Herinneringen aan WO I en WO II in de Vlaamse Westhoek

 
 
 
 

 
 
 
Ik ben soldaat

Ik ben soldaat doch tegen mijn begeren
Toen ik het werd heeft men mij niet gevraagd
Men trok mij mee, ik mocht me niet verweren
Ik werd gevangen en als wild gejaagd

Van 't ouderhuis en van mijn liefjes harte
Verjoeg men mij en uit de vriendenkring
Als ik daaraan denk met kommer en met smarte
Ontgloeit m'n toorn en mijn verbittering

Ik ben soldaat, 'k moet dag en nacht marcheren
In plaats van werken moet ik op schildwacht staan
In plaats van vrij te zijn moet ik salueren
Voor lummels vol van domme eigenwaan

En in de strijd moet ik de moordenaar worden
Van broeders die ik geen van allen haat
Daarvoor krijg ik verminkt een ridderorde
En hongerig roep ik dan 'ik was soldaat'

Oh broeders, of gij Duitsers zijt of Denen
Uit Frankrijk, Oostenrijk of Engeland
Met rood of blauwe broeken aan uw benen
Reikt aan elkaar voorgoed de broederhand

Kom laten wij naar huis te saam marcheren
Onszelf bevrijden uit de slavernij
Om hand in hand de oorlog te verleren
Soldaat der vrede noem ik gaarne mij

(Wannes van de Velde)
 
 
 
 
 00. Inleiding
 
 
De streek rond de IJzer in West-Vlaanderen was van 1914 tot 1918 het toneel van de oorlog tussen Duitsland en België.

Duitsland verklaarde de oorlog aan België omdat de toenmalige koning van België, Albert I, weigerde om het Duitse leger doorgang te verlenen op hun tocht naar Frankrijk waarmee zij in oorlog waren. De gevolgen waren niet te overzien en jarenlang veranderde de Westhoek in een schrikwekkend strijdtoneel. Hele steden en dorpen werden verwoest en honderdduizenden soldaten van allerlei nationaliteiten, meestal jonge jongens voor wie het leven pas begon, vonden er een vreselijk einde. (in Ieper alleen al sneuvelden 500.000 soldaten)

Het is dan ook geen wonder dat deze hele streek bezaaid is met militaire begraafplaatsen, oorlogsmonumenten en musea die de herinnering aan  ‘De Grote Oorlog’ voor de toekomst bewaren.
 
         
                                Britse militaire begraafplaats in Passendale                                       Duits Kerkhof
 
 
 Willem Vermandere, een Westhoekse kunstenaar en zanger, schreef hierover deze prachtige ballade:
 
 

 DUIZEND SOLDATEN
 


als ge van ze leven in de westhoek passeert
deur regen en noorderwinden
keert omme den tijd[1] als g' alhier passeert
den oorlog ga j' hier were[2] vinden

ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
en 't graf van duizend soldaten
altijd iemands vader, altijd iemands kind
nu doodstil en godverlaten

laat de bomen nu maar zwijgen
en dat 't gras niets verteld
en de wind moet 't ook maar nie zingen
dat julder'n[3] dood tot niets hè geteld
dat waren al te schrik'lijke dingen

zeg 't gaat al goed der is welvaart in 't land
en de vrede ligt vast in de wetten
we maken wel wapens maar met veel meer verstand
maar just[4] om den oorlog te beletten

en grote raketten atoom in den top
we meugen[5] toch experimenteren
we mikken wel ne keer naar mekaar zijne kop
maar just om ons 't amuseren

als ge van ze leven in de westhoek passeert
deur regen en noorderwinden
keert omme den tijd als g' alhier passeert
den oorlog ga j' hier were vinden

ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
en 't graf van duizend soldaten
altijd iemands vader altijd iemands kind
duizend en duizend soldaten
duizend en duizend soldaten
duizend en duizend soldaten

[1] Keer terug in de tijd
[2] terug
[3] Jullie
[4] Alleen
[5] Mogen
Wanneer ik tijd heb zal ik de volledige tekst wel eens omzetten in het Nederlands. 
 

Amper twintig jaar later, in W.O. II, kreeg Westhoek opnieuw te lijden van de Duitse bezetting.

Waar in de eerste wereldoorlog de Duitsers hier werden verhinderd om verder door te trekken naar Frankrijk, werd West-Vlaanderen in W.O. II misbruikt door het Duitse leger om de geallieerden te verhinderen om in Europa te landen.
 
Een tijdje geleden gingen we op verkenning in de Westhoek en ik wil proberen hier een verslag weer te geven van de wat wij er hebben gezien en beleefd.

We logeerden in Ieper, een van de drie grote West-Vlaamse steden die tijdens W.O. I bijna met de grond gelijk werden gemaakt.
Negen eeuwen geschiedenis werden hier in een paar maanden verwoest. Later werd de hele stad heropgebouwd, dank zij de grote inzet van de Ieperlingen
 
 
 
        01.  Dag een: Ieper      
 
 
 
 Museum: In Flanders Fields – Grote Markt in Ieper
 
 
 
 Toren van de Lakenhallen in Ieper
 
 
 
  Ingang van Flanders Fields museum in Ieperse Lakenhallen
 
 
 In de prachtige Lakenhallen bevindt zich zowat het grootste oorlogsmuseum uit de streek.

Hier wordt vooral de nadruk gelegd op de menselijke kant van het hele gebeuren:
Hoe heeft de plaatselijke bevolking deze wrede gebeurtenissen beleefd, wat waren de gevolgen voor de burgers; hoe vreselijk hebben de jonge soldaten in de troosteloze loopgraven geleefd, geleden, gevochten en de dood gevonden terwijl ze riepen om hun geliefden; hoeveel wonden zijn er geslagen in West-Vlaamse bodem, wonden die nog steeds de littekens vertonen van de Grote Oorlog?

Bij de ingang kreeg iedereen een soort ponskaartje mee met daarop de gegevens en foto van een soldaat die de oorlog echt heeft meegemaakt. In diverse computers in het museum kon dat kaartje ingebracht worden waarna er op het scherm te lezen was wat 'jouw' soldaat op dat moment van de Grote Oorlog beleefde.
Toevallig was 'mijn ' soldaat precies een jongen uit mijn oude buurt, ik ging zelfs naar school vlak bij de plek waar hij nu begraven ligt.

Het museum maakte dan ook heel wat emoties los en vertoont iets, dat wij alleen nog maar kennen uit de geschiedenisboekjes, ineens levensecht.

Heel veel foto's, exclusieve filmpjes, tableaus, voorwerpen en zelfs nagebouwde loopgraven en andere locaties (waar men zelf kan ervaren hoe de omstandigheden waren waarin al die jonge jongens het leven verloren) maakten van dit museumbezoek een unieke ervaring.

Wie meer wil weten over dit museum kan HIER terecht.
 
 
 
 
 
 
 Kerstdagen 1914

Iets wat in dit museum een zeer grote indruk maakte was het verhaal over wat er gebeurde in de kerstnacht van 1914 aan het front. Op veel plaatsen was er een informeel bestand en vierden de soldaten, vriend en vijand samen, kerstmis. Daarna ging de oorlog gewoon door.
 


Uit de folder van het museum:

In de kerstnacht van 1914 was de verbroedering tussen Britse en Duitse soldaten verrassend groot. De verslagen van zowel officieren als van gewone soldaten doen vermoeden dat minstens twee derde van de Britse sector erbij betrokken was. Bij de Fransen en de Belgen was het niet veel anders.

Kerstavond was een prachtige, maanverlichte vriesnacht, die nog mooier werd toen de Duitsers op kleine kerstbomen kaarsen lieten branden en ze boven op de borstweringen plantten. Net het voetlicht van een schouwburg, schreef een Britse soldaat. Er werden kerstliederen gezongen ( Ik denk dat we minder harmonieus klonken dan de Duitsers) Dan werd er heen en weer geroepen: Hallo Tommy! ; Hello Fritz!

De vijanden waagden zich voorzichtig in het niemandsland, schudden elkaar de hand, gaven elkaar een vuurtje en wisselden geschenken uit: Duitse worsten en sigaren, ingeblikte hutsepot, tabak, familiefoto’s en Londense kranten.

Het bestand duurde minstens tot tweede kerstdag. Op sommige plaatsen hield het stand tot Nieuwjaar.

Maar in andere sectoren ging de oorlog gewoon door. De toestand kon 200 meter verder anders zijn, afhankelijk van de houding van de bataljonscommandant. Overal waar het tot een bestand kwam, maakten beide zijden gebruik van de gelegenheid om hun doden te begraven en hun loopgraven te versterken.
 
 
Onderstaand gedichtje, uit een frontblaadje, laat zien dat het bestand niet overal van kracht was.


Kerstnacht aan de IJzer

’t Is kerstmis. Aan d’IJzer in regen en nacht
Staat bibberend en treurig een eenzame wacht.

Hij droomt… De familie zit weder geschaard
- ook hij - rond den kerstblok die vlamt in de haard.

Hij droomt en vergeet hoe alléén hij hier staat,
Hoe bits-kou de regen bespritst zijn gelaat.
Hij luistert – en over de Mangelgouw uit
Blij klangelt der klokken hoogfeestlijk geluid.

Hij droomt van een kerke vol schitterend licht:
Zijn kinderkes knielen voor ’t Goddelijke Wicht.
Een belleke rinkelt… een engelenstem:
"Adeste… "De vrede van Bethlehem.

Maar plots boemt geschut als gevloek wijd en zijd!
De jongen ontwaakt uit zijn droomen en … schreit;
’t is Kerstmis. Aan d’Ijzer in regen en nacht
Staat bibbrend en weenend een eenzame wacht.

uit: het frontblaadje "Boos Iseghem”
 
 
Meer gedichten uit oorlogstijd vind je HIER 
 
 
 
 De Menenpoort
 
 
 

Het Menin Gate Memorial to the Missing (Menenpoort) werd in 1923-1927 opgetrokken op de plaats van de oude oostelijke stadspoort.
Via deze doorgang trokken duizenden en duizenden militairen van het Britse Imperium (Britten, Canadezen, Australiërs, etc.) naar het front, ... en keerden er nooit van terug.
Op het eerste gezicht lijkt het monument een klassieke triomfboog, maar in de wandplaten zijn de namen van de vermisten van de frontboog van Ieper en Wijtschate-Mesen gebeiteld, militairen van wie de lijken niet teruggevonden of niet geïdentificeerd konden worden.  
 

 
Een triest totaal van 54.000 namen op 60 genummerde panelen
 

In de centrale Hall of Memory spelen klaroenblazers van het stedelijke brandweerkorps nog elke avond, om 20.00 uur de Last Post.
 
 
 
 
 
 
 
Dit gebeurt al sinds 1926. Deze taptoe van het Britse leger wordt gespeeld als hulde aan alle oorlogsdoden en is zeer aangrijpend.
 
 
 
 
    
 
 The Last Post                                              Kransen van Poppies

Bij heel veel graven en monumenten liggen poppies.

Poppies zijn symbool geworden voor de herdenking van de Grote Oorlog, dank zij het wereldberoemde gedicht: In Flanders Fields, geschreven door John Mc Crae, een Canadese arts aan het toenmalige front.
Poppies zijn klaprozen en zijn sindsdien symbool voor het vergoten bloed van al die soldaten in W.O. I.
Op veel graven van militairen kan je kunststof kruisjes vinden, versierd met een rode klaproos. Aan veel monumenten liggen kransen met poppies.

 
 
 
In Flanders Fields

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow

In Flanders fields.
John McCrae (1872-1918)
 
 
 
 
 
    02. Dag twee: Diksmuide en omgeving  
 
 
De IJzertoren

Diksmuide is, net als Ieper, een Westhoekse stad die het zwaar te verduren kreeg tijdens de Grote Oorlog. De Grote Markt bijvoorbeeld moest na de oorlog van de grond af heropgebouwd worden.
Het was een van de gevaarlijkste plaatsen van het Belgische front. De stad en de wijde omgeving zagen er in 1917 – op het dieptepunt van de stellingenoorlog – troosteloos uit.

Op de Grote Markt van Diksmuide bezochten wij de prachtige Sint Niklaaskerk ( onder wiens toren ik jaren geleden ooit een jaar les gaf in de Katholieke School voor meisjes)
Na de Eerste Wereldoorlog werd de kerk naar een plan van de 14de eeuwse vroeggotische versie weder opgebouwd. Ook aan de 18de eeuwse torenspits werd de oorspronkelijke vorm teruggegeven.
 
 
 
 
Glasraam en orgel

In mei 1940 kreeg de kerk opnieuw een verwoesting door brand te verduren zodat het huidig gebouw het resultaat vormt van de restauratie in 1945 uitgevoerd. Door de verschillende verwoestingen bezit de kerk een sober doch rijk interieur met recente werken die de oude in vorm en stijl respecteren. Een voorbeeld is de piëta of Nood Gods wat ongetwijfeld als het meest expressieve kunstwerk van de Sint Niklaaskerk geldt. De Moeder van Smarten, geknield op de grond, het rouwgewaad als zware sluier over het hoofd, drukt het levenloze lichaam van haar zoon tegen zich aan. De kunstenaar O. Sinia heeft hier niet gekozen voor een nieuw thema. Het motief is reeds heel oud en één van de meest voorkomende in de late middeleeuwen. Het bronsgietwerk is van de gebroeders Minne uit Gent. Achter de bronzen piëta hangen zeven schilderijen die de weeën (smarten) van Maria voorstellen. Het is werk, olie op doek, van de Gentse pater Andreas Bosteels.

 
 
Pieta

Na ons kerkbezoek, waar we tot mijn grote verbazing ook een replica van het beroemde Lam Gods aantroffen, genoten we op een terrasje naast het stadhuis van een heerlijk kopje koffie.

 
Daarna reden we richting IJzer en dus naar de site waar de IJzertoren hoog boven het landschap zichtbaar is.

De eerste IJzertoren werd tijdens W.O. II, in 1946, totaal vernield door een dynamietaanslag. Met het puin van die vernielde toren werd de Paxpoort opgetrokken, in 1949, aan de vier hoeken staan indrukwekkende beeldhouwwerken van Karel Aubroeck die jonge mensen voorstellen die het tijdens deze wrede oorlog voor Vlaanderen wilden opnemen. Verder zien we aan de vier zijden, in vier talen, de woorden: Nooit meer Oorlog! – No more War – Nie wieder Krieg – Jamais plus de Guerre!
 
 
 
 

Onder de poort door kom je aan het Heldenhuldekruis. Op deze plek werd van 2 januari 1928 tot oktober 1929 aan de eerste IJzertoren gebouwd, een 50 meter hoge hulde aan de vele Vlaamse soldaten die in deze streek het leven lieten.

Op 16 juni 1945 sloeg een springlading een bres in het monument en in de nacht van 15 op 16 maart 1946 werd de toren door ‘onbekenden’ helemaal opgeblazen. Tussen de stompen van de ruïne werd meteen het Heldenhuldekruis opgericht.
 
 
 


 Heldenhuldekruis gezien vanonder de Paxpoort

Op een grote grijze plaat lezen we hier in witte letters de woorden:

 
Hier liggen hun lijken
Als zaden in ’t zand
Hoop op den oogst
O Vlaanderenland.

 
 
  IJzertoren

In 1952 begon men aan de bouw van de nieuwe IJzertoren op de bedevaartweide. Hij werd voltooid in 1962 en beslaat 22 verdiepingen waarvan de bovenste een prachtige panoramazaal is waarvandaan men een prachtig uitzicht heeft over de IJzervlakte. Aan de buitenkant is die panoramazaal aan de vier kanten te zien als een kruis met daarop in grote letters:
 
 
 
 HET IJZERTORENMUSEUM
 
De andere 21 verdiepingen zijn allemaal in beslag genomen door een enorm museum waarin het ons vergund werd een totaalbeeld te krijgen van de grote oorlog, met soms bijzonder realistische ervaringen zoals de lijkengeur, de beklemmende sfeer van de modderige loopgraven, de geur van gifgas en de verschrikkingen van de bombardementen en beschietingen. Ook de Vlaamse taalstrijd uit het begin van de 20ste eeuw komt ruimschoots aan bod.

Uitzicht vanaf de panoramazaal
 
                 
 

Met een snelle lift werden wij naar de panoramazaal gebracht, waar we verbaasd stonden over het uitzicht, om daarna langs de trap verdieping per verdieping af te dalen om het museum te bezichtigen. Halverwege, op de 12de etage,  namen wij even de lift naar beneden om te verpozen bij een kop koffie, om daarna weer met de lift naar boven te gaan en verder alles te bezichtigen.


Wie precies wil nalezen wat er op elke verdieping te zien is, kan terecht op  IJzertorenmuseum

De eerste wereldoorlog eiste een hoge tol van België. Ongeveer 44.000 militairen en 23.000 burgers verloren het leven. Duizenden werden lichamelijk verminkt of geestelijk geknakt. Niet minder dan 120.000 woningen werden helemaal vernield of onbewoonbaar.

In de tweede wereldoorlog liep het aantal doden op tot 90.000 waarvan ongeveer 20.000 burgers.

Een schoolklasje, zoals het was in de eerste helft van de 20ste eeuw, compleet met houten banken, leien en griffels, is ook te bezichtigen in het IJzertorenmuseum en natuurlijk kon ik de verleiding niet weerstaan om weer even 7 jaar oud te worden en in zo’n bank te gaan zitten. En warempel, het schrijven met de griffel lukte nog.

 
 
Terug in de tijd


Op de eerste verdieping van het museum hangt en staat een mooie verzameling oorlogskunst waaronder een aantal schilderijen van Joe English, Sam De Vriendt en Maurice Langaskens. Ook heel wat kunstvoorwerpen die de soldaten in de loopgraven in elkaar knutselden uit oorlogstuig (bv. uit kogelhulzen)

Ook hangt daar het Gulden Doek van Vlaanderen: een verzameling belangrijke personen uit de geschiedenis van de Vlaamse Beweging samen met andere belangrijke personen uit de geschiedenis staan hier broederlijk naast elkaar op een muurgroot doek, geschilderd door Hendrik Luyten. Ik vond er, onder andere, Antoon van Dijck en Rembrandt; zelfs Willem Van Oranje ontbreekt niet op dit plaatje.

 
 
Gulden doek

De Dodengang

 
Na ons bezoek aan de IJZERTOREN reden we ongeveer drie kilometer verder, langs de oever van de IJzer, waar we de dodengangen vonden. Dit is een stuk van de loopgraven die bewaard zijn en opengesteld voor bezoek.
De dodengang is een netwerk van Belgische loopgraven en bunkers en vormde een van de gevaarlijkste stellingen van het Belgische leger, op amper 50 meter van een Duitse bunker. De Dodengang lag constant onder vuur van Duitse sluipschutters.

Omdat er geen wegwijzers in de eindeloze gangen zijn en er af en toe een kruispunt is, liepen we hier bijna verloren.

meer op: DODENGANG    

Van dit loopgravencomplex, uitgegraven in de IJzerdijk, kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog alleen maar onheilsnieuws. De Belgische soldaten zaten er in de val. Ze werden van drie kanten onder vuur genomen. De huidige Dodengang is een reconstructie. De 'vaderlandertjes' zijn gevuld met versteende cement, de grond is verhard. In werkelijkheid ploeterden soldaten in de modder tussen muren van aardezakjes. Op slechts enkele tientallen meters van de vijand liepen ze een zenuwslopende wacht, schuilend voor neersuizende granaten en knetterend geweervuur. De dood lag constant op de loer.

 
 
 
Dodengang

NOOIT MEER OORLOG
 

 
Hier liggen hun lijken als zaden in 't zand.
Men had gehoopt op de oogst,
O Vlaanderen land!
Wel wappert de vredevlag in de luchten,
maar de wereld klinkt vol oorlogsgeruchten.

Nog heeft het mensdom
van het kwaad niets geleerd,
zich steeds door wrokgevoel
naar oorlog gekeerd.
Wij, doden, gestorven in bloed en verdriet,
wij wachten nog steeds tot vrede is geschied.

Volkeren, sticht vrede met alle landen
en steek dan samen met vereende handen
de vredestoortsen als boodschap hemelhoog.
Bouw 'Nooit meer oorlog' uit
tot een wereldboog!

RENÉ DUYCK


 
 
 

 Zij bevochten elkaar zonder elkaar te kennen
in het belang, de eer en de glorie van personen die elkaar kennen
maar elkaar niet willen bevechten 

 
 
 
 
 

KERKHOVEN


Over de hele streek liggen een paar honderd oorlogskerkhoven met graven van militairen met alle mogelijke nationaliteiten, die allen in Vlaanderen sneuvelden.
Wij kozen er twee van de grootste uit om te bezichtigen.

 

   
 
Het Tyne Cot Cemetery in Passendale

 


Een van de velen

 

De naam Passendale is in het collectieve geheugen gegrift. Tijdens de derde slag bij Ieper of de slag om Passendale (1917) werd samen met het tot puin geschoten dorp Passendale een totaal verwoest terrein veroverd. De Britten noemden het 'Passiondal' of dal van het lijden.
De menselijke prijs was hier enorm en dit wordt bewezen op deze begraafplaats. 11.956 soldaten van het gemenebest en ook enkele Duitse gesneuvelden liggen hier begraven.
Op de muur achterin staan de namen gegrift van 34.957 vermiste soldaten. Zij sneuvelden na 15 augustus 1917.
De overige bijna 55.000 namen van vermisten staan op de Menenpoort in Ieper.
De uniforme grafstenen zijn gehouwen uit witte Portlandsteen. Bij elk graf is een minituintje met groene planten en bloemen.
Het grote stenen kruis (Cross of Sacrifice) en het grote stenen altaar (Stone of Remembrance) werden op vraag van de Britse koning bovenop de veroverde Duitse bunker gebouwd.



Deutscher Soldatenfriedhof in Langemark

Deze begraafplaats getuigt, zoals de andere Duitse militaire begraafplaatsen in de streek, van een grote somberheid. Hier geen rechtopstaande grafstenen in de vorm van kruisjes, maar plat op de grond liggende stenen tussen het gras en onder eikenbomen.
Achter een monumentale poort liggen hier 44.304 soldaten begraven waarvan 24.917 in een enorm massagraf.

 
         
 
 
 
 
 
 massagraf van onbekende Duitse gesneuvelden
 
 
Vier bronzen soldatenfiguren van de Múnchense beeldhouwer Emil Krieger geven een aparte toets aan deze indrukwekkende begraafplaats en benadrukken de somberheid die hier heerst.
 

 

 
 
 
 
     03. Dag drie: Nieuwpoort - Oostende/Raversijde      
 
 
 Albert I monument.
 
 
 
 

Omdat het weer nog mooi was toen we ons hotel in Ieper moesten verlaten besloten we om, in plaats van meteen terug te reizen, een omweg te maken langs de Belgische kust.  
We zouden naar Oostende en daar eventueel ook nog op zoek gaan naar oorlogsherinneringen. Maar eerst wilden we een tussenstop maken in Nieuwpoort om het enorme monument te bezichtigen dat daar is opgericht voor koning Albert I


Koning Albert I van België

 

Het Koning Albertmonument in Nieuwpoort.

 

Het Koning Albertmonument werd opgericht op initiatief van en met steun van de oud-strijders verenigingen van de eerste wereldoorlog uit dankbaarheid voor hun Koning Ridder, zoals hij door de soldaten genoemd werd.
Het initiatief schreef voor dat het monument moest geplaatst worden ergens aan het front, bij voorkeur op ongeschonden gebied nabij de IJzer. Het moest op een drukbezochte plaats opgericht worden, van ver gezien kunnen worden en van alle andere gebouwen onderscheiden.
De locatie bij het sluizencomplex ‘De Ganzenpoot’ werd gekozen om de grote rol die deze plaats en de IJzer speelden tijdens de eerste wereldoorlog.

Het werd op 24 juli 1938 onthuld in aanwezigheid van Koningin Elisabeth, Koning Leopold III, Prins Karel, Prins Boudewijn en Prinses Josephine Charlotte. Ontwerper van het gedenkteken is Julien De Ridder. Beeldhouwer is Karel Aubroeck.

Brede toegangstrappen leiden naar het kruisvormig terras van 2500 m².
Het cirkelvormige gedenkteken heeft een diameter van 30 meter. Tien dubbele balkvormige zuilen met een vlakke doorsnede van 2 m op 1 m dragen de ringbalk met een omtrek van 100 meter.

Het monument is zo indrukwekkend dat je er meteen stil van wordt en jezelf heel klein voelt worden
 
 

Op de binnenzijde staan twee gedichten, een Nederlands en een Frans, in gulden letters.

De Nederlandse tekst is van August van Cauwelaert.

"Van de eerste zon begroet, en laatst van zon omblonken,
Op 't helste en hoogste duin,
Tot één gestalte in brons, én beeld én ros, geklonken,
Op grond van grauw arduin;
Daar waar uw krijgren's vijand storm de poort verboden,
Die de open zee bestaart,
Waar op uw traag gebaar en woord de watren vloden
En golfden over de aard;
Daar heeft uw dankbaar heir dit koningsbeeld verzonnen,
In de eer van bronzen dracht,
Opdat het rijze en staar' naar alle horizonnen,
Voor ieder nieuw geslacht."
(August Van Cauwelaert)


De Franse van tekst is van Maurice Gauchez.

"Naguuère, ici, le Roi retint ses régiments
Et dès qu'il eut parlé, terrés dans cette plaine,
Les pieds dans l'eau, vêtus de boue et hors d'haleine,
Ils ont changé l'Yser en rempart d'occident.
Le courage du Chef leur pénétrait le torse,
Il vivait calmement sa légende avex eux,
Et la Reine, penchée aux chevet de ses preux,
Pour l'honneur qu'il prônait ressuscitait leur force.
L'ombre du Souverain sur la Flandre des champs
Règne à jamais debout dans les grands vents du nord.
La mer et le soleil, roi, te couronnent d'or,
Et seul, beau comme un sid, tu servis dans nos champs."
(Maurice Gauchez)


Op weekdagen kan men, via een lift, op de bovengalerij komen en daar uitkijken over de streek. Toen wij er kwamen was het zaterdag en dus liepen we deze ervaring mis. Maar ook vanaf het plateau was het uitzicht al prachtig.

 
Meer over dit prachtige monument, klik  HIER
 
 
 
 
Raversijde - Atlantikwall

 

Na ons bezoek aan Nieuwpoort wilden we eigenlijk doorrijden naar Oostende, maar onderweg zag ik ineens een bord met: Domein Raversijde - Atlantikwall.
Daar konden we niet aan voorbij en dus reden we de parking op van het domein dat vroeger toebehoorde aan Prins Karel - Graaf van Vlaanderen.



Prins Karel
 
 
 

 
Dit Memoriaal wil de herinnering levendig houden aan Prins Karel
Geboren te Brussel op 10 oktober 1903 als zoon van Z.M. ALBERT I, Koning der Belgen, en H.M. ELISABETH, Koningin der Belgen. Regent van het Koninkrijk van 20 september 1944 tot 20 juli 1950.
Overleden te Raverszijde op 1 juni 1983


Openluchtmuseum:  Atlantikwall


Dit is een uniek geheel van bunkers en loopgraven, nauwkeurig heringericht zoals 60 jaar geleden!

In het beschermd duingebied van het voormalige Domein Prins Karel bevindt zich een unieke historische site van de moderne vestingbouw: zestig constructies uit de twee wereldoorlogen, verbonden door twee kilometer open of onderaardse gangen. Dit uitzonderlijk geheel is bijzonder goed bewaard gebleven doordat prins Karel stelselmatig elke poging tot afbraak geweigerd heeft.

In het openluchtmuseum zijn twee afzonderlijke wandelingen mogelijk, welke elk ongeveer 90 minuten in beslag nemen.

De eerste wandeling, waarbij de klemtoon vooral op de Eerste Wereldoorlog ligt, toont de stellingen van de batterij Aachen (gebouwd in 1915). Van deze batterij, de enige nog bestaande in haar soort, zijn nog heel wat elementen bewaard gebleven: twee observatieposten, vier geschutsbeddingen en een bomvrije schuilplaats.
Daarnaast zijn ook een aantal personeelsbunkers en de nodige accommodaties van het Stützpunkt Bensberg uit de Tweede Wereldoorlog te bezoeken. Deze constructies werden gebruikt door een afdeling geniesoldaten (Pionierstab) die instonden voor de bunkerbouw.

Een tweede wandeling voert de bezoeker doorheen de goedbewaarde stellingen van de batterij Saltzwedel neu (1941), die aanvankelijk moest instaan voor de verdediging van de Oostendse haven en na 1942 ingeschakeld werd in de Atlantikwall.

Deze Duitse verdedigingslinie werd in de Tweede Wereldoorlog gebouwd en strekte zich uit vanaf Noorwegen tot aan de Spaanse grens. De lengte bedroeg nagenoeg 5.300 km. De Atlantikwall was een aaneengesloten ketting van steunpunten, die een vijandelijke invasie van het continent door de geallieerden moest tegenhouden. De batterij Saltzwedel neu werd vanaf zomer 1941 op het Domein van Prins Karel door de Duitse Kriegsmarine uitgebouwd.

Deze site is in Europa één van de best bewaarde overblijfselen van de Atlantikwall. In het openluchtmuseum werden de met de grootste zorg in hun oorspronkelijke staat hersteld en met authentieke voorwerpen en meubilair heringericht. De reconstructie mag als een voorbeeld beschouwd worden. Lichte en zware artilleriestukken en zoeklichten staan op hun oorspronkelijke plaats opgesteld. Het leven van de manschappen wordt in natuurgetrouwe diorama’s geëvoceerd. Het openluchtmuseum is de ideale plek om de sfeer van de "Langste Dag” opnieuw te beleven.

 
Voor meer lectuur over dit prachtige domein verwijs ik graag naar de homepage van domein Raversijde.
 
           
 
 
 
 
 
 
          
 
 
 
 
   
 
 
 
 
 
Meer over W.O. I in België, klik HIER