Gnostische gedichten, gebeden, citaten

 

 
 01. Geheime lofzang - 02. Gedichten van Marcel Messing - 03. Vermaning van de ziel
 
 
 
 

01. GEHEIME LOFZANG  (uit boek 14 van het Het Corpus Hermeticum)

 

Moge de ganse natuur van de kosmos naar deze lofzang luisteren.

Open u, O aarde! Laat de wateren des hemels hun sluizen openen bij het vernemen van mijn stem.

Sta roerloos, gij bomen! Want ik wil lof zingen de Heer der Schepping, het al en het ene.

Open u, gij hemelen! Gij winden, wees stil, opdat Gods onsterfelijke cyclus mijn woord moge aannemen.

Want ik ga de lof zingen van Hem die het ganse al geschapen heeft, die de aarde haar plaats heeft gewezen en het uitspansel heeft bevestigd; die het zoet water bevolen heeft de oceaan te verlaten en zich over de bewoonde en onbewoonde aarde te verspreiden, ten dienste van het bestaan en het voortleven van alle mensen, die het vuur bevolen heeft te schijnen voor elk gebruik dat goden en mensen ervan willen maken.

Laat ons allen te samen Hem lofprijzen, die boven alle hemelen verheven is, de Schepper van de ganse natuur. Hij is het oog van de geest: Hem zij de lof aller krachten.

O gij krachten, die in mij zijt: zing de lof van de Ene en het al; zing in overeenstemming met mijn wil, O gij krachten die in mij zijt.

Gnosis, O heilige kennis Gods, door u verlicht is het mij gegeven het licht van het weten te bezingen en mij te verblijden in de vreugde van de geestziel.

O gij, krachten, zing alle met mij deze lofzang. En O gij, ingetogenheid, en gij, gerechtigheid in mij, bezing voor mij het rechtschapene.

O liefde voor het al in mij, bezing in mij het al; bezing, O waarheid, de waarheid, bezing, O goedheid, het goede.

Van u, O leven en licht, komt de lofzang, en tot u keert zij weer.

Ik dank u, Vader, die de krachten openbaart. Ik dank u, Vader, gij die het potentiële tot werkzaamheid stuwt.

Uw woord zingt door mij uw lof. Ontvang door mij het al, als woord, als offerande des woords.

Hoor wat de krachten die in mij zijn, roepen: Zij bezingen het al, zij vervullen uw wil. Uw wil gaat van u uit, en alles keert tot u weer. Ontvang van allen de offerande des woords.

Red het al dat in ons is. Verlicht ons, O leven, licht, adem, God. Want de geestziel is de hoeder van uw woord.

O, drager van de geest, O Demi-Ourgos (1), gij zijt God.

Dit roept de mens die u toebehoort, door vuur, door licht, door aarde, door water, door geest, door uw schepselen.

Ik heb van u deze lofzang-uit-de-eeuwigheid ontvangen, alsmede de rust, die ik zocht, door uw wil gevonden.

(1) Hier wordt bedoeld: De onbewogen beweger, of God en niet de jaloerse God uit het O.T. 

 

 

 
02. Gedichten van Marcel Messing 
 
 
 Nu dagen naar hun einde snellen


Nu dagen naar hun einde snellen,
licht herboren wordt uit schoot der duisternis,
nu leugens overal ontmaskerd worden
tussen coulissen van verward wereldtoneel,
nu mensen aarzelend balanceren
tussen vrees en hoop,
nu ijzeren schaal op barsten staat
en waarachtig leven zich vrijmaakt
uit vlies van vergane tijd,
raakt licht op ontelbare plaatsen
verduisterde aarde aan
die schoksgewijs haar grootse luister toont,
grondtoon van het eeuwig AUM weer klinken laat,
geest van licht en liefde waaien doet
naar geteisterde windstreken.

Al is er angst en lijden nog,
zacht worden witte vleugels
van genezing uitgeslagen
om gekwetst leven op te tillen
tot ongekende hoogtes.

Wees stil nu
en daal af in de grot van het eigen hart
waar goud van eeuwig leven schittert,
wierook van heelheid geurt,
mirre van wijsheid dood tot leven wekt,
en zie het kindeke,
dat duizenden keren
tot zwijgen werd gebracht
maar nu als nooit tevoren
glimlacht in het licht,
ons wakker kust
uit diepe slaap van vergetelheid.

Moge licht en liefde je pad verlichten.
 
*****

Een Eeuwigheid te laat

Onwetend schiep ik hemelen en hellen
in eigen geest.
Onwetend steeg en daalde ik
door alle lagen
van eigen bewustzijn
op zoek naar vastigheid,
op zoek naar dat wat niet vergaat.

Ik joeg de eeuwigheid na,
Maar juist dit 'ik'
deed haar verloren gaan.
in dit moment,
één en ondeelbaar,
waarin verleden en toekomst
nog niet bestaan,
waarin het worden
nog niet is.

Hoeveel hemelpoorten
moest ik openen,
hoeveel hellepoorten sluiten
voordat er weten was
dat alleen ik zelf de schepper ben
van vreugde en smart,
van geluk en ongeluk,
van ruimte en tijd?

God en de duivel,
hemel en aarde,
goed en kwaad,
licht en duister,
ze worden steeds opnieuw geschapen
door het zwaard van tweeheid
dat de schede van de geest verlaat
en leven maakt tot strijd.

Eeuwigheid zocht ik,
ik vond de ongebonden tijd.
God zocht ik,
ik vond het stromend leven.
Waarheid zocht ik,
ik vond de leugen
van het eigen ik.
Liefde zocht ik,
ik vond de grondeloze stilte
waarin het leven liefde ís.

Het zoeken kwam tot rust,
de rusteloze zoeker vond zichzelf.
Vuur van verlangen doofde
door het koele water van inzicht.
Hemelen en hellen
werden tot ijle wolkenslierten
zonder kleur of grens
in een lege hemel zonder grenzen.,
beginloos en zonder einde,
helder en zonder smet.

Het Al ontvouwde zich
in eigen geest.
De blaasbalg van het leven
kwam tot rust,
vond nergens nieuwe adem meer
en eeuwigheid stierf
haar eigen dood
zonder ooit nog op te staan.
Tijd stroomde van zichzelf weg,
ruimte loste op
in duistere leegte
waar alle dingen
Zich vervolledigen
Zonder mij.

Onder de golven van de tijd
bewoog zich zonder te bewegen,
zonder oorzaak of gevolg,
een dieper zijn
waarin geen worden is,
waar alle dingen werken
zonder hechten,
waarin geen bodem is,
maar niets zichzelf verliest,
waarin niets hetzelfde blijft
en toch werkelijk is.

En ik wist:
ik ben een eeuwigheid te laat
Als het ik niet nú vergaat.
 
*****

Eens breekt de dag van sterven aan

Eens breekt de dag van sterven aan,
klopt het grote afscheid
aan de poort van de tijd,
plotseling of in stille verwachting.

Zullen we onze vingers tot vuisten maken?
Zal de ademhaling rusteloos zijn,
de spieren vol kramp van het grijpen,
de ogen angstig en wild?
Of zullen handen zich teder openen,
zal adem zacht in grote adem overgaan,
het lichaam zich ontspannen in overgave,
de ogen, zullen vol rust zijn, stil en sereen?

Een reiziger zijn wij
door de kringloop van het bestaan,
zoekend en tastend naar nieuwe vormen van leven,
onwetend van wat we zijn,
onwetend dat hemel en aarde rusten in de eigen geest.

Zoals de wolken drijven door de lucht,
zo drijven we steeds maar voort
van geboorte naar dood,
van dood naar geboorte.
Overdag de slaap van onwetendheid,
's nachts de slaap van vergetelheid
en in het sterven geen ontwaken,
noch helderheid bij nieuwe geboorte,
totdat we sterven vóór de dood.

Weet, o mensenkind:
jij bent het licht van alle lichten,
de grondeloosheid van alle grond,
jij bent het niets en het al,
wezenloos en toch het wezen van alle zijn,
leeg en tegelijkertijd vol van al wat is.
 
*****
 
De bazuin van de grote omwenteling

De bazuin van de grote omwenteling heeft geschald
en zijn alles doordringende klanken
doorklinken gans de aarde.

De hengsels van de hemelpoorten werden open gerukt
en machtige stralingsvelden
dalen als duizenden lansen van licht
in de diepe duisternis van onwetendheid
terwijl het grauw gordijn van egoïsme, macht en
waan
flard na flard wordt uiteen gescheurd.

De bazuin van de grote omwenteling heeft geschald
en alle sterren rondom de zon der zonnen
stralen hun verborgen krachten van licht.

Gans het aanschijn van de aarde gaat veranderen,
al het oude zal worden weggevaagd
en machtige golven van verandering
spoelen het wrakhout van verleden
op zilverwitte stranden
van liefde en wijsheid aan.

De duistere krachten van vasthouden,
van gekristalliseerde stof en angst
worden doorstraald door het heldere licht
dat eerst de dikke droesem van ik-zuchtig handelen
boven de wateren van het onbewuste tilt
en tot angstaanjagende vormen schept.

Nu is de tijd van ontmaskering.
Nu is de tijd van onttovering der illusies.
Nu is de tijd van waarheid aangebroken.
Nu is de tijd geboren
dat door de aarde een andere klank gaat klinken
die haar optilt uit haar lange lijden.

De bazuin van de grote omwenteling heeft geschald
en in de smeltkroes van nieuwe energieën
neemt een nieuwe wereld gestalte aan.

Goed en kwaad,
licht en duister
torenen hoog op het schaakbord van de wereld,
terwijl onwaarachtigheid en leugen
als valse koning en koningin
de pionnen van het leven zetten.

Continenten zullen verschuiven,
in en buiten de mens,
zon en maan zullen hun baan veranderen,
in en buiten de mens.
En een transparante aarde
zal zich openbaren gaan.

Maar dwars door chaos en verbijstering,
dwars door angst en wanhoop
klinken reeds de onhoorbare hamerslagen
van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde,
van nieuwe mogelijkheden,
van nieuwe kansen.

Gesels van zelfgeschapen stormen
Jagen eerst nog bladeren van gevolgen hoog op.
Wateren zullen het stof der wereld wassen
terwijl het leven zich tooien gaat
voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Dwars door het krakend wereldtoneel
van dood en verderf,
van vergaan verleden en nog ongevormde toekomst
vliegen reeds de eerste zwanen
van licht in licht
naar een volstrekt nieuw vergezicht.

Ja, God zal weer wandelen in de wereldtuin
van liefde en licht,
waarin de levensboom
van eenheid en vreugde is geplant.

Dwars door de wereld van verval
klinkt reeds de bazuin van vrede,
de bazuin van liefde,
de bazuin van licht,
en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
tonen nu het ware menselijk gezicht.

(Naar aanleiding van 11 september 2001)
 
*****

 
 Liefde is de bron.

En de meester sprak:
Liefde is de bron van al wat is,
het is de zoete nectar die stroomt
door wortels, takken en bladeren
van de gouden levensboom;
het is de bloesemgeur van al wat bloeit,
de golfslag van alle zeeën en oceanen,
de jeugdige lentebries in al wat leeft.

Liefde is de lach van het onschuldig kind,
het rimpelig gelaat vol vrede van de ouderling,
het dartele hert
dat zijn dorst lest in de bruisende bergstroom,
de kleurrijke vlinder
die zijn broze vleugels uitslaat
in het vroege voorjaar
dat de aarde bloeien doet.

Liefde is de stilte
die bronloos spreekt door zachte woorden,
teder, ingetogen en oprecht.
Het is de hand die steeds weer geeft
zonder ooit iets terug te nemen.
Het is de pracht van alle zonnen,
alle sterren en planeten,
de kringloop der seizoenen,
de goudgele korenschoof in de warme zomer,
de open zonnebloem, zwartrijp in het veld,
het ene in het vele.

En de leerling vroeg:
hoe kan ik de liefde ontmoeten,
welke taal moet ik spreken,
welke boeken moet ik lezen,
welke geleerden raadplegen?
En welk werk moet ik doen,
waar en wanneer?

En de meester sprak:
wat altijd is kun je niet ontmoeten,
wat woordloos is kan niet gezegd worden,
wat nooit beschreven is kan geen boek verbergen,
wat alles doet en zelf niet doet,
wat overal tijdloos aanwezig is,
hoe zou je Dat kunnen ontmoeten
wat je zelf steeds zelfloos bent,
wat in stilte van het spreken is,
in het ruisen van de beek,
het wuiven van het ranke riet?

De geleerden, zij kennen het niet,
zij die het leven uitsluitend bestuderen,
zij ervaren het niet,
zij die vol onrust naar het geheim
van het leven zoeken
met instrumenten van kennis,
zij weten het niet.

Overal is de liefde,
geen plek waar ze niet is,
geen taal die ze niet spreekt,
geen kennis die niet de hare is,
Geen tijd dat ze niet eeuwig is
en op ranke benen van jeugd
door alle levensvormen dartelt en speelt;
geen lippen waar ze ooit van wijkt,
geen ogen waar ze niet als licht door stroomt.

In dag en nacht,
in vreugde en pijn,
in licht en duister,
in geboorte en dood,
in het veld van alle tegenstellingen
is zij de oerklank van alle zijn,
zonder verdriet of pijn!

Wie boven de wolken van onwetendheid uitstijgt
ziet de eeuwige klaarte van liefde,
ruikt de geur van liefde in alle windrichtingen,
ziet in alle levende wezens het ene zien,
hoort in alle harten de ene hartslag,
wordt tot wat beginloos is:
de liefde van het zijn,
in een eeuwig nu vol pracht,
eeuwig fris, onaangeraakt.

Tijdloos schoon het leven
voor wie inkeert in de bronloze bron
van ongeschapen liefde.

*****

 

03. Vermaning van de ziel
 

 

Ge zoekt, O ziel, daar dat rijk van nature eenvoudig, rein en onbesmet is.
Indien ge dus daarnaar verlangt,
keer u dan tot dat rijk, opdat ge zult verkrijgen wat ge nodig hebt,
en zoek niet in de wereld van wording en ondergang wat daar niet te vinden is.
Haar bewoners zijn gevangenen en slaven,
en hoe kan men vriendschap verwachten van een gevangene en trouw van een slaaf?
Wees hiervan doordrongen en leef ernaar.

Vermaning van de ziel – Hermes Trismegistos

 
 
Ge weet, O ziel, dat ge, door te sterven een ander leven in een ander gebied beërft.
Daar zult ge wonen, niet in armoede, maar in weelde;
niet in nood, maar tevreden; niet in vrees, maar in vrede;
niet zwoegend, maar in rust; niet in pijn, maar in vreugde;
niet in ziekte, maar in gezondheid;
niet in duisternis, maar in het licht.
 
Treur daarom niet, O ziel, dat ge uw omhulsels van kwaad
en uw bedrieglijke verschijning moet afleggen,
om bekleed te worden met klederen die beter en eeuwigdurend zijn.

Vermaning van de ziel – Hermes Trismegistos

 

Weet, O ziel, dat er vier toestanden dodelijk zijn voor de ziel en tot haar verderf leiden:
ten eerste onwetendheid,
ten tweede bezorgdheid,
ten derde onbevredigdheid,
ten vierde vrees.
De ziel die door deze vier toestanden geteisterd wordt, is rampzalig.

Indien ge, O ziel, gelijkmoedig en standvastig de bitterheid van de dood kunt dragen,
dan zult ge niet alleen vrij zijn van angst maar ook van onbevredigdheid.
Wees dan gelijkmoedig zodat, door uw dwalingen in een vreemd land,
aan onbevredigdheid en angst niet ook bezorgdheid toegevoegd wordt.
Glorievol is het, in standvastigheid te sterven;
beschamend is het de dood als een overwonnene, terneergedrukt en moedeloos, te ondergaan.
Sterven, O ziel, is kortstondig en snel voorbij;
maar smaad en vernedering, ondergaan in gevangenschap, is blijvend.
Wees dus niet onwillig te sterven, als afscheid van de stoffelijke wereld, maar hoed u voor gevangenschap,
want dat sterven is leven, maar gevangenschap is de dood voor de ziel.

Aan bewoners van deze wereld wordt onrecht gedaan en zij doen elkaar onrecht aan.
Zij worden door elkaar op het verkeerde spoor geleid en zij leiden anderen op dwaalwegen.
Als bijvoorbeeld een ziel dit gebied van zorgen en verdriet betreedt, wordt zij met vreugde en blijdschap begroet,
en als zij deze wereld weer verlaat, begeleidt men haar uitvaart met geweeklaag en geschrei.
Hieraan is goed te zien hoe dwaas de mensen zijn en hoe tegengesteld ze zijn aan waarheid en gerechtigheid.

Vermaning van de ziel – Hermes Trismegistos



Waarvoor zou mijn hart nog bang zijn, nu u erin verblijft,
U, die de edele parel van de grote liefde bent?
Zelf kon ik nooit de ware Liefde geven;
door u ga ik vermoeden wat die Liefde is.
Uw Liefde zal mijn voelen en denken temmen.
Ik wil leren zwijgen tot ik alleen nog zwijgen ben.
Door mijn volkomen zwijgen kunt u het sterrenlied weer horen.
Alles wat leeft, zal met u luisteren,
en mijn daden getuigen van uw Liefde.
O, mijn kostbaar kleinood, uw vreugde
doet gouden bloesem in mijn hart ontluiken en verandert haar in Licht.
Wat Licht is, kan wederkeren tot het Licht!

Citaten uit Hermes: vermaning van de Ziel.
Crystalserie Rozekruispers Haarlem.