Giordano Bruno 1548 - 17 februari 1600


 
 "Vol vertrouwen spreid ik mijn vleugels uit naar de ruimte.
Ik vrees geen grens van kristal of van glas,
Ik doorklief de hemel en zweef naar het oneindige.
En terwijl ik van mijn eigen wereld naar een andere reis
En steeds verder doordring in de eeuwige ruimte,
Laat ik dat wat anderen van veraf zagen,
Vér achter mij."

Giordano Bruno

 

Giordano Bruno van Nola, naar zijn vaderstad in Italië in het Latijn Nolanus genoemd, werd in 1548 geboren. Op de leeftijd van 15 jaar oud werd hij monnik in de orde van de Dominicanen. Reeds als jong wijsgeer raakte hij met het kloosterleven, door haar dogmatische, benauwende leer in conflict. Hij ontwierp een, voor die tijd, opmerkelijk wereldbeeld, waarin het heelal oneindig was en vervuld van de goddelijke wereldziel. God was voor hem niet buiten de wereld, zoals tot dan toe werd geleerd, maar ín de wereld als de grote beweger van alles.

Deze wereldbeschouwing was voor de 16e eeuw veel te verregaand. Zijn ideeën waren de tijd van toen eeuwen vooruit. Na 13 jaar moest hij het klooster verlaten. Hij begon nu een zwervend leven te leiden dat hem eerst naar Schweinitz bracht, waar hij zich bij het Calvinisme aansloot.

Maar al gauw maakte hij zich ook van Calvijn weer los, doorkruiste Frankrijk en Engeland, maakte zich door zijn wispelturige aard overal ongeliefd en vond nergens rust.

Hij was een aanhanger van de leer van Copernicus, die in Wittenberg door Rhaeticus gepubliceerd was. In 1596 kwam hij hier terecht en verwachte hij van de, in die tijd modernste universiteit, steun voor zijn ideeën en de mogelijkheid om deze verder te ontwikkelen. Meer dan twee jaren woonde hij er dan ook en onderwees hij er de wijsbegeerte van Aristoteles. Van Bruno is een interessant schildering over de betekenis van de Wittenbergse universiteit in de vorm van een lofrede op de "Leukorea" bewaard gebleven.

Na de periode in Wittenberg volgden weer rusteloze jaren van rondzwerven – onder meer in Praag - tot hij de drang om zijn vaderland terug te zien niet langer kon weerstaan en hij in 1592 daarheen terugkeerde.

Hier viel hij door verraad door een ‘vriend’ in handen van de inquisitie en werd hij aan Rome uitgeleverd. Hij onderging na een gevangenschap van zeven jaren op 17 februari 1600 op de Campio di Fiore in Rome de dood op de brandstapel, samen met zijn geschriften. Op dezelfde plek werd in 1889 zijn standbeeld onthuld.
 
 
 
 
 Lieflijke knaap die je bootje losmaakte van de oever,
en je ongeoefende hand op de breekbare,
naar de zee verlangende roeispaan legde,
nu ben je plotseling bewust van je ongeluk.

je ziet de noodlottige golven van de verrader,
je voorsteven die beurtelings teveel daalt en klimt;
en je door kwellende zorgen overmande ziel
kan niet op tegen de zijdelingse en gezwollen waterstromen.

je staat je riemen af aan je woeste vijand,
wacht schier onbezorgd op de dood,
en sluit daarbij je ogen om deze niet te zien.

Als er niet snel enige bevriende hulp komt,
zul je zeker weldra de laatste gevolgen ervaren
van jouw door onwetendheid en nieuwsgierigheid ingegeven streven.

Mijn wrede lot is gelijk aan het jouwe,
want verlangend naar liefde ervaar ik
de hardheid van de grootste verrader.

Giordano Bruno

 

Giordano Bruno had een reeks wijsgerige en satirische geschriften achtergelaten. 
De grote denkers van dit tijdperk, waartoe ook Leonardo da Vinci, Christoffel Columbus, Martin Luther en Nicolas Copernicus behoorden, hadden een veelzijdige geestelijke achtergrond. Bruno was bijvoorbeeld filosoof, priester én astronoom. Al op vroege leeftijd hield hij zich bezig verschillende wetenschappen, waaronder wiskunde en astronomie. Hij droeg bij aan de herontdekking van de kennis van de Grieken en andere beschavingen, waarvan men dacht dat die twee millennia eerder verloren was gegaan. Heel Europa stond toen aan de vooravond van grote veranderingen. De mensen waren bezig de ketenen van de Middeleeuwen en van hun onderdrukkers – met name de kerk ten tijde van de Middeleeuwen – van zich af te schudden. Bruno was een van de vertegenwoordigers van deze ommekeer. Samen met de andere vooraanstaande denkers van dit tijdperk luidde hij het nieuwe tijdperk in. Hij stelde de autoriteit van de kerk aan de kaak en uitte kritiek op haar visie dat de wereld een platte schijf is met Rome als middelpunt. Ketterse beweringen zoals deze brachten Bruno in handen van de inquisitie en uiteindelijk op de brandstapel.

De dominicaan Giordano Bruno was geen wetenschapper in de enge betekenis van het woord, hij was vooral een grote filosoof, iemand die enorme aandacht had voor iedere vorm van menselijke kennis. Hij verdedigde o.m. dat de aarde enkel een stipje was in een oneindig universum. In de periode waarin hij leefde en werkte, was dat een revolutionaire ontdekking. Het was echter ook een afwijking op het dogmatische geloof van Rome en hij kwam meteen in conflict met de hoogste katholieke kringen.  

 

"Ik wil en mag niets herroepen,
Er is niets dat ik herroepen kan,
Ik heb geen te herroepen leerstof
En ik weet niet, wat ik herroepen moet.”

Giordano Bruno
 
 
 Op 17 februari 1600 wordt Bruno op de brandstapel gezet. Een ijzeren pen door zijn mond en tong brengt hem tot zwijgen.

 
 
 OM OPNIEUW TE LACHEN

Ter nagedachtenis aan Giordano Bruno
José Antonio Llamas Fernández

Om opnieuw te lachen zou het nodig zijn
enige list te beramen, zich met moed te wapenen
en niet aanvaarden dat we het laatste bolwerk,
de laatste loopgraaf verloren

Bij het lopen over deze stranden met gouden zandkorrels
wissen onze voeten de sporen uit
die eveneens medeplichtig zijn
De golven blijven het spel spelen van elkaar achtervolgen,
maar wij zijn alleen

De rode zon, afgelegen, gelijk een eenzame bejaarde
overdenkt ons opgeven
terwijl ze zich onhoudbaar naar haar eigen afgrond richt
zonder dat de onverbiddelijke komst van de nacht haar stoort

Om opnieuw te sterven zou het nodig zijn
zich met de statigheid te wapenen van de overwonnenen
die op weg zijn naar de brandstapels opgericht
op de pleinen van een gisteren dat nog steeds
ons geheugen verzengt

Lopen tot aan het einde van de weg
van de geschiedenis om van de bomen alle takken
af te rukken die brandden

Om opnieuw te lachen zou het nodig zijn terug te gaan,
stuk voor stuk, tot het allerdiepste punt
van alle nachten en elk in het bijzonder
inbegrepen die waarin jij brandde

 

"Giordano Bruno was een van degenen die het meest aan de verbreiding van de esoterie in Europa hebben bijgedragen. Sterk beïnvloed door de geschriften van zijn Italiaanse landgenoten Ficino en Pico della Mirandola, maar ook door Henricus Cornelius Agrippa was hij een ijverig lezer van het 'Corpus Hermeticum'. In zijn boek 'Verdrijving van het zegevierende beest' (1584) gaat hij zo ver te beweren, dat het Egyptische Hermetisme superieur is aan het christendom. In het begin van zijn boek roept hij een vereniging van goden aan, die verenigd zijn met het oog op een algemene hervorming van de mensheid, wat een terugkeer naar de Egyptische religie lijkt. Dit thema van de noodzaak van een universele hervorming zal grote invloed hebben, met name op 'Het Nieuws van de Parnassus' van Traiano Boccalini. Een van de hoofdstukken uit dit boek zal spoedig gebruikt worden als inleiding van de 'Fama Fraternitatis'. Bruno staat dichter bij Ficino dan bij de christelijke kabbalisten; hij heeft niet veel op met joden en verwerpt derhalve de kabbala. Met hem verdwijnt de figuur van de christelijke magiër helemaal. Hij houdt meer van de Egyptische magie van de 'Asclepius'. Hij wijst erop, dat de christenen het symbool van het kruis uit Egypte hebben gestolen en voorspelt de terugkeer tot de Egyptische religie. Al gauw gaat hij zijn theorieën verkondigen aan het hof van Rudolph II en in Engeland. Zijn theologische en wetenschappelijke opvattingen - bijvoorbeeld zijn voorstelling van een oneindig universum, een theorie die hij o.a. aan Nicolaus de Cusa ontleende – lieten hem uiteindelijk op de brandstapel eindigen.”
Bron: Amorc
 
Citaten
 
Alle dingen zijn in het universum en het universum is in alle dingen; wij zijn het en het is in ons; op deze manier komt alles samen in perfecte eenheid.

De stommelingen van de wereld zijn degenen die religies, ceremonies, wetten, geloof en leefregels hebben gemaakt.
 
God is in iedere grashalm, in iedere korrel zand, en in ieder atoom dat zweeft in het zonlicht.

Wij kunnen met zekerheid stellen dat het middelpunt van het heelal overal en de omtrek nergens is
 
 
Alle dingen in het universum zijn in overeenstemming met elkaar. Het is geen materie, want het heeft geen gestalte en kan die ook niet krijgen, het is niet begrensd, noch te begrenzen