Het Esseense Evangelie van Vrede.

Het Esseense Evangelie van Vrede.
 
 
 
Naar aanleiding van een lezing van Marcel Messing voor Stichting Inzicht ben ik op zoek gegaan naar de tekst van dit vrijwel onbekende Evangelie. Ik vond het niet terug in het grote boek der Apokriefen, noch in de Nag Hammadigeschriften. Ik kon dus ook niets achterhalen over de ware oorsprong van deze tekst, maar toch vind ik deze de moeite waard om hem met jullie te delen.
 
 Er zal geen vrede onder de mensen zijn
zolang er geen tuin van broederschap
op aarde is.
Want Hoe kan er vrede zijn
als ieder mens uit is op zijn eigen voordeel
En zijn ziel in slavernij verkoopt?
Jij, kind van licht
verenig je met je broeders en zusters
en ga dan samen op weg
om de paden van de Wet te onderrichten
aan hen die willen horen.
Hij die vrede heeft gevonden
met de broederschap der mensen
heeft zichzelf gemaakt
tot medewerker van God.
Ken deze vrede met je geest,
Verlang naar deze vrede met je hart,
Vervul deze vrede met je lichaam.

Jezus
 
 
Omschrijving van de lezing: Het Esseense Evangelie is een ware diamant en bevat talloze aspecten van wijsheid en inzicht die ons door Jezus zijn aangereikt ter vervulling van onze levensbestemming. Het Vaticaan echter heeft steeds haar uiterste best gedaan om niet te reageren op de ontdekking van de Dode Zeerollen in de woestijn van Juda (1947), zoals ook de ontdekking van de schriftrollen in Nag Hammadi (1945) door de kerk verzwegen werden. Wat was de Esseense broeder- en zusterschap? Was er een relatie met Jezus? Wat leerden de Essenen? In de Esseense evangeliën vinden we vele prachtige uitspraken van Jezus die niet terug te vinden zijn in de vier evangeliën (de canon). In deze Esseense teksten wordt vooral de nadruk gelegd op de rol van Jezus als een groot genezer die als een meester de kosmische wetten onderricht, vertelt over de betekenis van de elementen en de engelen, de invloed van de juiste voeding benadrukt en vooral erop wijst hoe wij onze innerlijke vrede kunnen bewaren. De wijsheid die Jezus onderrichtte gaat voor een deel terug tot de oeroude universele wijsheid die steeds opnieuw door grote meesters, wijzen en leraren aan de mensheid is onderricht. Juist voor onze tijd van grote planetaire overgangen en klimatologische veranderingen zijn bepaalde teksten van intens belang. 
 
 


Het ESSEENSE EVANGELIE VAN DE VREDE
 
Uit het Engels[1] vertaald
Illustraties: Josephine Wall


Hoofdstuk 1


En dan kwamen vele zieken en kreupelen naar Jezus en vroegen hem: ‘Als jij alles weet, vertel ons, waarom lijden wij aan deze afschuwelijke lasten? Waarom zijn wij niet heel, zoals andere mensen? Meester, genees ons opdat ook wij sterk mogen worden en niet langer het hoofd moeten bieden aan deze beproevingen. Wij weten dat jij het in jouw macht hebt om alle soorten van kwalen te genezen. Bevrijd ons van satan en van al zijn grote kwellingen. Meester, heb medelijden met ons.

En Jezus antwoordde: ‘Gelukkig zijn jullie omdat jullie hongeren naar waarheid want ik zal jullie voeden met het brood van de wijsheid. Gelukkig zijn jullie omdat jullie kloppen, want ik zal de levenspoort voor jullie openen. Gelukkig zijn jullie dat jullie de macht van Satan willen wegwerpen, want ik zal jullie binnenleiden in het koninkrijk van de engelen van onze Moeder, waar de kracht van Satan niet binnen kan komen.’

En verbaasd vroegen ze hem: ‘Wie is onze Moeder en wie zijn haar engelen? En waar is haar koninkrijk?’

‘Jullie Moeder is ín jullie en jullie zijn in haar. Zij droeg jullie en gaf jullie het leven. Zij was het die jullie het lichaam schonk, en aan haar zullen jullie het op een dag terug geven. Gelukkig zijn jullie wanneer jullie haar en haar koninkrijk leren kennen; wanneer jullie haar engelen ontvangen en haar wetten onderhouden. Ik zeg jullie naar waarheid, degene die zo handelt zal nooit ziekte kennen. Want de kracht van onze Moeder is groter dan alles. En zij vernietigt Satan en zijn koninkrijk en bestuurt al jullie lichamen en alle levende dingen.
 
 


Het bloed dat door ons heen stroomt is geboren uit het bloed van onze Moeder Aarde. Haar bloed valt uit de wolken; springt uit de schoot van de aarde; kabbelt in de bergstroompjes; stroomt breed in de rivieren op de vlakte; stormt machtig in de onstuimige zee.

De lucht die we ademen is geboren uit de borst van onze Moeder Aarde. Haar adem is het hemelsblauw in de hoogtes van de hemelen; het gesuis in de toppen van de bergen; het gefluister in de bladeren van de wouden; de deining van de korenvelden; de sluimering in diepe valleien, het branden in de woestijn.

De hardheid van jullie gebeente is geboren uit de beenderen van onze Moeder Aarde, van de rotsen en van de stenen. Zij staan naakt op de toppen van de bergen; zijn als reuzen die liggen te slapen op de flanken van de bergen, zijn als belden geplaatst in woestijnen en zijn verborgen in de diepten van de aarde.

De zachtheid van ons vlees is geboren uit het vlees van onze Moeder Aarde; wiens vlees geel en rood opwast in de vruchten van de bomen en ons voedt in uit de geploegde velden.

Onze ingewanden zijn geboren uit de ingewanden van onze Moeder Aarde en zijn verborgen voor onze ogen zoals de onzichtbare dieptes van de aarde.

Het licht in onze ogen, het horen van onze oren, beide zijn geboren uit de kleuren en klanken van onze Moeder Aarde; die ons omvat zoals het water van de zee een vis omvat, zoals de wervelende lucht een vogel.

Waarachtig, ik zeg jullie, de Mens is de Zoon van Moeder Aarde, en van haar ontving de Mensenzoon zijn gehele lichaam, net zoals een nieuwgeboren baby geboren wordt uit de schoot van zijn moeder. Waarachtig, ik zeg jullie, jullie zijn één met de Aardse Moeder; zij is in jullie en jullie zijn in haar. Uit haar zijn jullie geboren, in haar leven jullie, en naar haar zullen jullie terug keren. Onderhoud daarom haar wetten, want niemand kan lang leven noch gelukkig blijven, dan alleen hij die Moeder Aarde eert en haar wetten onderhoudt. Want uw adem is haar adem; uw bloed is haar bloed; uw vlees is haar vlees; uw ingewanden zijn haar ingewanden; uw ogen en uw oren zijn haar ogen en haar oren.

Waarachtig, ik zeg jullie, als jullie erin zouden falen één van al deze wetten te onderhouden, schade zouden toebrengen aan slechts één van al jullie lichaamsdelen, dan zullen jullie volkomen verloren zijn in jullie vreselijke ziektes, en zal geween zijn en geknars van tanden. Ik zeg jullie, tenzij jullie de wetten van jullie Moeder volgen kunnen jullie op geen enkele manier ontsnappen aan de dood. En hij die zich vasthoudt aan de wetten van zijn Moeder, die zal ook door haar worden vastgehouden. Zij zal al zijn teisteringen genezen en hij zal nooit ziek worden.

Ze geeft hem een lang leven en beschermt hem tegen alle onheil; van vuur, van water, van de beet van giftige slangen. Want jullie Moeder baarde jullie, houdt het leven in jullie.

Zij heeft jullie haar lichaam gegeven en geen is er die zij niet heelt. Gelukkig is hij die van zijn Moeder houdt en vredig aan haar borst ligt. Want jullie Moeder houd van jullie, zelfs wanneer jullie je van haar afkeren. En hoeveel te meer zal zij van jullie houden wanneer jullie je terug naar haar wenden? Waarachtig, ik zeg jullie, zeer groot is haar liefde, groter dan de grootste der bergen, dieper dan de diepste zee.

En diegenen die van hun Moeder houden worden nooit door haar verlaten. Zoals de hen haar kuikens beschermt, de leeuwin haar welpen, zoals de moeder haar pasgeboren baby, zo beschermt Moeder Aarde de Mensenzoon tegen alle gevaar en kwaad.

Waarachtig, ik zeg jullie, ontelbare ongelukken en gevaren liggen op de loer voor de Mensenzonen. Beëlzebub, de prins van alle duivels, ligt op wacht in het lichaam van alle Mensenzonen. Hij is de Dood, de heer van elk onheil, en daar hij zich vermomt onder een aantrekkelijk kleed verleidt en verlokt hij de Mensenzonen.

Rijkdom belooft hij, en macht, en schitterende paleizen, en gewaden van goud en zilver, en een massa dienstknechten, al dit; hij belooft roem en glorie, overspel en wellust, vraatzucht en gezwelg in wijn, liederlijk leven en vadsige en lakse dagen.

En hij verleidt eenieder door datgene waardoor zijn hart zich het meeste aangetrokken voelt.

En op de dag dat de Mensenzonen reeds slaven geworden zijn van al deze ijdelheden en gruwelijkheden, dan grijpt hij, als betaling ervoor, alle geschenken die de Mensenzonen zo overvloedig kregen van Moeder Aarde.

Hij steelt van hen hun adem, hun bloed, hun beenderen, hun vlees, hun ingewanden, hun ogen en hun oren. En de adem van de Mensenzoon wordt kort en verstikt, vol pijn en slechtruikend, zoals de adem van onreine dieren. En zijn bloed wordt dik en slechtruikend, zoals het water uit een moeras; het klontert en wordt zwart, zoals de nacht van de dood. En zijn beenderen worden hard en knobbelig; ze smelten van-binnen-in weg en breken stuk, als een steen die op een rots valt. En zijn vlees wordt vet en waterig; het rot en ettert, met walgelijke korsten en puisten.

En zijn ingewanden worden gevuld met walgelijke viezigheid, met drabberige stromen van bederf; en massa’s walgelijke wormen houden daar woning.

En zijn ogen verduisteren, tot de nacht hen omfloerst, en zijn oren raken verstopt, als de stilte van het graf. En ten laatste zal de dwalende Mensenzoon het leven verliezen. Want hij hield zich niet aan de wetten van zijn Moeder en stapelde zonde op zonde.

Daarom worden hem al de geschenken van zijn Moeder ontnomen: adem, bloed, beenderen, vlees, ingewanden, ogen en oren en na dit alles, het leven waarmee Moeder Aarde zijn lichaam bekroonde.

Maar wanneer de dwalende Mensenzoon spijt heeft over zijn zonden en deze ongedaan maakt, en terugkeert naar zijn Aardse Moeder; en als hij de wetten van Moeder Aarde onderhoudt en zichzelf bevrijdt van Satans klauwen, en aan zijn verleidingen weerstaat, dan ontvangt Moeder Aarde haar dwalende zoon met liefde en zend hem engelen om hem te dienen.

Waarlijk, ik zeg jullie, wanneer de Mensenzoon zich verzet tegen de Satan die  verblijf in hem houdt en niet zijn wil doet, in hetzelfde uur worden zijn Moeders engelen daar gevonden, opdat zij hem zullen dienen met al hun kracht en de Mensenzoon volledig bevrijden uit de macht van Satan.

Want niemand kan twee meesters dienen. Want ofwel dient hij Beëlzebub en zijn duivels, ofwel dient hij Moeder Aarde en haar engelen. Ofwel dient hij de dood of hij dient het leven.

Dus waarlijk zeg ik jullie, gelukkig zijn zij die de wetten van het leven onderhouden en die niet wandelen op de paden van de dood. Want in hen groeien sterk de krachten van het leven en zij ontsnappen aan de  teisteringen van de dood”.

En allen die bij hem waren luisterden met verbazing naar zijn woorden, want hij sprak krachtvol en hij dacht heel anders dan de priesters en de schriftgeleerden.

En alhoewel de zon nu was ondergegaan vertrokken zij niet naar hun huizen. Zij zaten rond Jezus en vroegen hem:

"Meester, welke zijn deze levenswetten? Blijf wat langer bij ons en onderricht ons. Wij zouden luisteren naar uw lessen opdat wij mogen genezen en deugdzaam worden.”

En Jezus zelf zat in hun midden en sprak: "Waarachtig, ik zeg jullie, niemand kan gelukkig zijn, behalve wanneer hij de Wet onderhoudt.”

En de anderen antwoordden: "Wij allen onderhouden de wet van Mozes, onze wetgever, precies zoals ze geschreven zijn in de heilige geschriften.”

En Jezus antwoordde: "Zoek de Wet niet in jullie geschriften, want de wet is leven terwijl de geschriften dood zijn. Waarachtig, ik zeg jullie, Mozes ontving zijn wet niet van God in geschriften, maar door het levende woord. De wet is het levende woord van God, aan levende profeten voor levende mensen. In alles wat leeft is de wet geschreven. Jullie vinden hem in het gras, in de boom, in de rivier, in de berg, in de vogelen des hemels, in de vissen van de zee; maar zoek hem vooral in jullie zelf. Want waarachtig, ik zeg jullie, alle levende dingen zijn dichter bij God dan de geschriften die levenloos zijn.

God maakte het leven en alle levende dingen zodat zij, door het eeuwige woord, de wetten van de ware God zouden kunnen leren aan de mens. God schreef de wetten niet op de bladzijden van boeken, maar in jullie hart en geest. Zij zijn in jullie adem, jullie bloed, jullie beenderen; in jullie vlees, jullie ingewanden, jullie ogen, jullie oren, en in elk deeltje van jullie lichaam. Ze zijn aanwezig in de lucht, in het water, in de aarde, in de planten, in de zonnestralen, in de dieptes en in de hoogten. Zij allen spreken tot jullie opdat jullie taal en de wil van de levende God zouden verstaan. Maar jullie doen jullie ogen dicht zodat jullie niet zien, en jullie sluiten jullie oren zodat jullie niets horen. Waarachtig, ik zeg jullie, dat de geschriften mensenwerk zijn, maar het leven en alles wat leeft is het werk van onze God.

Waarom luisteren jullie niet naar de woorden van God die geschreven zijn in Zijn werken? En waarom bestuderen jullie de dode geschriften die het werk zijn van mensenhanden?”

"Hoe kunnen we de wetten van God anders lezen dan in de Schriften? Waar zijn ze geschreven? Lees ze ons voor waar u ze ziet want wij kennen niets anders dan de schriften die wij geërfd hebben van onze voorvaders. Leer ons de wetten waarover u spreekt opdat wij, als wij ze horen, genezen mogen worden en bevrijd van schuld.”

Jezus sprak: "Jullie begrijpen de levende woorden niet omdat jullie in de dood verblijven. Duisternis verduistert jullie ogen en jullie oren zijn verstopt met doofheid. Want ik zeg jullie, het baat jullie helemaal niets dat jullie peinzen over dode geschriften wanneer jullie door jullie daden, hem die jullie de geschriften gegeven heeft, ontkent.

Waarachtig, ik zeg jullie, God en zijn wetten zijn niet in datgene wat jullie doen. Zij zijn niet in vraatzucht en in het zwelgen van wijn, noch in weelderig leven, nog in wellust, noch in het verzamelen van rijkdom, noch zelfs in het haten van jullie vijanden. Want al deze dingen zijn ver van de ware God en zijn engelen. Maar al deze dingen komen uit het koninkrijk der duisternis en van de heer van alle kwaad. En al deze dingen dragen jullie in jezelf en daardoor kan het woord van God niet in jullie binnenkomen omdat alle soorten van kwaad en alle soorten van gruwel  zich ophouden in jullie lichaam en geest. Wanneer jullie willen dat het levende Godswoord en zijn kracht in jullie kan binnenkomen, verontreinig dan jullie lichaam en geest niet; want het lichaam is de tempel van de geest; en de geest is de tempel van God. Reinig daarom de tempel, opdat de Heer van de tempel daarin kan wonen en bezit kan nemen van een plaats die hem waardig is.

En voor alle verleidingen van jullie lichaam en geest, komende van de Satan, trekt u terug in de schaduw van Gods hemel.

Vernieuw jullie zelf, en vast. Want waarachtig, ik zeg jullie, dat Satan en zijn teisteringen alleen kunnen uitgedreven worden door vasten en door bidden. Ga binnenskamers en vast alleen, laat geen mens jouw vasten zien. De levende God zal het zien en uw beloning zal groot zijn. En vast tot Beëlzebub en al zijn kwaad uit jou vertrekken, en tot al de engelen van Moeder Aarde bij jou komen om jou te dienen. Want waarlijk, ik zeg jullie, als jullie niet vasten zullen jullie niet bevrijd worden van de krachten van Satan en van alle kwalen die van Satan komen. Vast en bid vurig, zoekend naar de kracht van de levende God voor jullie genezing.

Tijdens het vasten, vermijd het gezelschap van Mensenzonen en zoek de engelen van Moeder Aarde, want wie zoekt zal vinden.
 
 
Zoek de frisse lucht van de bossen en de velden, en daar in het midden zal je de engel van de lucht vinden. Ontdoe je van jouw schoenen en klederen en smeek de engel van de lucht om jouw gehele lichaam te omhelzen. Adem dan lang en diep, zodat de engel van de lucht binnenin jou mag gebracht worden. Waarachtig, ik zeg jullie, de engel van de lucht zal elke onreinheid die hij vindt, vanbinnen en langs buiten, uit je lichaam verwijderen.

En zo zal alles wat onwelriekend is en wat onrein is uit jou opstijgen, zoals de rook van een vuur opwaarts kringelt en verdwijnt in de zee van de lucht. Want waarlijk, ik zeg u, heilig is de engel van de lucht, die alles wat onrein is schoonmaakt en alles was onwelriekend is heerlijk doet ruiken. Niemand komt voor het gezicht van God due de engel van de lucht geen doorgang heeft verleent. Werkelijk, allen moeten opnieuw geboren worden door lucht en door waarheid, want jullie lichaam ademt de lucht van Moeder Aarde en jullie geest ademt de waarheid van de Hemelse Vader.

 

"Na de engel van de lucht, zoek naar de engel van het water. Doe jullie schoenen en klederen uit en smeek de engel van het water om jullie gehele lichaam te omhelzen. Dompel jullie helemaal in zijn omhelzende armen en zo vaak als jullie de lucht doen bewegen door jullie ademhaling, beweeg even vaak het water met jullie lichaam. Waarachtig, ik zeg jullie, de engel van het water zal jullie lichaam ontdoen van alle onreinheden die het bezoedelden, zowel vanbinnen als aan de buitenkant. En alle onreine en slechtruikende dingen zullen uit jullie wegvloeien, juist zoals de onreinheden van kledingstukken, die in het water gewassen worden, wegvloeien en verloren gaan in de stroom van de rivier.

Waarlijk, ik zeg jullie, heilig is de engel van het water die alles schoonmaakt wat onrein is en die alle onwelriekende dingen heerlijk zoet laat geuren.

Geen mens mag voor het gezicht van God verschijnen die de engel van het water geen doorgang verleent. Waarlijk, iedereen moet herboren worden uit water en uit waarheid, want het lichaam baadt in de rivier van het aardse leven en onze geest baadt in de rivier van het eeuwige leven. Want jullie ontvangen jullie bloed van onze Moeder Aarde en de waarheid van onze Hemelse Vader.

Denk niet dat het volstaat wanneer de engel van het water jullie alleen maar uiterlijk omhelst. Waarachtig, ik zeg jullie, bij velen is de innerlijke onreinheid groter dan die van de buitenkant. En wie zichzelf uiterlijk reinigt maar innerlijk onrein blijft is als een graf dat aan de buitenkant mooi geschilderd is, maar binnenin gevuld is met alle soorten van gruwelijke en walgelijke zaken. Daarom zeg ik jullie: smeek de engel van het water om jullie ook innerlijk te dopen, opdat jullie mogen gereinigd worden van al jullie zonden uit het verleden, en opdat jullie vanbinnen net zo zuiver mogen worden als het schuim van de rivieren dat speelt in het zonlicht.

Zoek daartoe een grote drijvende kalebas die een stengel heeft ter lengte van een man, haal het binnenste eruit en vul hem daarna met water van de rivier dat verwarmd is door de zon. Hang hem op aan de tak van een boom, en kniel op de grond voor de engel van het water zodanig dat het uiteinde van de stengel van de kalebas kan binnengaan in uw achterste opening zodat het water doorheen al uw ingewanden kan spoelen.

Blijf daarna geknield op de grond, voor de engel van het water, en bid tot de levende God opdat Hij al uw zonden uit het verleden wil vergeven, en bid tot de engel van het water opdat hij uw lichaam wil reinigen van elke onreinheid en kwaal. Laat daarna het water uit uw lichaam wegstromen opdat het uit uw innerlijk alles mag wegvoeren wat onrein is en alle slecht-ruikende dingen van Satan. En je zal kunnen zien met je ogen en ruiken met je neus: alle walgelijke dingen en alle onreinheden die de tempel van uw lichaam vervuilden, jou intussen folterend met alle soorten van pijn. Waarlijk, ik zeg jullie, dopen met water bevrijdt jullie hiervan. Hervat jullie dopen met water elke dag van jullie vasten, tot jullie zien dat het water dat uit u vloeit zo zuiver is als het schuim van de rivier.

Begeef u daarna met uw lichaam in de stromende rivier, en daar, in de armen van de engel van het water, zeg dank aan de levende God omdat hij u van uw zonden heeft bevrijd. En dit heilige doopsel door de engel van het water is: Wedergeboorte tot een nieuw leven. Want van nu af aan zullen uw ogen zien en zullen uw oren horen. Zondig daarom niet meer, na uw doopsel, opdat de engelen van de lucht en van het water voor eeuwig in u mogen wonen en u voor altijd dienen.

En mocht er nadien nog enigszins iets van uw oude zonden en onreinheid in u zijn achter gebleven, zoek dan de engel van het zonlicht. Doe uw schoenen en klederen uit en smeek de engel van het zonlicht om uw gehele lichaam te omhelzen. Adem dan lang en diep opdat de engel van het zonlicht in u binnen moge gebracht worden.

 
 
En de engel van het zonlicht zal alle onwelriekende en onreine dingen uit jouw lichaam, zowel van aan de buitenkant als van de binnenkant, doen verdwijnen. En alle onreine en onwelriekende dingen zullen uit jou wegtrekken, net zoals de duisternis van de nacht verbleekt door de schitteringen van de rijzende dageraad. Waarlijk, ik zeg jullie, heilig is de engel van het zonlicht die elke onreinheid rein maakt en die alle onwelriekende dingen zoet laat geuren. Niemand zal voor het aangezicht van God komen die niet door de engel van het zonlicht wordt voorbij gelaten. Waarlijk, elkeen moet opnieuw geboren worden uit zon en uit waarheid, want jullie lichaam koestert zich in het zonlicht van Moeder Aarde, en jullie geest koestert zich in het zonlicht der waarheid van de Hemelse Vader.

De engelen van de lucht en het water en van het zonlicht zijn broeders. Ze zijn aan de Mensenzoon gegeven om hem te dienen, en dat hij altijd van de een naar de ander moge gaan.

Heilig is ook hun omhelzing.  Ze zijn onscheidbare kinderen van Moeder Aarde, dus scheid hen niet van elkaar die aarde en hemel verenigt hebben. Laat jullie elke dag omhelzen door deze drie engelenbroeders en laat hen bij jullie vertoeven, elke dag van jullie vasten.

Want waarlijk, ik zeg jullie, de machten van de duivels, alle zonden en onreinheden zullen haastig vertrekken van een lichaam dat omhelsd wordt door deze drie engelen. Zoals dieven wegvluchten uit een verlaten huis wanneer de heer van het huis thuiskomst, de ene langs de deur, de andere langs het venster, en een derde langs het dak, elk waar hij zich bevond en daar waarheen het mogelijk is, zo ook zullen alle duivels van het kwade, alle zonden uit het verleden en alle onreinheden die de tempel van jullie lichaam bevuilden, op de vlucht slaan.

Wanneer de engelen van Moeder Aarde op een zodanige manier in jullie lichaam komen dat de heren van de tempel het opnieuw in bezit kunnen nemen, dan zullen alle slechte geuren in grote haast jullie adem en huid verlaten, bedorven vloeistoffen via jullie mond en huid, via jullie achterste en private delen. En dit alles zullen jullie kunnen zien met jullie ogen en ruiken met jullie neus en kunnen aanraken met jullie handen.

En wanneer alle zonden en onreinheden uit jullie lichamen verdreven zijn, dan zal jullie bloed zo zuiver worden als het bloed van Moeder Aarde en zoals het schuim van de rivier zal het spelen in het zonlicht. En jullie adem zal zo zuiver worden als de adem van geurige bloemen; jullie vlees zo puur als het vlees van de blozende vruchten tussen de bladeren van de bomen; het licht van jullie ogen zal zo schitterend en helder zijn als de schittering van de zon die schijnt in een blauwe hemel. En dan zullen alle engelen van Moeder Aarde jullie dienen. En jullie adem, jullie bloed, jullie vlees zal één zijn met de adem, het bloed en het vlees van de Aardse Moeder, opdat ook jullie geest één moge worden met de geest van jullie Hemelse Vader.

Want waarachtig, niet één kan tot de Hemelse Vader komen dan door de Aardse Moeder. Net zoals geen nieuwgeboren baby de lessen van zijn vader kan begrijpen voor hij door zijn moeder is gezoogd, gebaad, verzorgd, naar bed is gebracht en gevoed. Wanneer het kindje nog klein is, is zijn plaats bij de moeder en moet het zijn moeder gehoorzamen.

Wanneer het is kind opgegroeid is, neemt zijn vader hem mee naar de velden om aan zijn zijde te werken, en het kind keert slechts terug naar zijn moeder wanneer het tijd is om te eten.

En nu onderwijst de vader hem opdat hij bekwaam mag worden in het werk van zijn vader. En wanneer de vader ziet dat zijn zoon zijn lessen begrijpt en zijn werk goed verricht, dan geeft hij hem al zijn eigendommen opdat zij mogen toebehoren aan zijn geliefde zoon en opdat de zoon zijn vaders werk moge verder zetten.

Waarachtig, ik zeg jullie, gelukkig is de zoon die de raad van zijn moeder aanneemt en zich daaraan houdt. En nog honderd keer gelukkiger is de zoon die het advies van zijn vader aanvaardt en zich daaraan houdt, want er is jullie gezegd: "Eert uw vader en moeder opdat uw dagen op aarde lang mogen zijn.”

Maar ik zeg jullie, Mensenzonen: "Eerst jullie Moeder Aarde en onderhoudt al haar wetten, opdat jullie dagen op aarde lang mogen zijn, en eerst jullie Hemelse Vader opdat het Eeuwige Leven in de hemelen van jullie moge zijn.” Want de Hemelse vader is honderd keer groter dan alle vaders door zaad en door bloed, en groter is Moeder Aarde dan alle moeders door het lichaam.

En meer geliefd is de Mensenzoon in de ogen van zijn Hemelse Vader en van zijn Moeder Aarde dan kinderen geliefd zijn in de ogen van hun vaders door het zaad en het bloed en hun lichamelijke moeders. En wijzer zijn de woorden en de wetten van jullie Hemelse Vader en jullie Aardse Moeder dan de woorden en de wil van alle vaders door het zaad en het bloed en van de moeders door het lichaam. En van grotere waarde is ook de erfenis van jullie Hemelse Vader en van jullie Aardse Moeder, het eeuwige koninkrijk van aards en hemels leven, dan alle erfenissen van jullie vaders door het zaad en het bloed en van jullie lichamelijke moeders.

En jullie echte broeders zijn zij die de wil doen van de Hemelse Vader en van Moeder Aarde, en niet diegenen die jullie broeders zijn door het bloed. Waarlijk ik zeg jullie, dat jullie ware broeders in de wil van de Hemelse Vader en van Moeder Aarde duizend maal meer van jullie zullen houden dan jullie bloedbroeders. Want sinds de dagen van Kaïn en Abel, waar broeders de wil van God hebben overtreden, bestaat er geen bloedbroederschap meer. En broers gedragen zich tegenover broers zoals ze dat doen tegenover vreemden. Daarom zeg ik jullie: bemint jullie broeders in God duizend maal meer dan jullie bloedbroeders.

WANT JULLIE HEMELSE VADER IS LIEFDE.
WANT JULLIE AARDSE MOEDER IS LIEFDE.
WANT DE MENSENZOON IS LIEFDE.

Het is door Liefde dat de Hemelse Vader en Moeder Aarde en de Mensenzoon één worden. Want de geest van de mensenzoon is geschapen uit de geest van de Hemelse Vader en zijn lichaam uit het lichaam van Moeder Aarde.

Wordt, daarom, volmaakt zoals de geest van jullie Hemelse Vader en het lichaam van Moeder Aarde volmaakt zijn.

En bemin jullie Hemelse Vader zoals hij van jullie geest houdt
En bemin jullie Aardse Moeder zoals zij van jullie lichaam houdt.

En bemin jullie ware broeders zoals jullie Hemelse Vader en Moeder Aarde van hen houden. En dan zal jullie Hemelse vader jullie Zijn heilige geest schenken en Moeder Aarde zal jullie haar heilige lichaam geven. En dan zullen de Mensenzonen, als echte broeders liefde aan elkaar schenken, liefde die ze hebben ontvangen van hun Hemelse Vader en van hun Aardse Moeder; en zij zullen elkaar tot troosters worden.

En dan zal zullen alle kwaad en zorgen van de aarde verdwijnen, en er zal liefde en vreugde op aarde zijn. En dan zal de aarde als de hemelen zijn en het koninkrijk van God zal komen. En dan zal de Mensenzoon komen in al zijn glorie om het koninkrijk van God te erven. En dan zullen de Mensenzonen hun heilige erfenis verdelen. Want de Mensenzonen leven in de Hemelse Vader en in Moeder Aarde en zij leven in hen. En dan, met het koninkrijk van God zal het einde der tijden komen. Want de liefde van de Hemelse vader geeft aan allen het eeuwige leven in het koninkrijk Gods. want liefde is eeuwig. Liefde is sterker dan de dood.

"Al sprak ik de taal van mensen of van engelen, maar ik had geen liefde, dan ben ik een galmend muziekinstrument of een rinkelend cimbaal. Al kon ik profeteren en kende ik alle geheimen en alle kennis; al had ik de kracht als een storm die bergen van hun plaats verzet, maar ik had geen liefde, dan ben ik niets.

En al schonk ik al mijn bezittingen om de armen te voeden en gaf ik al het vuur dat ik kreeg van mijn Vader, maar ik had geen liefde, het was me tot geen enkel nut.  Liefde is geduldig, liefde is beminnelijk. Liefde is niet jaloers, doet geen kwaad, is niet ruw noch zelfzuchtig; ze is niet snel boos, veroorzaakt geen ellende, verheugt zich niet in onrecht maar schept genoegen in rechtvaardigheid. Liefde beschermt alles, liefde gelooft alles, liefde hoopt alles, liefde duldt alles; zonder ooit zichzelf uit te putten. Maar onze spraak zal ooit stil vallen en onze kennis zal ophouden te bestaan.

Want wij bezitten slechts halve waarheden en halve vergissingen, maar als de volheid van de volmaaktheid gekomen is zal alles wat maar gedeeltelijk was uitgewist worden. Toen de mens nog een kind was sprak hij als een kind, begreep hij als een kind, dacht hij als een kind, maar wanneer hij een man werd legde hij zijn kinderlijke dingen weg. Want nu zien we de waarheid nog door glas en door duistere gezegdes. Nu weten we in gedeeltes, maar wanneer we voor het aangezicht van God zullen gekomen zijn zullen we niet meer kennen in deeltjes maar zoals we door hem worden gedacht. En nu dan, herinner je deze drie: geloof en hoop en liefde; maar de grootste van deze is liefde.

En nu spreek ik tot u in de levende taal van de levende God, door de heilige geest van onze Hemelse Vader. Er is nu nog niemand onder u die alles kan begrijpen van wat ik u vertel. Hij die u de schrift verklaart spreekt tot u in een dode taal van dode mensen, door zijn zieke en sterfelijke lichaam. Hem kan daarom iedereen begrijpen want alle mensen zijn ziek en ten dode opgeschreven. Niemand ziet het licht des levens! De ene blinde leidt de andere over de duistere paden van zonde, ziekte en lijden; en tenslotte vallen zij allen in de put van de dood.

Ik ben door de Vader tot u gezonden om het licht des levens voor u te laten schijnen. Het licht verlicht zichzelf en de duisternis, maar de duisternis kent enkel zichzelf en kent niet het licht.

Vele dingen heb ik u nog te zeggen, maar nu kunt gij die nog niet dragen. Want uw ogen zijn nog de duisternis gewend en het volle licht van de Hemelse Vader zou u nu verblinden. Daarom kunt gij nu nog niet begrijpen wat ik tot u zeg over de Hemelse Vader die mij tot u gezonden heeft. Leeft daarom vooreerst uitsluitend volgens de wetten van uw Moeder Aarde, over wie ik u verteld heb. En nadat haar engelen uw lichaam gereinigd en vernieuwd zullen hebben en uw ogen kracht gegeven hebben, dan pas zult gij het licht van onze Hemelse Vader kunnen verdragen. Wanneer gij op het midden van de dag zonder met de ogen te knipperen in de volle zon kunt kijken, dan kunt gij het verblindende licht van uw Hemelse Vader aanschouwen dat wel duizendmaal feller is dan het licht van duizend zonnen.

Maar hoe zoudt gij het verblindende licht van uw Hemelse Vader kunnen aanschouwen zolang gij nog niet eens het volle zonlicht kunt verdragen? Gelooft mij, dit is slechts als een kaarsvlam vergeleken bij de zon der waarheid van de Hemelse Vader. Maar hebt daarom geloof, hoop en liefde. Voorwaar, ik zeg u: gij zult uw beloning niet begeren. Wanneer gij mijn woorden gelooft, gelooft gij in Hem die mij gestuurd heeft, die de Heer van alles is en bij wie alles mogelijk is.

Want wat bij de mens onmogelijk is, al die dingen zijn bij God mogelijk! Wanneer gij gelooft in de engelen van Moeder Aarde en haar wetten naleeft, dan zal uw geloof u staande houden en gij zult nooit ziekte kennen. Put ook hoop uit de liefde van uw Hemelse Vader want wie op hem vertrouwt zal nooit bedrogen worden, noch zal hij ooit de dood onder ogen hoeven te zien.

Hebt elkander lief want God is liefde en zo zullen zijn engelen weten dat gij zijn paden bewandelt. En dan zullen alle engelen voor uw aangezicht verschijnen en u dienen. En de Satan met al zijn zonden, ziekten en onreinheden zal uw lichaam verlaten.

Gaat, vermijd uw zonden; heb berouw; doop uzelf opdat gij herboren moogt worden en opdat gij niet meer moogt zondigen.”

Toen stond Jezus op. Maar allen bleven zitten, want eenieder voelde de kracht van zijn woorden.

En toen verscheen de volle maan tussen de uiteen wijkende wolken en omhulde Jezus met licht.

En vonken vlogen omhoog uit zijn haar en hij stond tussen hen in, in het maanlicht, alsof hij in de lucht zweefde. En niemand bewoog zich, noch werd ook maar iemands stem gehoord. En niemand wist hoeveel tijd er verstreken was, want de tijd had stil gestaan.

Toen strekte Jezus zijn handen naar hen uit en zei: "Vrede zij met u.” En zo vertrok hij, zoals een zuchtje wind het groen der takken doet zwaaien.

En geruime tijd nog zaten zij stil en toen ontwaakten zij in de stilte, de een na de ander, als uit een lange droom. Maar niemand maakte aanstalten om weg te gaan, alsof de woorden van hem die hen zojuist verlaten had nog steeds in hun oren klonken. En zij zaten daar allemaal alsof zij zaten te luisteren naar wonderschone muziek.

Maar ten slotte zei een van hen, enigszins verlegen: "Wat is het goed om hier te zijn” en iemand anders zei: "Duurde deze nacht maar eeuwig” en weer iemand anders zei: "Was hij maar altijd bij ons.”

"Hij is werkelijk de boodschapper van God, want hij heeft hoop geplant in onze harten.” En niemand wilde naar huis gaan en zij zeiden: "Ik ga niet naar huis, waar alles somber en vreugdeloos is. Waarom zouden wij naar huis gaan, waar niemand van ons houdt?”

En zo spraken zij, want bijna allen waren arm, lam, blind, verminkt, bedelaars en thuislozen, veracht om hun ellende, die alleen uit medelijden werden geduld in de huizen waar zij voor een paar dagen onderdak vonden. Zelfs sommigen die zowel een huis als een gezin hadden, zeiden: "Ook wij blijven bij jullie.” Want elk van hen voelde dat de woorden van hem die was heengegaan het kleine gezelschap met onzichtbare draden omsloten hadden. En allen voelden zij zich herboren. Zij zagen de wereld voor hun ogen schitteren, zelfs wanneer de maan schuil ging achter de wolken. En in aller harten bloeiden wonderschone bloemen van een wonderbaarlijke schoonheid: de bloemen der vreugde.

En toen de eerste heldere zonnestralen aan de horizon oplichtten, voelden zij allen dat het de zon was van het koninkrijk Gods. En met vreugde op hun gelaat gingen zij heen om Gods engelen te ontmoeten.