Marten Toonder, Heer Bommel en Tom Poes 01

 
 Marten Toonder, de geestelijke vader van Heer Bommel en Tom Poes
 
 
De schepper van de Bommelsaga wordt geboren in 1912 in Rotterdam. Zijn Groningse wortels zijn in zijn taalgebruik regelmatig op te merken. Hij groeit op met zijn broer Jan Gerhard en schept als kind zijn eigen fantasiewereld, omdat zijn - als kapitein immer afwezige - vader en zijn aan depressies lijdende moeder weinig opvoedkundige invloed op het tweetal uitoefenen.
Na de HBS maakt Marten Toonder een zeereis met zijn vader naar Zuid Amerika, waar hij onder invloed komt van het tekenwerk van Dante Quinterno (die door Walt Disney is opgeleid).
Omdat hij striptekenaar wil worden, gaat hij naar de kunstacademie in Rotterdam. Maar deze opleiding spreekt hem totaal niet aan, zodat hij die dan ook spoedig vaarwel zegt.
Als tekenaar bij de Rotogravure Maatschappij in Leiden bekwaamt hij zich in het vak door vervolgstrips te tekenen voor verschillende bladen. Zo moet hij de strip van Bruintje Beer in het Nieuwsblad van het Noorden vervangen door een strip over Bruintjes verre neef: Thijs IJs. Samen met zijn broer Jan Gerhard (die de tekst schrijft) vervaardigt hij 52 Thijs IJs verhalen.
In 1935 trouwt Toonder met zijn buurmeisje Phiny Dick. Ook zij heeft tekentalent. Zo schrijft en illustreert zij de verhalen van o.a. Miezelientje, de vrouwelijke tegenhanger van Tom Poes. Verder is van haar bekend de strip van Olle Kapoen.

 
 
In 1938 gaat Toonder werken in Amsterdam bij uitgeverij Diana, waar hij met de eerste Tom Poes tekeningen op de proppen komt.

In 1941 moet de Telegraaf - vanwege de oorlog - de Mickey Mouse strip beŽindigen. Toonder wordt gevraagd een vervangend stripverhaal te verzorgen. Het wordt Tom Poes. Het eerste Tom Poes verhaal (Tom Poes ontdekt het geheim van de Blauwe Aarde) begint op 16 maart 1941 en is al meteen een succes. In het derde verhaal (Tom Poes in de tovertuin) verschijnt heer Bommel ten tonele, wiens rol steeds belangrijker wordt.

Samen met Joop Geesink worden tekenfilms gemaakt. Maar tenslotte gaan Geesink en Toonder uit elkaar en worden de Toonder studio's opgericht. Tijdens de oorlog duiken steeds meer mensen onder in Toonders bedrijf en hij raakt verzeild in de illegaliteit omdat hij - met de Studio's als dekmantel en met een eigen drukkerij - in staat is documenten te vervalsen. Ook werkt hij mee aan het illegale blad 'Metro'.
In 1944 wordt de Telegraaf een 'SS-krant'. De grond wordt Toonder nu te heet onder de voeten, maar als hij zelf zou onderduiken zou hij vele mensen in gevaar kunnen brengen. Hij besluit zichzelf manisch-depressief te laten verklaren, zodat het verhaal 'Tom Poes en de Chinese Waaier' halverwege stopt. Tom Poes en heer Bommel duiken letterlijk onder (BV 23, strook 1079).

Na de oorlog begint de Tom Poes strip zijn zegetocht, ook in het buitenland. Ook de stripverhalen van Kappie en Panda verschijnen nu. Veel bekende striptekenaars werken in de Toonder Studio's, zoals Hans Kresse, Ben van 't Klooster, Walling Dijkstra, Dick Matena, Lo Hartog van Banda, enz.
De Bommelsaga verschijnen vanaf 1947 in de Volkskrant en in de Nieuwe Rotterdamse Courant (later NRC-Handelsblad). Ook verschijnt de strip van Koning Hollewijn.



Tot zijn verbazing wordt Toonder in 1954 benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, waardoor de kritiek uit de officiŽle literaire wereld grotendeels verstomt. Vanaf dit moment wordt Toonders werk algemeen erkend als behorend tot het Nederlandse culturele erfgoed. De verhalen zullen echter in de loop der jaren alleen nog maar in kwaliteit toenemen.
In 1964 vertrekt Toonder met zijn vrouw naar Ierland, om zich geheel te wijden aan de Bommelsaga, alle zakelijke beslommeringen achter zich latend.

In 1967 bereikt de hoofdredacteur van de 'Bezige Bij', Geert Lubberhuizen, voor Toonder de ultieme erkenning door zijn saga uit te geven in de serie 'Literaire Reuzenpockets'. Om de literaire kwaliteit van de verhalen te benadrukken, worden de tekeningen verkleind en de tekst vult het grootste deel van de pagina, zeer tot verdriet van de notoire stripliefhebbers, die Toonders tekeningen nu met een vergrootglas moeten bekijken. Met 48 delen (per deel 2 of 3 verhalen) wordt het grootste deel van Toonders oeuvre op deze wijze uitgegeven. De eerste 45 verhalen worden echter niet meer uitgegeven, wat een stroom aan illegale drukwerkjes oplevert, die onder de toonbank aan bommelfans geleverd worden. Dan besluit Toonder ook deze verhalen nog één keer uit te geven, maar dan in het vertrouwde oblongformaat.

In 1982 stelt Toonder het verhaal 'Heer Bommel en de Andere Wereld' (BV163) beschikbaar als boekenweekgeschenk.

Toonders grootste passie, de tekenfilm, heeft wel veel geld gekost, maar is eigenlijk nooit verwezenlijkt. Maar in 1983 verschijnt er dan toch een avondvullende Bommelfilm 'Als je begrijpt wat ik bedoel'. Toonder is echter niet erg tevreden met het resultaat.

In 1986 beŽindigt Toonder de Bommelsaga met het verhaal BV 177 'Het Einde van Eindeloos'.
In 1990 sterft zijn vrouw Phiny Dick.

 
 
Toonder schrijft een autobiografie in 3 delen: 'Vroeger was de aarde plat', Het geluid van bloemen' en 'Onder het kollende meer Doo'.


 
 
In 1996 hertrouwt Marten Toonder met de componiste Tera de Marez Oyens. Drie maanden later overlijdt zij. Hij schrijft daarna het boek 'Tera', als epiloog op zijn autobiografie.
Wegens problemen met zijn gezondheid verhuist Toonder in 2001 terug naar Nederland. Het overlijden van zijn eerste en tweede vrouw en drie van zijn vier kinderen heeft een stempel gezet op zijn late levensjaren.

In 2001 verschijnt van hem een boekje met korte verhalen, getiteld: 'We zullen wel zien'.
In 2002 wordt, ter gelegenheid van Toonders 90ste verjaardag een monument voor hem onthuld in zijn geboortestad Rotterdam. Ter gelegenheid daarvan wordt het boek 'Zoek De Grein' uitgegeven.
In hetzelfde jaar verschijnt het boek 'De Kunst Van Toonder', waarin tekeningen en schilderwerk van hem zijn afgedrukt.

Tenslotte zijn de 177 Bommelsaga uitgegeven in 40 kloeke delen als 'Volledige Werken' door uitgeverij Panda te Den Haag, waarbij alle tekeningen weer op dezelfde grootte zijn afgedrukt in de dagbladen. De delen verschijnen successievelijk van 1990 tot 2002
 
 
 
 
 
Marten Toonders
O.B. Bommel - Een Heer van Stand

 

Personages uit de Bommelverhalen
 
 
 
     
 Nu even goed luisteren!    Was mijn denkraam maar wat groter!
Voluit: heer Olivier Berendinus Bommel. Heer van stand, voor wie geld geen rol speelt.
Bewoner van het slot Bommelstein. Dikwijls onbegrepen. Hoewel zeer klassenbewust, niet onsympathiek.
Rijdt in een bescheiden auto, de Oude Schicht, en gaat bescheiden gekleed: slechts in een geruite jas.

Heeft, vervuld van goede bedoelingen, het onnavolgbare vermogen ontwikkeld in meer dan zeven sloten tegelijk te lopen. Geeft daarvan anderen de schuld.
  Heeft een matig gevoel voor wat redelijk is. Ietwat driftig van aard. Gaat hakkelen wanneer hij nerveus of bang is. Er is nu eenmaal meer dan een heer met een teer gestel kan verdragen.
Is royaal, altijd bereid de portefeuille te trekken. Beroept zich vaak op wat zijn goede vader altijd zei. 'En daar houd ik mij aan.'
Was bijna zijn hele leven lang vrijgezel. Trouwde ten slotte met juffrouw Doddel, zijn buurvrouw, die hem zeer bewonderde.
Voor zover bekend verdween daarmee het avontuur uit zijn leven.
     
 Dat moet geboekstaafd worden!    Na jou, jonge vriend!
     
Argus - Verslaggever    Basil Horrorkitsj - plasticvorst (rechts)
Argus (rat), de schandaaljournalist, die zijn pennenvruchten het liefst in het adellijk kadaver van de chronique scandaleuse laat rijpen

   
   
 
   
Bul Super en Hiep Hieper    Bul Super en Hiep Hieper
Geboefte, vrije jongens. Gewetenloze, ruwe zakenlieden. Betitelen heer Bommel als 'Bolle'. Bul Super, sigarenroker, is de meestal grommende, driftige baas. Hieper, sigarettenroker, is de nerveuze, bangige knecht van Bul Super, die veelal wordt afgesnauwd.   Kunstvervalsers, fraudeurs. Ongunstige schedels. Hieper was bij nader inzien liever eerlijk gebleven. ,,Had ik maar beter opgepast.'' Maar het is te laat. Er is geen oplichterij denkbaar waaraan Super en Hieper zich niet schuldig hebben gemaakt, onder het motto 'zaken zijn zaken'. Worden desondanks nooit langdurig tot het cachot veroordeeld.
     
 Bulle Bas   Bulle Bas en agent Stappers
Commissaris van politie.
Strenge, autoritaire, gezagsgetrouwe dienstklopper, wiens streven het is boeven, schurken en rovers achter de tralies te zetten. Stelt evenwel, bij zijn pogingen het recht zijn loop te laten hebben, niet altijd de juiste prioriteiten.
  Vindt dat in een rechtsstaat een vermoeden nog geen bewijs is, maar neemt heer Bommel nogal eens ten onrechte op de korrel. "Wat je te zeggen hebt, zullen we netjes opschrijven, zodat we het later tegen je kunnen gebruiken." Bulderende, zware stem, maar praat en mompelt ook veel in zichzelf. Driftig van aard. Ziet zich nogal eens voor dilemma's geplaatst: "Donders, wat nu te beginnen?" Belangrijkste assistent: brigadier Snuf.
     
De Heer O. Fanth Mzn - voorzitter van de kleine club    De Heer O. Fanth Mzn - voorzitter van de kleine club
De heer O. Fanth Mzn woont op stand met zijn echtgenote in de villawijk De Heuvels. Het perceel is groot genoeg om er een golfbaan aan te laten leggen. Hij is voorzitter van de herensociŽteit de Kleine Club te Rommeldam. Een enkele keer werd deze positie bedreigd, zoals in het verhaal De gekikkerde vorst, maar in het verhaal De uitvalsels, toont hij zich een crisisbestendig voorzitter.   In het verhaal De vergelder koopt hij met voorkennis aandelen na een reportage van zijn sterverslaggever Argus. Met laatstgenoemde heeft hij een doorlopende haat-liefdeverhouding. Ontslag is snel gegeven en snel weer ongedaan gemaakt.
     
Dickerdack - Burgemeester    Dickerdack - Burgemeester
Burgemeester van Rommeldam. Opportunistisch magistraat. Type dat naar beneden trapt en naar boven slijmt. Vertoeft graag in het gezelschap van markies De Canteclaer van Barneveldt en andere hooggeplaatsten, bij voorkeur in de sociŽteit De Kleine Club voor een begrijpend gesprek. Aanwezigheid van Bommel aldaar wordt door hen met moeite getolereerd. Beschikt over imponerende dienstauto met chauffeur.
   Is soms bereid zich voor de gewone Rommeldammers in te spannen, mits het geen geld kost. Heeft meer oog voor de belangen van het zakenleven. Delegeert het meeste werk aan de klerk Dorknoper of commissaris Bulle Bas. Laat zich een maaltijd op Bommelstein overigens doorgaans goed smaken.
     
 Dorknoper - ambtenaar    Dorknoper - ambtenaar
Ambtenaar der eerste klasse. Correcte dienaar van de magistratuur, met wie niet te marchanderen valt.
Is wel bereid tot een minnelijke schikking.
Maar alles moet altijd kloppen.
Voorschriften dienen te worden opgevolgd.
  Belastingaanslagen moeten op tijd de deur uit en belastinggelden horen stipt te worden betaald.
Tegen daklozen moet zorgvuldig worden opgetreden.
Kadastrale aangelegenheden dienen keurig te worden bijgehouden. Kent zelf alle artikelen van de gemeentelijke verordening uit het hoofd.
Licht ter begroeting beleefd de hoed."Een ambtenaar heeft ook gevoel, al wordt dat dikwijls over het hoofd gezien."

     
 Drs. Zielknijper    Garmt Grootgrut
 'Ik maak dat zo dikwijls mee in mijn praktijk'
'Met geschoolde liefde kan men soms verrassende resultaten bereiken, dat leert de praktijk!'
  Hardwerkende vooruitstrevende Rommeldammer. Hij voert al snel de computer in. Hij is vaak de dupe van manipulaties van het grootkapitaal. De middenstand komt altijd achteraan. Garmt Grootgrut is gehuwd, en heeft een winkel in Rommeldam en bezorgt per driewielervoertuig in de buitengebieden. Hij houdt het contact in stand tussen Joost en het personeel van de markies bij zijn leveranties aan de achterdeur van Bommelstein. Hij is actief lid van de plaatselijke Harmonie. Hij was in zijn jonge jaren een bekend zwemmer
     
 Hocus Pas    Hocus Pas
Hocus Pas start zijn carriŤre al vroeg in de reeks als tovenaar die de Drakenburcht bewoont. Wanneer Heer Bommel en Tom Poes hem verjaagd hebben koopt heer Ollie het slot en maakt het tot zijn Bommelstein. Vanaf dat moment kan men de tovenaar voornamelijk in het Donkere Bomen Bos of de Zwarte Bergen waarnemen. Pas evolueert van tovenaar tot magister in de zwarte kunsten. Zijn voornaamste levensdoel is de duistere heerschappij van de wereld. Daar heeft hij wel krachten bij nodig en die ontbeert hij steeds.
  Door zich voor te doen als 'arme oude man' weet hij vaak zoveel medelijden te wekken dat hij werkelijk dreigt zijn levensdoel te bereiken. Door de listen van Tom Poes en anderen mislukt dit gelukkig altijd. Hij verandert dan in een kraai en vliegt naar het noorden. Tot zijn uitspraken behoren aanroepen van vreemde geesten ("Bij Zazel en Iod") en verwensingen ("Slangen op je pad, meneertje"). Dit alles aangevuld met een kakelend lachje.
     
Hiep Hieper en Bul Super
   Hoos en Zogslijper
Hiep Hieper, zakenman aan lager wal en maat van Bul Super
   Technici van de Olie Handels Maatschappij van AWS
     
 Joost
   Joris Goedbloed
Bediende van heer Bommel, zijn meester, heer Olivier. Verzorgt en serveert eenvoudige doch voedzame maaltijden, meestal met de ogen (bijna) gesloten. Gaat correct gekleed. Maar onder zijn vest, zegt hijzelf, klopt een gevoelig hart. Verzorgt ook de tuin bij slot Bommelstein. Houdt bovendien van krachtig stofzuigen. Kent zijn plicht en zijn plaats. Hetgeen blijkt uit opmerkingen als 'excuseer', 'als ik zo vrij mag zijn', 'met uw welnemen', 'als u mij toestaat', 'als u mij wilt verschonen'. Weet zich overigens opvallend vaak in de penarie te werken.
Raakt dan zijn onverstoorbaarheid kwijt, neemt ontslag, op welk zeer betreurenswaardig besluit hij altijd terugkomt. Want een trouwe en loyale knecht, dat is hij al tientallen jaren.

   Joris Goedbloed (vos), de intellectuele oplichter die zijn slachtoffer met mooie woorden en beloftes paait. Geeft vermaak, voor wie het slachtoffer zijn vermakelijk vindt.
     
 Juffrouw Doddeltje    Juffrouw Doddeltje
Juffrouw Annemarie Doddel (een kat - dus geen poes!; en ook niet voor de poes), het propere (huis-)vrouwtje; buurvrouw van Bommel    Doddeltje is haar koosnaam
     
 Een knus optrekje    Gezelligjes
     'Ach mallerd,'zei zijn buurvrouw verlegen. 'Ik ben geen mevrouw hoor. Ik heet Anne Marie, maar mijn vrienden noemen mij Doddeltje. En je mag gerust nog eens komen als je trek in zuurkool hebt.'
     
 Markies de Canteclaer
   Markies de Canteclaer - Fi donc, amice! 't Is affreus!
Voluit: Querulijn Xaverius markies De Canteclaer van Barneveldt. Ook wel De Cantecler de Barneveld. Onuitstaanbare ijdeltuit, en daarom zo leuk. Wijnkenner. Buurman van Bommel. Haat hem tot diep in al zijn veren, acht hem ver beneden zijn stand, rekent hem eigenlijk tot het grauw, het gemeen, het rapaille, het janhagel. Verkeert zijns ondanks veel met Bommel, die hij met 'ge' aanspreekt. Veinst vaak niet op de naam van zijn buurman te kunnen komen: 'eh....Bommel'.    Spreekt Nederlands in combinatie met fantasie-Frans. Gebruikt woorden als 'parbleu', 'par exemple, 'affreus', 'tiens', 'tonnerre', 'terrible', 'fi donc'. Draagt altijd een lorgnon bij zich. De edelman publiceerde diverse dichtbundels, speelt viool. Krijgt van anderen daarvoor niet de waardering die hij zichzelf in hoge mate toedicht.
     
 Kwetal en Pee Pastinakel    Professor Prlwytzkofsky
Pee Pastinakel is een van de leden van het Kleine Volkje. Hij trekt, gewapend met een kruiwagen en tuingerei, veel met Kwetal op. Hij is meestal de eerste van het Kleine Volkje bij de trek naar het zuiden, het ipsen. Zijn kennis van de natuur is groot, zijn wantrouwen in de wereld buiten het Donkere Bomen Bos zeer groot. Hij vertrouwt meestal op Kwetal wanneer deze hem ervan overtuigt dat de 'reus' Bommel dankzij zijn grote denkraam wel de oplossing zal brengen, ook al is hun leefomgeving al bijna naar de 'verturving'.
Kwetal is ook een lid van het Kleine Volkje dat verscholen leeft in een wereld op redelijke afstand van Rommeldam. Hij is de uitvinder van het volkje en weet met zijn vreemde apparaten surrealistische schijnwerelden en andere tegennatuurlijke verschijnselen te creŽren. Deze apparaten, zoals de oloroon en de verdwijnpunter, worden door niemand op hun juiste waarde geschat en zeker niet door Heer Bommel.
   Professor uit een onduidelijk Midden- of Oost-Europees land, wiens spraak onderhevig is aan Duitse invloeden. 'Der naam is Prlwytzkofsky. Met ener z in der midden. Der goede dag.' De natuurkundige probeert op 'gans wetenschappelijker wijze' het beste voor de samenleving te bereiken. Stopwoord: 'praw'. Werkt aan de gemeente-universiteit en het stadslaboratorium van Rommeldam, maar trekt vaak de wijde wereld in. Wordt geassisteerd door de muis Alexander Pieps. Moet niets hebben van zijn collega Sickbock, die hij als een 'onwetenschappelijker kwak' beschouwt.
 
   
Stappers - agent   Snuf - brigadier
Veel voorkomende familienaam in Rommeldam, die nogal wat politieagenten oplevert.
  Brigadier bij de Rommeldamse politie, rechterhand van commissaris Bulle Bas
     
Kon Gruwer - Konstantijn Kongruwer   Professor Sickbock
Naam van een levensvorm die eieren legt. De jongen kunnen de vorm aannemen van personen uit de directe omgeving: 'vormtrekkers', volgens Kwetal. Konstantijn Kongruwer is een Kon Gruwer die door de invloed van heer Bommel diens vorm aanneemt
  Diabolisch figuur, zeer omstreden en universele geleerde, die het kwade met de wereld voorheeft. Voortdurend aan het experimenteren, met DNA-moleculen of ander spul. Tracht de Schepping te herscheppen naar zijn eigen kwalijke denkbeelden. Betaalt schulden liever niet af. Is wel altijd uit op subsidie ter financiering van de hoge kosten van zijn dubieuze onderzoek. "De wetenschap staat voor niets", meent hij. Roept bij tegenslag of ander ongerief: 'Ei, ei'. Dat gebeurt dikwijls als Tom Poes hem dwarsboomt - dat 'witte ventje'.
     
Steenbreek   Amos W. Steinhacker
Steenbreek treedt in het voetlicht als secretaris van de bovenbazen, met name zijn directe baas Amos W. Steinhacker. Hij is als zodanig de spreekbuis van dit geÔsoleerde groepje grootondernemers naar de wereld der 'minvermogenden', vertegenwoordigd door de stad Rommeldam. Hij werkt met onbeperkte volmacht: de Rommeldamse overheid is dan ook uit eigenbelang vaak bereid in te schikken.   President-Commissaris van de bovenbazen. "We staan voor een crisis", hernam AWS. "Er wordt niet genoeg versleten! Terwijl de wereld schreeuwt om grotere slijtage, worden er nog steeds huizen gebouwd die langer dan tien jaren meegaan. Onverantwoordelijk, Steenbreek! Misdadig! "
     
Terpentijn - kunstschilder   Terpentijn - kunstschilder
Schilder, kunstenaar van naam. Grootmeester en artiest. Leeft dichtbij de natuur. Heeft een afkeer van regelmaat en orde. Kort aangebonden type. Is wat grof in de mond, noemt heer Bommel bijvoorbeeld tegenover Joost weleens diens 'bolle baas', zegt tegen Bommel en anderen 'makker', 'zever niet'. En windt nergens doekjes om: 'Aan m'n zolen.'   Rookt onophoudelijk pijp, draagt altijd een alpinopetje.
Vibreert, is grofstoffelijk bezig, voelt gevaarlijke trillingen. Is op zoek naar rust in zijn geraamte. Kan niet altijd op het juiste, 'eh...dinges', komen.
     
Tom Poes
   Tom Poes
Witte, naakte, geslachtsloze kat met grote ogen. Jonge vriend van heer Bommel, onophoudelijk diens redder in de nood. Voor hem is het heer 'Ollie'. Zeer bescheiden gehuisvest, in de buurt van Bommelstein. Verbond aan menig avontuur zijn naam. Zonder Tom Poes geen Olivier B. Bommel. Roept desondanks ambivalente gevoelens op. Kinderen vinden hem een slimmerik - de echte held van de verhalen, die alles door heeft.
  Was vermoedelijk altijd al de beste van de klas. Volwassenen ergeren zich aan zijn foutloosheid, zijn politieke correctheid, zijn vlekkeloze karakter, zijn immuniteit voor de geneugten des levens, zijn eeuwige listen. En zijn sceptische houding jegens alles wat heer Bommel te berde brengt. Voorziet dat al te vaak van een tweeletterig commentaar: hm.   
     
 Wammes Waggel - enigjes!    Walrus - zeekapitein
Een domme gans, en daarmee is al veel gezegd. Gaat opgewekt door het leven, gedraagt zich als een wandelend pretpark. 'Hihihihi.' 'Goedlachs' is in zijn geval een eufemisme, een woord dat hij ongetwijfeld niet kent. Hetzelfde geldt voor 'naÔef'. Begroet eenieder opgewekt met 'hallo luitjes'. Altijd doende met een nieuwe nering, die nimmer rendabel is. Verkoper van ijsjes in de winter, van erwtensoep in de woestijn, dat soort dingen. Wacht dus dikwijls tevergeefs op klanten. Barst bij tegenslag - mits hij na lange tijd in de gaten heeft dat er sprake is van tegenslag - makkelijk in huilen uit. Dat duurt nooit lang. Want het leven is enigjes, reuze leuk.   Kapitein van de Albatros, een schip van de wilde vaart. Oude, kloeke zeerob, die slechts met tegenzin voet aan wal zet, want daar wonen overgehaalde landrotten. ,,De enige beschaving die ik ken, is ver op zee, zo ver mogelijk van land af.'' Zijn vaartuig ligt desondanks vaak aan de kade van Rommeldam. Is nogal driftig van aard, weinig fijn besnaard, ruw in de mond, stevige vuisten. Maar geen kwade man. Vaardig stuurman, gaat graag op verre avonturen. Spreekt heer Olivier helaas nooit met de juiste naam aan. Bobbel. Boffels. Bommers. Blobbers. Blommers. Boffers. Bobbels. Hobbels. Bubbels. Blubber. Broddel. Maar nimmer: Bommel.
 

 
 Typische citaten in Bommeltaal.

    'Fi donc,' prevelde hij, 'de aarde wordt steeds platter. Een schijf, bewoond door rapalje en botteriken. Het is affreus.' Tom Poes en de grootdoener
    'De toestand was zeer prikuleus, jonge heer. Als de bliksem in je slaat, is het zeker dat je naar de bliksem gaat. Dat is een oud gezegde.'  Heer Ollie en een Bommelding
    'En welke dag is het vandaag?' hield Tom Poes aan. 'Het is zaterdag geworden', zei Sickbock kort. 'Scheert u weg. Ik kan hier geen kreupeldenkers gebruiken!'  Tom Poes en de Bommellegende
    Het was pas herfst geworden, maar de bomen waren al kaal; vol schimmel en draadhippel. Sommige waren zelfs omgevallen door gebrek aan levensvreugde, en ik vrees dan ook dat we hier een staaltje van verzuring voor ons zien.   Tom Poes en het Bommel-verschiet
    'Iemand die Šlles weet wat er te weten is, heeft veel kennis', vervolgde professor Sickbock, die schik in het onderwerp begon te krijgen. 'Maar waarom zou hij alles willen weten? Kennis zonder doelstelling is eigenlijk niet-kennis. Kunt ge me volgen?' Heer Bommel en de weetmuts
    De heer Dorknoper liet intussen de papieren in de gleuf glijden, die naar de ambtelijke molen voerde. (Bewogen aanhalingen, blz. 43)
    'Wij ambtenaren zijn dikwijls zo kwetsbaar omdat het publiek afwijzend tegenover ons staat.'
    (Bewogen aanhalingen, blz. 43)
    Ze regelden de belastingen, de gemeentezaken en allerlei dingen die anders door ambtenaren en andere computers gedaan werden. (Bewogen aanhalingen, blz. 44)
    Op zijn kantoor in Rommeldam zat de ambtenaar eerste klasse die middag beleefdheden uit een ambtelijk schrijven te verwijderen, toen de burgemeester haastig binnenkwam. (Bewogen aanhalingen, blz. 44)
    'Dat kan,' gaf hij toe. 'Een dergelijke zaak is niet eenvoudig, maar wanneer we de nodige formaliteiten in acht nemen, is het niet onmogelijk. Kijk, u moet deze formulieren invullen in drievoud. En na voldoening van de verschuldigde leges en zegelkosten kunnen we aan het werk gaan. Wij, ambtenaren, zijn werkelijk de kwaadsten niet. Met het een en ander zal een korte tijd gemoeid zijn. Een maandje of drie, schat ik.'  (Ambtenaar eerste klasse Dorknoper in Ook dat nog)
    'Ik kom hier voor de belastingen. Die willen nu eenmaal precies weten wat ik heb.
    Ik niet, hoor. Als er maar genoeg is, kan het mij niet schelen.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 43)
    'Ik eis doortastende maatregelen,' sprak hij. 'Parbleu! Mijn rozenperk is ontsierd door de blikjes waaruit het janhagel zijn dégoutante bieren pleegt te consumeren.' (Markies De Canteclaer van Barneveldt in Heer Bommel en de antiloog)
    'U bent een weinig... eh... prematuur, heren,' zei de magistraat. 'Ik zal het rapport in studie nemen, en het nauwlettendÖ eh... reflecteren, zodat ik me op de inhoud kan bezinnen en de hangende kwesties afwegen, met het oog op een sluitende conclusie, die de zaken in het juiste daglicht stelt. Ik begrijp, dat u gepresseerd bent, maar u kunt ervan verzekerd zijn, dat ik er de nodige celeriteit aan zal geven.'   (Burgemeester Dickerdack in Heer Bommel en de antiloog)
    'Wat schort er aan, amice? Ge ziet er bewolkt uit.  Kwam uw spel patience niet uit?'
    (Bewogen aanhalingen, blz. 37)
    'Het is herfst, als u mij toestaat,' zei de knecht.  'De vogels trekken en de gedachten borrelen; het is allemaal heel betreurenswaardig.' (Bewogen aanhalingen, blz. 32)
    Heer Bommel was bezig op ongeschoolde wijze herfstbladeren aan te harken. (Bewogen aanhalingen, blz. 39)
    'Terwijl de wereld schreeuwt om grotere slijtage, worden er nog steeds huizen gebouwd die langer dan tien jaren meegaan. Onverantwoordelijk, Steenbreek!' (Bewogen aanhalingen,  blz. 9
    Argus haalde de schouders op. Als goed krantenman had hij geleerd dat het niet geeft wat men schrijft, zolang men maar schrijft. (Bewogen aanhalingen,  blz. 16)
    'Ik kook, dat zie je toch?' riep heer Bommel overspannen uit. 'Maar die pan deugt niet, zodat de inhoud er uit stijgt.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 50)
    'Heer Tijn! Wilt u eens komen kijken naar een kunstvoorwerp dat ik gekocht heb?  Ik wil graag weten of het mooi is, als u begrijpt wat ik bedoel.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 13)
    'Net wat u zegt, meneer Dorknoper,' zei hij, de hoed lichtend. 'Het leven is kort, maar het zal mijn tijd wel duren.' (Bewogen aanhalingen, blz. 62)
    "Doe iets, Ollie jongen," zei mijn goede vader altijd. "Anders laat je niets na dan een paar vuile sokken. " Dat zei hij, en daar houd ik mij aan. (Wat ben je toch knap - De krookfilm)
    'Dat ventje deugt niet. Het zit vol met kwade streken, als u mij toestaat. Een strenge hand zou meer op zijn plaats zijn dan heer Oliviers gekijk door de vingers.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 35)
    'Wanneer men maar zorgt, dat de papieren in orde zijn, staat de overheid een ruime mate van vreedzaam zitten toe.' (Bewogen aanhalingen, blz. 44)
    'Recht is iets kroms dat verbogen is,' hernam Super na een korte pauze. 'En daar heb ik verstand van, als zakenman zijnde.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 10)
    Een onverwachte wolkbreuk veranderde heer Bommels kampplaats in een modderpoel,  en verdunde zijn soep op onsmakelijke wijze. (Bewogen aanhalingen,  blz. 49)
    'Overwerkt,' prevelde de burgemeester onder het voortgaan. 'Het hoofd vol watten en benen als een broek aan een drooglijn. Ach ik ben aan vakantie toe.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 28)
    'Vrije tijd is de tijd die er over blijft  wanneer men zijn werk gedaan heeft en waarmee men geen raad weet.' (Bewogen aanhalingen, blz. 37)
    'Kijk,' sprak heer Ollie, 'ik was uw verjaardag natuurlijk niet echt vergeten,  want ik had het op een papiertje geschreven, dat ik even had weggelegd, zodat het door mijn hoofd gegaan is.'
    (Bewogen aanhalingen,  blz. 15)
    'Zo'n winter is drukkend voor het innerlijk van een heer. Hij kan zich niet ontplooien, bedoel ik.  Maar in de lente borrelen hem nieuwe sappen door het gemoed, zodat hij vol grote denkbeelden openbarst.' (Bewogen aanhalingen,  blz. 33)
    Zoals meer ontwikkelde lezertjes zullen weten,  is de zee een uitgezochte stortplaats voor olie en andere vloeibare resten. (Bewogen aanhalingen,  blz. 47)
    'Der Flaptrul,' zo prevelde hij, 'is der volwassene met der kinderbrein. en omdat de meeste erwassenen zo ener brein hebben wordt der koeltoer bepaald door der flaptrul. (Het huilen van Urgje)
    'Sommige tijdperken gaan op en andere gaan neer,' legde de spreker uit. 'Deze gaat neer. Het zijn duistere tijden vol onwetendheid. De domheid is zů groot, dat men meent de wereld door denken te kunnen verklaren. Al denkende heeft men goed en kwaad en oorlog en vrede en bromfietsen en politiek uitgevonden. Het is héél treurig!'
    'Wat is héél treurig?' vroeg de burgemeester verontrust.
    'Het denken,' herhaalde LemuriŽl. 'Het denken kan ons alleen maar tot narigheid brengen. Ik wil wedden, dat men in deze tijd de kinderen zelfs naar scholen stuurt, waar ze in plaats van leven het rekenen leren!' (De AtlantiŽr)
    'Dat is ja ongehoord!' vervolgde hij. 'Daar beweert deze Schiml dat het ontwikkelingspeil van de massa niet verder gaat dan dat van een twaalfjarige!  Praw! Volwassen lieden met de ontwikkeling van een twaalfjarig kind; hoe schrikkelijk! Daarom, zo zegt dezer Schiml, is der jeugdprobleem der probleem der massa. Het is der enige probleem, zo zegt hij, maar het is gans kolossaal groot!' (Het huilen van Urgje)
    'Ik bedoel,' hernam hij haastig, 'dat de opvoeding van een moeder meestal overvoeding is,  als u begrijpt wat ik bedoel.' ( Het huilen van Urgje)
    'Het is maar goed, dat u dit niet allemaal hoeft mee te maken, mompelde hij. 'Een Bommel heeft de toekomst, zei u altijd, en daar tracht ik mij aan te houden, want het heden heeft een heer weinig te bieden.
    De kranten staan vol narigheid;  alles is ruw en grof en het peil van de massa zakt meer en meer.  Het is alleen de hoop op de toekomst die mij staande houdt.' (De AtlantiŽr)
 
    'Goed,' legde hij uit, 'is wat de meerderheid denkt. Slecht is wat de minderheid denkt. Maar als de meerderheid iets slecht vindt is het slecht; zelfs als het goed is.' ( Praw! Der hemeldonderweder,  Het monster Trotteldom)
    Het was winter geworden. Natte sneeuwvlokken daalden op Rommeldam neer en een koude noordooster gierde om de buitenwijken. Enige maanden geleden placht de burgerij zich hier met radio's en knalfietsjes langs de wegkanten te vertreden, doch nu was de omgeving geheel verlaten en slechts een eenzame kraam herinnerde aan die gezellige tijden. ( Praw! Der hemeldonderweder,  De niks)
    Mijn horloge is blijven staan omdat ik het niet opgewonden heb voordat ik ging slapen, omdat ik niet ben gaan slapen. Hoe kan ik op zo'n manier mijn overuren bijhouden? (Dorknoper in  De grote onthaler)
    De latinist Joris Goedbloed: Er is een tijd van komen, en er is een tijd van gaan, of zoals wij Latinisten zeggen: 'Lago di como et vasco da gama.
    Het was voorjaar geworden, en om de torens van Bommelstein speelde een zacht briesje dat bloemengeuren met zich voerde. Want de natuur begon te ontwaken, en dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt binnen de muren van het oude slot. "De lente is aangebroken met uw welnemen, heer Olivier," sprak de bediende Joost. "Ik was zo vrij vanmiddag zelfs een tureluur waar te nemen." Heer Bommel keek dromerig voor zich uit en vervolgde met stille stem: "Eerlijk gezegd kan het me spijten dat de winter ten einde loopt. Ik ben hem heel prettig doorgekomen, met behulp van de boeken uit mijn bibliotheek." De trouwe knecht: "Het doet me genoegen dat te horen. Zal ik de port hier neerzetten?"

    De uitdrukking kommer en kwel verscheen voor het eerst in april 1960, in verhaal 89, Heer Bommel en de Hachelbouten. Bommel ontmoet een mannetje met een wandelstok, een haakneus en een lange sik. Het is Hobbel Hachelbout, die hem somber voorspelt: ,,Het is duidelijk, dat er zwarte tijden voor uw deur staan: uw huisnummer, dat 13 is, een oud ravennest, dat op uw hoofd valt, een zéér slecht voorteken; die kale plek in uw tuin... een heksenkring. Het is alles kommer en kwel. 't Is hachelijk. Hiertegen helpt alleen berusting.''

    Het woord denkraam debuteerde op 7 januari 1950 Tom Poes en Kwetal, de Breinbaas. Heer Bommel ontmoet Kwetal en vraagt hoe hij heet, maar Kwetal begrijpt hem verkeerd. ,,Neem me niet kwalijk!'', mompelde de oude, ,,er schijnt een fout in mijn denkraam te zijn ! Ik volg u niet. Ik heb daar trouwens meer last van, van mijn denkraam bedoel ik.''

    Het woord minkukel maakte zijn debuut in   februari 1963, in Tom Poes en het Kukel. Ra-ra, een mannetje met een dokterstas, meet met een soort stethoscoop Prlwytzkofski's kukel. Dat valt niet goed uit:,,Geen plus, verklaarde hij, na een ogenblik aandachtig geluisterd te hebben. ,,Een min-kukel. Dank u.''
 
 
 
Opmerkelijke uitspraken.
 
    Pee Pastinakel:
'Ipsen,' verbeterde Pastinakel omkijkend. 'De natuur gaat ipsen en ik ook. Dat is natuurlijk. Maar eerst moet ik de mir bergen. Die heb ik gezameld toen de zon hoog stond, en die is nodig voor de natuur. Als de zon weer terug komt.'
 
  Professor Sickbock:
'Ei, hoe heb ik deze kleinigheid voorbij kunnen zien?
De berekeningen kloppen en de wortel uit min één is getrokken.
Geniaal werk.
Maar door een kleinigheid als een deurslot staat alles op losse schroeven.
Of heb ik niet ver genoeg gedacht en is de paradox me boven het hoofd gegroeid?'
    Brigadier snuf:
'En eh... o ja; er is een vermissing aangegeven.
Meneer Bommel O.B. is verdwenen.
Weggelopen in overspannen toestand, zonder medeneming van kleding, levensbehoeften of chocolademelk.'
 
  Psycholoog Drs. Zielknijper:
'Rustig maar; geen zorgen,' vermaande de zielkundige.
'Vergeetachtigheid zie ik zo dikwijls in mijn praktijk.
We zullen de verdrongen onlusten wel loswoelen.
Gaat u ontspannen zitten, en vertel uw eerste herinnering maar eens.'
    Schilder Terpentijn:
'Zorg dat ik een goede werkplaats krijg, zonder frutsels en tierelantijnen.
Een kamer waar niks in staat, zodat jouw grofstoffelijke trillingen de enige zijn, die mijn vibratie storen.
Ik moet een inzicht op het doek gonzen, dat er niet is - en dat kost me het merg uit mijn eh... dinges, makker!'
    Professor Prlwytzkofski:
'Nah; wanneer het werkzaam is zal ik het kortheidswege der Prlwytzkofskidefensiepulvr noemen.
Nog een weinig houtskool wellicht, en der swefel niet vergeten...'
 

    Hoofdredacteur O. Fanth Mzn. en journalist August Argus:
'Is dat berichtgeving? Wat zijn de oorzaken? welke bende zit er achter?
Is er een geheime bom gaan lekken? Is er een proef uit de hand gelopen?
Wat? Kan je geen beter verslag leveren?'
'O, jawel,' gaf de journalist toe.
Maar ik heb wel iets leukers te doen, hahaha.'
    Ambtenaar eerste klasse Dorknoper:
'Kijk; u moet deze formulieren invullen in drievoud.
En na voldoening van de verschuldigde leges en zegelkosten kunnen we aan het werk gaan.
Wij, ambtenaren, zijn werkelijk de kwaadste niet.
Met het een en ander zal een korte tijd gemoeid zijn.
Een maandje of drie, schat ik.'
    Bul Super en Hiep Hieper:
'Treurig,' zei Hieper. 'Een gebroken ruit!
Dat vraagt om een inbraak.
Hoe licht zouden een paar arme drommels niet in de verleiding kunnen komen om er in te klimmen? Zoiets moest verboden worden!'
   
     'De lezing van dit werk kan ernstige gevolgen hebben!', aldus de zielkundige drs.Z.te R.
Ik zie dat zo dikwijls in mijn praktijk.
Wat op doortastende wijze wordt hier bij enkele proefpersonen onder de drempel van het bewustzijn gewoeld, zodat alles wat daar onderdrukt beweegt, aan het daglicht gebracht wordt.
Een baaierd van verschrikkingen treedt ons tegemoet; begeleiding door een geschoold agoog is dan ook een dringende vereiste.

    Magister Hocus Pas:
'De krachten, die de Ouden op deze plek begraven hebben, die zullen een nieuwe Hocus Pas van mij, arme, oude man, maken.
De wereld zal aan mijn voeten liggen.
Hehehe! Schaduw en padden op het pad van de wereld.'
    Markies De Canteclaer van Barneveldt:
'Ik eis doortastende maatregelen,' sprak hij.
'Parbleu! Mijn rozenperk is ontsierd door de blikjes waaruit het janhagel zijn dégoutante bieren pleegt te consumeren.
'Fi donc,' prevelde hij, 'de aarde wordt steeds platter.
Een schijf, bewoond door rapalje en botteriken.
Het is affreus.'
     Annemarie Doddel:
'Arme Olie,' zei ze medelijdend.
'Je hoort eigenlijk in je bed, want je ziet er vreselijk uit.
Maar dat is niks voor jou hé? Met je geweldige wilskracht!
Zolang je nog kunt kruipen zal je niet gaan liggen.
Jij kunt eigenlijk alles wat je wilt!'
     Joost:
'Dit geluid herken ik, wanneer men mij toestaat', prevelde hij.
'Daar nadert heer Olivier uit de vreemde!
Ach, het was rustig zonder hem, maar toch ben ik blij, dat hij er weer is.
Nu krijgt het stof afnemen weer een diepere betekenis.'
     Joris Goedbloed:
Deze  geur is stuitend... te meer omdat mijn gedachten uitgaan naar een Potage a la Creme!
Ik zal moeten omzien naar een gepaste bron van inkomsten want dit gaat niet langer... koolsoep valt bij mij altijd slecht.
     Comestibleshandelaar Grootgrut:
'Welja,' sprak de winkelier. 'Havermout en koffie.
Hoe denkt u die te betalen, meneer Bommel?
Houdt u mij ten goede, maar de middenstand moet ook leven!'
     Kwetal de Breinbaas:
'O, heel gewoon,' zei de oude achterloos.
'Je doet gewoon een slangetje aan de gnom en dan steekt je het in de grond.
Dan trekt de zapl vanzelf omhoog zodat het wiel gaat draaien.'
     Burgermeester Dickerdack:
'U bent een weinig.. eh... prematuur, heren,' zei de magistraat.
'Ik zal het rapport in studie nemen, en het nauwlettend eh... reflecteren, zodat ik me op de inhoud kan bezinnen en de hangende kwesties afwegen, met het oog op een sluitende conclusie, die de zaken in het juiste daglicht stelt'

 


Kapitein Wal Rus:
'wie gaat er nu naar het buitenland voor zijn rust?
Welk buitenland?
Hoor eens, ik ben een eerlijk zeeman en ik ben blij, dat ik een dek onder de voeten heb en over een paar dagen het sop weer opga.'


Wammes Waggel:
'Tom Poes!' riep de musicus verrast, toen hij de ander gewaar werd.
Ga je ook die kant uit?
Dan kunnen we samen lopen; dat is gezellig voor je.'
 
 
 Copyright © 2008, Stichting Het Toonder Auteursrecht (met schriftelijke toestemming geplaatst)