De zee, de stilte en God - een verhaal van Hendrik Klaassens

 
 

Er is één bijzondere plek waar ik me het dichtst met God verbonden voel: dat is de Friese waddenkust. Vooral 's avonds laat, als de schemering al is ingevallen en het laatste daglicht nog boven de horizon in het westen gloort, als je alleen nog het gekrijs van overvliegende meeuwen kunt horen en vage, onbestemde geluiden tot je doordringen die over het wad worden aangedragen, voel ik in die ruisende stilte hoe God soms heel dicht bij me is en Zijn gedachten in me vloeien. Het zijn deze stille gesprekken met Hem, die me op momenten van grote rusteloosheid en soms vertwijfeling dichter bij Hem hebben gebracht. Alsof er dan een last van me afviel en er zich verten voor me openden, die ik in mijn rondcirkelende gedachtejacht niet had gezien, alleen maar vermoed.

Sommige plaatsen lenen zich er bij uitstek voor om je weer te verbinden met de Ongeziene, met onze Vader - ver van de drukte en het rumoer van de stad. Staande op de dijk, met uitzicht over het eindeloze wad, waar je in de verte het zwaailicht van vuurtorens ritmisch over de eindeloze golven ziet glijden, voel ik  me soms innig verbonden met Hem.

Het zijn geen woorden die ik dan hoor, maar meer het invloeien van gedachten, beelden soms ook, die me mijn dagelijkse zorgen plotseling, als in een flits, in een heel ander licht laten zien. Hoe groter de afstand is tot het dagelijkse 'ik' met al zijn zorgen, plannen en bezigheden, des te kleiner is de afstand tot Hem, die eigenlijk altijd wel bij ons is, maar die we meestal door ons gejaag en gejacht niet eens opmerken.

Langzaam wordt de schemering dan dieper; als de eerste sterren verschijnen en de Melkweg langzaam zichtbaar wordt als een flonkerend lint van licht, zich uitstrekkend van horizon tot horizon, voel ik de adem van Zijn gedachten, Zijn aanwezigheid: véél milder, weidser en dieper dan mijn eigen gedachten, ze liefdevol omvattend, maar toch niet helemaal samenvallend daarmee.

Inzichten worden me dan soms gegeven, gedachten die ik alleen maar vaag had vermoed, rustend op de bodem van mijn ziel, klaar om te worden gewekt.

Binnen en buiten vloeien samen, de diepten van de ziel openen zich en worden doordrongen door de eindeloze weidsheid van Hem, die ons tot in elke vezel kent, maar ons nooit veroordeelt, hooguit op een liefdevolle manier wijst op dingen die we anders zouden moeten doen om onszelf en anderen gelukkiger te maken.

Als ik die rust en stilte eenmaal in mezelf heb gevonden, gaan mijn gedachten uit naar de liefdevolle dingen die ik graag voor anderen zou willen doen. Dan vraag ik Hem om een zegen en om kracht om vol te houden, ook als het moeilijk wordt, om niet te verslappen als mij allerlei hindernissen in de weg worden gelegd.

Voor mij is dit een manier van bidden - bidden met de ogen open, met de blik vooral naar binnen gericht. Een vorm van zelfbeschouwing, van meditatie, waarbij ik me liefdevol verbonden voel met Hem.

Lang werken zulke ervaringen na, als een wolk van liefde en licht waardoor je wordt omgeven, als een diepe stilte die bezit van je heeft genomen - een stilte die ver draagt, kracht geeft, je weg verlicht.