot u bied
't is God die 't u wil schenken
En hoogmoed past ons niet
 
 
 Een wandeling door Stavoren
 
 
 
 
 
 
     
     
     
     
     
 even ...
  ... poseren
     
 heerlijk rustig
  Voorstraat
     
 Nicolaaskerk   begraafplaats
     
 gesneuvelden uit W.O. II
  mooie grafsteen 
     
je kan alle kanten op
  een van de vele doorkijkjes 
     
 een ijsje hoort erbij
  en een bakje vis gaat er ook wel in
     
 prachtige   wolken
     
     
     
 de kudde ...
  ... en de eenling
     
 jij ook een hapje?
   ja, graag