Richard Bach

               
 

Richard David Bach (Oak Park, Illinois, 21 juni 1936), is een Amerikaans schrijver die zowel fictie als non-fictie op zijn repertoire heeft staan. Bach groeide op in Oak Park en vertrok in 1955 naar Long Beach (Californië) waar hij aan de Californië State University studeerde. Na zijn studietijd was hij piloot bij de Amerikaanse luchtmacht en bleek vliegen zijn grote passie als vlieginstructeur en stuntpiloot. Het concept van vliegen speelt een belangrijke rol in zijn werken: als - semiautobiografisch - decor voor het verhaal én als metafoor om Bachs filosofie van vrijheid over te brengen.      

 


 

 

Zijn doorbraak als schrijver vond plaats in 1970 met Jonathan Livingston Zeemeeuw. De fabel van de zeemeeuw die vliegen niet meer als functioneel (middel) maar als intrinsiek (levensdoel) ging beschouwen, hierdoor verstoten werd, maar in zijn perfectionering van het vliegen uiteindelijk een hoger zijn wist te bereiken. Het boek werd een bestseller in de Verenigde Staten en later ook in Europa.

Het werd ook verfilmd, met prachtige muziek en liederen van de hand van Neil Diamond.
 
 
 
 

 
 

Zijn tweede grote werk was Illusies: De avonturen van een onwillige messias (1977). Centrale figuur in dit boek is Donald Shimoda, een weigerachtige messias die stuntvlieger is geworden. Weigerachtig omdat de mens(heid) alleen gericht is op de symboliek van een messiasfiguur en niet de werkelijke boodschap begrijpt en het goddelijke in zichzelf (h)erkent.

 

Andere bekende titels zijn Brug naar de eeuwigheid (1984) en Eén (1988), beide onder de noemer: mystieke verhalen

 

In 2004 is nog the Messiah Handbook: Reminders for the Advanced Soul (niet vertaald) gepubliceerd, het handboek dat in Illusies een belangrijke rol speelde.

 

In 1990 verscheen een spiritueel kinderprentenboek: Ver weg is toch dichtbij; en in 1994 verscheen Vlucht voor veiligheid; dit laatste vormt met Brug naar de Eeuwigheid en Eén een soort drieluik.

 

Het laatst verschenen boek van Bach is Maria onder hypnose (2010), opnieuw een spirituele roman.

 

Bachs werk kan in algemene zin als spiritueel gecategoriseerd worden. Daar spiritualiteit meerdere spirituele en pseudospirituele stromingen herbergt, is het van belang te wijzen op de overeenkomsten in zijn gedachtegoed met Oosterse filosofie maar ook met het Gnosticisme. Zijn werk bevat consistente elementen die samengevat op het volgende neerkomen. De ware natuur van de mens wordt niet begrensd door ruimte en tijd. De mens is een uitdrukking van het zijn. De mens is non-dualistisch; geen dichotomie van bijvoorbeeld lichaam en geest. Elke gebeurtenis in een mensenleven is ervaring, een leermoment die dat leven kan verbeteren en zelfs verrijken als de mens bereid is te leren. Voltooiing van het proces van ervaren/leren in het waarneembare universum, gedurende meerdere levens, is het bereiken van volmaaktheid.

 

Een speciale persoonlijke noot met betrekking tot Richard Bach is dat hij een verre nazaat blijkt te zijn van Johann Sebastian Bach, de vermaarde Duitse componist.

 

1977 Richard Bach trouwt met Leslie Parrisch

1999 Echtscheiding

 

Bron: grotendeels uit: Wikipedia, de vrije encyclopedie

 
 

 

 

 

Boeken
 

Jonathan Livingston Zeemeeuw (1970)

 
 

Jonathan Livingston Zeemeeuw is het verhaal van een meeuw die zijn meeuwenleven te beperkt vindt. Jonathan Livingston streeft naar iets hogers - ook letterlijk - door zo hoog en zo elegant en zo snel mogelijk te vliegen. De meeuwenkolonie stoot de nieuwlichter uit, die het dan in zijn eentje moet redden. Jonathan Livingston Zeemeeuw komt erachter dat verveling en angst en haat de redenen zijn dat een meeuwenleven zo kort is, en omdat hij dat alles niet kent, leidt hij inderdaad een lang en gelukkig leven. Al vliegend komt hij in een hogere werkelijkheid terecht, een wereld waar meer meeuwen zijn zoals hij.

De jonge zeemeeuw Jonathan Livingston behoort niet tot de grote groep, die alleen vliegt om op voedsel te jagen. Hij wil van vliegen een kunst maken, grenzen doorbreken, waardoor hij volkomen vrij zal zijn. Daardoor wordt hij uit de meeuwengemeenschap gestoten, maar hij zet door en leert steeds nieuwe beperkingen overwinnen. De lezer voelt dat de auteur een piloot is, die de menselijke techniek van het vliegen kent en ook die van de meeuwen intens heeft waargenomen. Jonathan is het symbool van het verlangen naar onbegrensde vrijheid in de mens.

 

 

 

Illusies (1977)

 
 
 
Illusies is het verhaal van twee rondreizende stuntpiloten, die tegen betaling mensen meenemen op rondvluchten. Illusies is ook het verhaal van twee vrienden, Donald en Richard. En vooral van hun gesprekken: wat zou er gebeuren als er iemand kwam die me kon leren hoe mijn wereld in elkaar zit? Wat als ik een zeer verlichte geest zou ontmoeten? Wat als een Boeddha of Jezus nu zou verschijnen? Dit boek gaat over twee zwervers, die met hun tweedekker mensen vliegtochten laten maken boven de aarde. Maar de hoofdschotel wordt gevormd door hun gesprekken, waarbij de een de rol van de leerling en de ander die van de meester speelt en het centrale gespreksthema de illusie is. De leerling stelt zich weerbarstig op, maar geeft zich steeds meer over aan de meester, die een messias is als Boeddha of Jezus. Het boek bevat talrijke mystieke bespiegelingen over de zin van het leven en de ware betekenis van de zichtbare wereld. Een lichtvoetig verhaal met een sympathieke filosofie
 
 
 
Brug naar de Eeuwigheid (1984)
 
 
 
Wij denken dat er in onze tijd geen grenzen, geen avonturen meer zijn. Ons fortuin ligt ver voorbij onze horizon en de mysterieuze schimmen zijn al lang geleden voorbij gegaan om nooit meer terug te komen. Uit zijn vorige boeken Jonathan Livingston Zeemeeuw, Eén en illusies, bleek al dat Richard Bach een zoeker is. In dit boek vertelt hij over de zoektocht naar zijn droomvrouw naar hart en ziel. Richard is een piloot die in zijn onderhoud voorziet door rondvluchten te maken boven allerlei plaatsen in de Verenigde Staten. Bij elke nieuwe landing speurt hij de wachtende mensenmenigte af, in de hoop háár te vinden. Na vele teleurstellingen op allerlei gebied geeft hij het zoeken op. Maar dan vindt hij haar. Hij neemt ons mee in een prachtig liefdesavontuur met ups en downs. Een mystiek verhaal van twee sterke mensen die via toekomstdromen en uittredingen komen tot hun waarlijke, kosmische liefde.
 
Richard Bach, bekend van 'Jonathan Livingston Zeemeeuw', is een verwoed sportvlieger. Op zekere dag verkoopt hij echter zijn vliegtuig en gaat op zoek naar de perfecte vrouw. Hij heeft vele vriendinnen, totdat hij Leslie Parrish ontmoet. Beiden hebben al een huwelijk achter de rug, zijn dus voorzichtig met emoties en totale overgave. Richard is een bekend, gefortuneerd schrijver, en Leslie een ex-filmster, die nu succesvol aan de zakelijke zijde van de filmwereld werkt. De onzichtbare, hoge muur die Richard om zich heen heeft opgetrokken brokkelt langzaam af, maar toch wil hij zijn vrijheid nog niet opgeven. Door foutief beheer verdwijnt zijn miljoenenimperium. Leslie blijkt zijn enige hulp en toeverlaat. Samen beginnen ze helemaal opnieuw: ze houden lezingen over hun doorleefde ideeën en gedachten - ze oefenen astrale uittreding uit het lichaam, om het leven na de dood te leren kennen. En tot slot publiceren ze dit boek. Voor lezers die in de perfecte liefde geloven en in astrale ervaringen
 
Citaten

Ik weet bijvoorbeeld intuïtief dat wij schepsels van licht en leven zijn, niet van de blinde dood. Ik weet dat wij niet samen uit de tijd en de ruimte zijn weggeslingerd, onderworpen aan miljoenen veranderende plaatsen en tijden, goede en slechte dingen. Het idee dat wij lichamelijke wezens zijn die afstammen van oercellen in voedingssoepen, dat idee doet mijn intuïtie geweld aan, het stampt er met voetbalschoenen overheen.
 
Het idee dat wij afstammen van een jaloerse God die ons uit stof heeft geschapen en ons daarna heeft laten kiezen tussen knielen-èn-bidden en hel-en-verdoemenis, dat vind ik nog veel erger. Geen enkele fee uit mijn slaap heeft ooit zulke ideeën overgeleverd. In mijn ogen is het hele idee van het afstammen verkeerd.

Bron: De brug naar de Eeuwigheid 
 
Eén
 
 
 
Aan boord van een watervliegtuig, tijdens een vlucht naar Los Angeles Airport, op het moment dat het echtpaar Bach de verkeerstoren oproept, wordt plotseling het contact verbroken. Op dat moment overschrijden ze de magische grens van ruimte en tijd en maken kennis met Pye. Met haar beleven ze een andere werkelijkheid waarbij ze nieuwe aspecten van zichzelf ontdekken en op weg gaan naar bewustzijnsstadia die voorheen onbekend waren. Dit boek is een verrukkelijke combinatie van fantasie, wetenschap en mystiek.
 
Op hun vlucht naar Los Angelos wordt het contact tussen de familie Bach en de verkeerstoren verbroken. Op dat moment overschrijden zij de magische grens van tijd en ruimte. Door de romanvorm te kiezen is de auteur in staat een aantal theorieën inzichtelijk te maken, bijvoorbeeld dat de mens elke dag keuzes kan maken. 'Door onze keuzes krijgen we onze ervaringen en door ervaringen leren we dat we niet die kleine schepsels zijn die we lijken.' Dan is er de theorie dat de mens op aarde een soort school doorloopt, meedoet in een zelfgekozen toneelstuk en zelfgekozen situaties creëert om ervaringen op te doen en te groeien. De roman heeft niet het niveau van Jonathan Livingstone's Zeemeeuw, maar voor liefhebbers van bijna-doodverhalen, buitenzintuiglijke waarnemingen, de boeken van Maclaine en Robberts, geeft dit mystieke verhaal meer dan een abstracte beschrijving. Voor diegenen die graag deze weg bewandelen op de zoektocht naar het doel van het leven.
 
 
Ver weg is toch dichtbij (1990)
 
 
 
Kunnen kilometers ons werkelijk van vrienden scheiden? Als we bij iemand willen zijn van wie we houden, zijn we daar dan niet al? Een (leef)tijdloos boek voor kinderen van acht tot tachtig

Dit mystieke verhaal, uitgevoerd als prentenboek neemt zowel ethisch als esthetisch een hoge vlucht: prachtige, abstracte aquarellen in fijnzinnige kleurschakeringen. De diepere gedachte is dat alles wat leeft deel is van een groter geheel. Voor mensen met een spirituele inslag is dit een begrijpelijke gedachte, voor anderen, die aan deze benadering niet gewend zijn, zal de inhoud van de summiere tekst als ongrijpbaar en wazig overkomen. De tekeningen beslaan telkens een dubbele pagina en zijn wel zo diffuus dat de tekst duidelijk leesbaar blijft. De sfeer van de illustraties, waarop enkele vogels een prominente plaats innemen, past goed bij het onderwerp. Een waardevol boekje voor mensen die affiniteit voelen met de uitgedragen visie. Geschikt om over de mediteren, van gedachten te wisselen of gewoon te bekijken. Voor kinderen bruikbaar op diverse leeftijden, maar nauwelijks zonder begeleiding te hanteren.
 
 
Vlucht voor veiligheid (1994)
 
 
 
Wat zouden we zeggen als het kind dat we geweest zijn ons nu zou vragen wat het belangrijkste is dat we van het leven hebben geleerd? En wat zouden we dan ontdekken? Richard Bach ontdekt veel, heel veel, als hij Dickie Bach, het gekwetste jongetje dat hij op zijn negende was, terugvindt. Wonden worden geheeld, onbegrepen gebeurtenissen worden opeens duidelijk, kortom puzzelstukjes vallen op hun plaats en de volwassen Richard leert van dat kleine jongetje, dat geen fantasie blijkt te zijn, zoals Leslie, zijn vrouw, hem laat inzien. Een boek dat je in de wolken mee zal nemen als je je laat meevoeren met Richard en Dickie tijdens Dickie's eerste opgetogen vlucht aan de stuurknuppel van Richards vliegtuig. Soms zul je glimlachen bij het lezen van de kinderlijkernstige gesprekken, maar vaak zul je er iets van jezelf in herkennen.
De nieuwste innerlijke Gids van piloot en bestsellerauteur Bach is het negenjarige kind Dickie in hem, dat zich in verkapte monologen van de kant van zijn volwassen ego laat opvoeden in kwantummechanica, vliegtuigtechnologie en psychotherapie.  
 
Uittreksel

‘Jij herinnert je mijn kindertijd!’ zei ik, zonder hem eerst te begroeten. ‘Helemaal. Nietwaar?’
‘Natuurlijk’, zei hij. ‘Dat jij je nu toevallig voor haar hebt afgesloten, betekent niet dat zij verdwenen is.’

‘Je herinnert je je geboorte!’

De hele tijd kende hij het antwoord, dacht ik. Dickie weet waardoor onze kalme geest van levend licht verandert in een kind dat in het donker ‘hier heb ik nooit om gevraagd’ schreeuwt. Dickie bezit de schakel die ik nooit heb gevonden en die ik niet voor me kan zien.

 
‘Ik heb die herinnering nodig’, zei ik.


Een glimp van gespeelde verbazing. ‘Ik dacht dat je het nooit zou vragen.’


Hij tastte rond in de zak van zijn hemd en haalde een kristallen koepeltje te voorschijn, in een tere amberkleur, niet groter dan een zuurtje.


‘Gebouwd voor de eeuwigheid’, zei hij. ‘Alleen jouw verlangen om te weten kan het openen.’ Hij hield het me voor. ‘Voorzichtig, het breekt als je het aanraakt. Weet je zeker dat je dit wilt?’


Ik nam het van hem aan. Lichter dan een eierschaal, dat dingetje. Waarom niet, dit delicate vredige verglijden van mijn eerste dag op aarde, zijn geheim door rozenblaadjes omsloten. Zo teer!


Ik had het delicate oppervlak nog niet met mijn vingertop aangeraakt of het viel in mijn hand uit elkaar, het uur voor mijn geboorte.

 

Toentertijd, herinnerde ik me, leek het een fantastisch idee.
Avontuur! Romantiek! Oude vrienden terugzien, me nog één keer meten met mijn uitgelezen kring van grootse aartsvijanden. Deze keer zouden het poezelige jonge katjes zijn! Het ergste wat me kon gebeuren: een paar schrammen als ik even zou vergeten wie ik was, als ik zou terugdeinzen voor hun schijngestalten.


Hoogst onwaarschijnlijk, zo’n krab. Ik herinner het me allemaal! Nooit meer die vroegere catastrofes, toen ik die wetenschap kwijtraakte, toen ik hele levens lang vocht tegen fantomen, toen ik me tot pulp liet slaan en me in mijn laatste ogenblikken afvroeg waarom ik ooit geboren was.


Nooit meer. Ik heb vermogens aangeleerd die geen vijand kan evenaren. Het leven in de ruimte-tijd is een knaller, jongens! Geen enkel wapen kan mij kwetsen, ik ben volkomen veilig door al mijn kennis. Ik zal lachend door die cirkel van draken zweven waardoor ik vroeger zo dikwijls ben verpulverd. Ik ben uitgerust, hersteld, gewapend met een onverstoorbaar inzicht in de realiteit, in plaats van mijn oude geloof in illusies. Wat ter wereld kan me nu nog een schram bezorgen?


Onbevreesd is het woord niet ... Dit gaat LEUK worden!


Nog één laatste leven, één laatste wedstrijd, om te bewijzen dat de overwinning nooit moeilijk hoeft te zijn, om aan te tonen dat ik voor altijd de soepele wijze gratie heb aangeleerd waaruit iedere werkelijke triomf bestaat.


Onthoud wie je bent, cowboy, geloof nooit wat je om je heen ziet, en dit wordt een makkie!


Aldus bewapend, onbevreesd voor draken, stapte ik van de rand, en alles werd zwart.

 

Wat voelde het raar aan, geboren worden!


Nog maar een paar uur geleden was ik veilig. Ik dreef gelukkig rond, mijn lichaam functioneerde warm en goed. Nu is mijn geest de regelkamer van een smeltende kernreactor, alarmfase drie. Flikkerende rode waarschuwingslampjes. Angst! Dood! Ademen, nu meteen, of sterven; eten of sterven. Van vallen ga je dood, van vuur, van water, van vijanden in het donker. De hond lijkt mak, maar hij eet baby’s.


Ik heb nog nooit zoveel waarschuwingslampjes zien oplichten. Ik ben een en al kwetsbaarheid, gespeld m a c h t e l o o s en ik kan niet eens het woord ‘help’ snikken.


Eén mens vlakbij. Mamma, het spijt me dat ik zo egocentrisch ben, maar ik had graag dat je in de buurt blijft tot ik heb onderzocht waar de gevaren loeren, tot ik gewapend en geharnast ben, tot ik ongeveer dertig jaar ben, alsjeblieft, en, tussen haakjes, wat doe ik hier eigenlijk? Ik geloof dat ik dat vergeten ben ... Heb ik dit leven voor mezelf uitgezocht of heb jij dat gedaan en waarom in hemelsnaam?


Zij kende de antwoorden, maar ik uitte mijn vragen in de vorm van huilbuien en zoet maar, kleintje helpt niet veel als ik weet dat het buiten door de gure wind vijfendertig graden vriest en ik al begin te rillen bij twintig graden boven nul. Er zat niets anders op dan: ogen, dicht, alles uitschakelen, slapen.


Slapen. Langzaam terug naar glooiende smaragdgroene en amberkleurige heuvels. Springen en niet vallen, maar zweven, een flits paardenbloemgeel licht dat opstijgt in de lucht. Slapen. Terug naar huis, weer kunnen praten zonder woorden: iedereen is zowel leerling als leraar, alles heeft zin en doel.


ONGELOOFLIJK! vertelde ik ze. Als ik nog eens zeg dat het wel leuk klinkt, weer een leven in de ruimte-tijd, bind me dan stevig vast, alsjeblieft. Zagen jullie niet dat ik gek was? Ze storten zich op je met al hun beperkingen tegelijk, zodra je op aarde landt ... Beperkingen in ruimte, in tijd: ik ben afgescheiden en verschillend van ieder ander. Ik zit gevangen in de puddingvorm van een PIEPKLEIN schepsel, hals over kop vastgesnoerd in een onhandig miniatuurlijfje. Alles om me heen is reusachtig groot. Ik kan geen gedachtecontact leggen, ik kan niet thuiskomen, ik kan zelfs niet vliegen. De zwaartekracht is enorm, ik ben zwaarder dan olifanten in de teer, zwakker dan vlinders met gazen vleugels. IJs en staal, overal en alles, behalve mamma en mijn dekentje. Beperkingen die me als dolken bedreigen, regels die ik niet begrijp. Het doek is opgegaan voor een toneelstuk waarin ik mijn eigen rol moet schrijven in woorden die ik niet ken. Met verweekte hersens probeer ik een mond te besturen die niet eens laat me hieruitkan zeggen.

 

Ruimte-tijd is in theorie al idioot genoeg ... In de praktijk is zij de gekte ten top. Een minuut voor de volwassenen is voor mij meerdere dagen. Boink, boink, boink: werelden splijten iedere seconde uit elkaar en niemand die het merkt. Aan het werk! Terwijl een miljoen keuzen veranderd zijn in slechts één. Iedereen is door een onzekere toekomst te slapen gelegd in een onveranderlijk verleden.

 

Dit is toch zeker een spelletje? Ze hadden me gewaarschuwd dat het onwerkelijk zou zijn. Maar dit is onwerkelijk in het kwadraat, dit is een onmogelijke uitdaging: verander dit zwakkelingetje van een lichaamgeest, in het gunstigste geval in iemand die zich nauwelijks afvraagt wie hij is en in het ongunstigste in iemand die nooit de walkant bereikt, die zonder hoop op redding wordt meegesleept door de stroom. Je hoort hem nog mompelen: waar draait het allemaal om, wie kan zich nu iets herinneren in al die herrie?

 

Ik was gek hiervoor te kiezen, maar laat ik het er maar op wagen. Het ergste dat me kan gebeuren is dat, met een beetje geluk, de hond me opeet. Dan ben ik uit dit universum bevrijd en ben ik weer thuis.

 

Toen ik wakker werd, herinnerde ik me zelfs dat niet.

 

Ik was waarnemer, nog net geen spook — degenen die ik waarnam, konden ook mij zien. Wat een schattig jongetje, zeiden ze tegen mijn moeder, intens dankbaar dat ze nooit meer mijn leeftijd zouden hebben. Kijk die grote ogen eens ... Onschuldig, gelukkig, veilig.

 

Mis. Mis. Mis.

 

Ik streed de moeilijkste strijd van mijn leven, die eerste uren. En ik verloor hem. Rij na rij van vallende dominostenen.

 

‘Ik ben’, zei ik tegen de wereld. ‘Ik ben een nooitgeboren, onsterfelijke manifestatie van oneindig leven, die de ruimte-tijd uitkoos als schoolplein en speeltuin. Ik kwam hier voor mijn plezier, om oude vrienden weer te zien, om grootse geliefde vijanden weer uit te dagen ...‘ Alsof je ze met een ijzeren staaf in het gezicht had geslagen, die vijanden van mij. Ze gebruikten geen woorden, dat hadden ze niet nodig.

 

Pijn! Welkom in de ruimte-tijd, land-van-geen-andere-keus. Wat je ziet is wat er is, knul. Het is nu allemaal nog wat wazig, maar hoe beter je gaat zien, des te erger wordt het. Hier is vorst, hier is honger, hier is dorst, hier is je lichaam dat het enige is wat er van je bestaat. Geen weids oneindig leven nu. Tussen jou en een plotselinge dood staan alleen twee simpele stervelingen die je nauwelijks ontmoet hebt, twee die er niet zo zeker van zijn of ze wel je ouders willen zijn.

 

‘Ik herinner me nog hoe het leven was voor ik hierheen kwam! Ik hoefde niet te ademen of te eten, ik had geen lichaam nodig om te leven en ik leefde! Ik koos mijn ouders en zij kozen mij! Ik koos deze tijd! Ik herinner me ...‘

 

Je herinnert je enkel dromen! Flitsen in je lege babybrein. Laat ons dat leven zien, duid het ons uit. Kun je dat niet? Doe je best! Ben je vergeten waar het is? Zo snel?

 

Probeer dit eens, baby ... Houd drie minuten je adem in, loop vijf minuten over het ijs, slaap tien minuten in de sneeuw, verlaat je moeder voor een hele dag. Probeer dit maar eens en kom ons dan vertellen over oneindig leven.

 

Wazige pasgeboren geest, volledig op hol geslagen, per minuut verliest het één gevecht. Geen tijd om te denken, de fysieke wereld heeft de tijd tot haar beschikking. De wereld strijdt op haar eigen grondgebied. Alleen wat zij ziet met haar ogen en aanraakt met haar vingers is waar. Alleen stoffelijke bewijzen worden aanvaard; al het andere verdient minachting.

 

Ik word onderuit gehaald, ik sta met mijn rug tegen de muur. Baby’s weten niet welke kant van een zwaard ze moeten vasthouden. De anderen zijn in de meerderheid en ik word aan reepjes gesneden door de sloomste van dat stel schurken. Kinderspel, snijd die kleine rebel aan stukken voor hij leert zien.

 

Deze wereld is lei en steen, ze is te pijnlijk. Bij mij hangen de vellen erbij en mamma weet niet eens dat ik vecht voor mijn leven.

 

‘Het is in orde, kleintje, niet huilen. Alles is in orde…

 

Mamma! riep ik zonder woorden. Help me!

 

Niet alle spraak bestaat uit woorden en soms vertellen moeders als hun kind huilt meer dan zij weten.

 

Ze streek over mijn hoofdje. ‘Kleintje. De draken zijn in de meerderheid, maar ze liegen. Je kunt kiezen. Twee keuzen. Een: doorzie hun spelletje, luister niet naar hun regels, baby’tje van me. Sluit je ogen, laat je ziel opstijgen, herinner je wie je bent, de ruimte voorbij, de tijd voorbij, nooit geboren, nooit stervend ...‘

 

Ik ontspande me, liet los.

 

‘... en de stoffelijke wereld zal triomfantelijk een vuist heffen — kijk eens aan! Dood! Een en al oog om te bezweren dat je lichaampje niet meer ademt, een en al vingers om te bevestigen dat je geen polsslag meer hebt. De wereld zal een document ondertekenen om je overwinning je dood te noemen.’

 

Ze hield me tegen haar gezicht. ‘Een andere keus: win door te verliezen. Bouw, voor je buitenste muren omvallen — want omvallen moeten ze als je hier blijft — een innerlijke ruimte om te beschermen wat je gelooft. Houd eraan vast dat je oneindig leven bent dat zijn eigen speeltuin kiest. Houd eraan vast dat de wereld die jij kent, bestaat met jouw toestemming en omdat jij dat wilt. Houd eraan vast dat het jouw doel en missie is om liefde uit te stralen op jouw eigen speelse manier, op die momenten die volgens jou de meest dramatische zijn. De draken zijn je vrienden!’

 

Ik luisterde naar mijn moeder en herinnerde me alles. Haar kleurige reddingsboei verbond me ogenblikkelijk met het zonlicht waar ik vandaan kwam en met deze plaats vol schuivend donker glas en nachtelijke bestormingen.

 

Ze keek in mijn opengesperde ogen die verbaasd in de hare staarden. ‘Heb je de waarheid goed vast?’ vroeg ze. Haar gefluister was een geheim tussen ons. ‘Giet nu kristal uit rond het centrum van je wezen, dieper en sterker dan ruimte en tijd. Maak een schild dat door niets kan worden gebroken ...‘

 

Ik knipperde met mijn ogen, luisterde en verloor. Maar moeder, dacht ik, zelfs jij bent ruimte en tijd. Je bent hier en tegelijk niet hier. Je bent nu hier bij mij en op een dag zul je sterven…

 

‘Dat is waar’, mompelde ze. ‘Luister naar je draken. Ik zit gevangen in de ruimte-tijd, net als jij. Ik zal sterven, en je broers en je vader ook. En dan ben je alleen. Laat los. Geef je over. Laat je muren verdwijnen, laat ze omvallen, stenen worden zand. Laat de wereld overstromen, door je heen, over je heen. Leer haar leugens, wentel je in ze rond, biedt geen weerstand. En onthoud wat je diep van binnen veilig hebt weggesloten. Op een dag, twintig jaar na nu, kleintje, zestig jaar na nu, raak dan aan je waarheid en lach ...‘

 

Ik vertrouwde haar en liet los, gaf me enkele dagen na mijn geboorte over aan de draken. Ik zag mijn muren door blauwe huizenhoge vloedgolven in schuim veranderen: geen keuze, geen vragen, het leven is ellendig, kort, onrechtvaardig. Er is geen doel. We zijn geen jonge vogeltjes, klaar om uit te vliegen. We zijn lemmingen die zich zonder nadenken over de rotsen van het toeval werpen, zonder enige reden. Welkom op aarde, stommerd.

 

‘Hé, te gek!’ zei ik. ‘Heerlijk om hier te zijn!’

 
Maria onder hypnose
 
 
 
 
Tijdens een van zijn vluchten pikt Jamie Forbes een noodsignaal op van Maria Ochoa. Haar man - de piloot - is tijdens de vlucht onwel geraakt. Forbes leidt haar door de landingsprocedure heen, terwijl hij in zijn eigen vliegtuigje naast het hare vliegt. Dan vliegt hij verder naar zijn eigen bestemming.
Hij wordt aan het denken gezet wanneer Maria in de kranten vertelt dat ze ervan overtuigd is dat de vreemde piloot haar onder hypnose de kist aan de grond heeft laten zetten. Heeft hij haar echt gehypnotiseerd? En hoe dan? Wat is de invloed van suggestie op ons leven? Gaandeweg ontrafelt hij een nog groter mysterie: de ware natuur van de mens wordt niet begrensd door ruimte en tijd.

Spirituele roman over zelfhypnose. De fervente vlieger en vlieginstructeur Jamie Forbes wordt tijdens een van zijn vluchten door een vrouw opgeroepen. Zij is volledig in paniek omdat haar man, de piloot, onwel is geworden. Jamie overtuigt haar dat ze het toestel zelf aan de grond kan zetten, wat ook zonder ongelukken gebeurt. Na het lezen van het verslag in de krant waarin de vrouw beweert dat ze door Jamie gehypnotiseerd is, herinnert hij zich een show waarin hij zelf heeft ondervonden wat hypnose teweeg kan brengen; het veranderde zijn leven. De ideeën van de auteur komen enigszins overeen met die in de gids 'The Secret: het geheim van voorspoed en geluk' van Rhonda Byrne, maar Bach verwerkt ze in persoonlijke belevenissen en verhalen waardoor ze niet als 'wetten' overkomen maar enkel illustreren hoe sterk zelfhypnose is. De korte zeer toegankelijke hoofdstukjes met veel dialogen (aan het eind met zijn hogere zelf) zijn in goedlopend Nederlands vertaald.
 
Een interview
 
 
 
 
 
 
Citaten uit zijn werk
 
De beste manier om te betalen voor een mooi moment, is ervan te genieten.
 
Dit is een test om erachter te komen of je missie op aarde ten einde is: als je nog leeft, is dat niet het geval.

Hoe minder ik iets als werk zie, hoe meer ik voor mekaar krijg.

Zoek bewijzen voor jouw beperkingen; en zeker zal je erdoor beperkt worden.  

Vraag jezelf naar de sleutels van jouw succes. Luister naar jouw antwoord, en pas het dan toe.

Vermijd altijd alle problemen en je zal nooit diegene zijn die ze heeft overwonnen.

Kunnen kilometers je echt scheiden van jouw vrienden? Wanneer je bij iemand wilt zijn waar je van houdt, ben je er dan niet?

Quotes