Gedichten en teksten rond de kersttijd, van dichters en van vrienden die ik onderweg mocht ontmoeten


Kristnacht yn FRYSLÂN

Stille nacht, Hillige nacht,
Stjerreglâns, ing'le wacht,
't Bern dat mannichten silligje sil,
dreamt yn’t krebke en glimket sa stil
rêst yn sillige slom
rêst yn sillige slom.

Helpleas Bern, Hillich Bern
ek foar ús, fier ferlern
kaam it del út Syn hearlik ryk
waard it lyts en oan earmen allyk,
joech ús it libben werom
joech ús it libben werom.

Stille nacht, Hillige nacht,
ierde heil, fred' en ljacht
bring, mei't ing'le alleluia
tank en gloardje dy Kening ta
sjong, ferlosten, Syn rom
sjong, ferlosten, Syn rom.
 
 
 
 Van liefde ga je stamelen


Van liefde ga je stamelen, want
geen woord is toereikend om de gloed
en de warmte, de siddering van geluk
en de vreugde ervan te beschrijven.
Elk woord is vaal en bleek, ja, levenloos
vergeleken bij wat je vanbinnen ervaart.

Van liefde ga je stamelen, zo voelde ik
toen de liefde voor Hem, die mijn alles
is, opsteeg in mijn hart: laaiende hitte.
Soms is het er zo maar: die intensiteit,
dat vuur, die vreugde die alles overstijgt.

Van liefde ga je stamelen, want
zo graag zou ik die liefde met iedereen
willen delen – en hoe kan dat anders dan
door haar in woorden te vangen en zó,
in woorden gehuld, aan anderen door
te geven? Maar ware liefde laat zich
niet in woorden vangen: zij overstijgt
elk menselijk woord. Daarom stamel ik.

De liefde onthult mij het gelaat van Hem
op wie zij gericht is: Jezus die de Christus
werd. Zij vergunt het mij te schouwen
tot vér in zijn ogen en zijn eindeloze begrip,
zijn mededogen en zijn onvoorwaardelijke
liefde te doorvoelen en mij bewust te worden.

En steeds weer hoor ik zijn stem
die mij vraagt deze liefde door te geven
en er allen mee te bekleden die ik
op mijn levensweg ontmoeten zal.

Daarom bid ik: laat Uw liefde
voelbaar door mijn ogen stromen,
laat haar weerklinken in mijn woorden
en laat haar meetrillen in mijn gebaren.

Hans Stolp
 
 
 
 
Oudejaarsgedicht


Als een filmrol gaan de beelden
van het afgelopen jaar
en ze wekken soms ontroering
als een teer bewogen snaar.
Er was veel dat kon verblijden
met een diepe innigheid,
maar ook stormen overheersten
met hun niets ontziende strijd.

Er zijn dagen die je weerziet,
waar je niet meer verder kon
en je bidden, voor ’t gaan slapen,
met een zachte snik begon.
Je beleefde in de kerker
van je afgesloten ziel
een verlatenheid van alles,
toen een lieve je ontviel.

Doch er waren ook juwelen
op een goudgekleurde dag:
d’eerste stapjes van je kleinkind,
die je met ontroering zag,
of een arm die warm en innig
om je schouders werd gelegd
en een woordje als een lichtstraal,
door een engel Gods gezegd.

’t Was als eb en vloed en telkens
spreidde God Zijn sterke hand
in de branding van het lijden,
in het voortgaan naar Zijn land.
Alles diende tot voltooiing,
ieder aangereikt moment,
om te tonen dat je waarlijk
een geschenk van boven bent.

Er is zoveel om te danken,
als je al die beelden ziet,
want je komt tot de ontdekking
dat God jou geen tel verliet.
Het geeft moed het jaar dat voorligt
als ”genadetijd”te zien,
met voor elke dag de bede:
”Vader, dat ik U slechts dien!”

Frits Deubel
 
 
 
 
KERST 2006

Wees maar stil in die dagen,
als het leed aan je knaagt.
Het is God die je draagt
en Hij kent al je vragen.

Laat het licht in je dansen
dat de kerststal omstraalt,
uit de hemel neerdaalt
met oneindig veel kansen.

Wees maar stil in die dagen.
Als de tijd is vervuld
en God alles onthult,
heb je niets meer te vragen!

Frits Deubel

 
 
 
  KERST

Zou de wereld plots verbeteren als Jezus op aard zou zijn.
Nooit geen kogels, geen geweren,
zouden wij allen broeders zijn?

Laat ons dromen, laat ons wensen,
dat het ooit veel beter kan.
Zal het hart van alle mensen,
welkom Jezus roepen dan?

Weg terreur en bloedvergieten … Israël zonder geweld.
Blank, rood, zwart, elk zal genieten…
Enkel liefde is wat telt.

Laat ons dromen, laat ons wensen,
dat het ooit veel beter kan.
Zal het hart van alle mensen,
welkom Jezus roepen dan?

Welkom kindje, in ons midden, die ons vree op aarde geeft.
Laten wij slechts hem aanbidden…
Hij die eeuwig leven geeft!

Laat ons dromen, laat ons wensen,
dat het ooit veel beter kan.
Zal het hart van alle mensen,
welkom Jezus roepen dan?

Jean-Paul V.
 
 
 
De Boreling

Diep daar, beneden.
In een inktzwarte duisternis
Daar waar de kobold van angst
mij aangrijnst met zijn grimmig gezicht
Zit in ketenen gekluisterd, als een oester omsloten
door een grijnzende schalen mond
De parel van het Ware Leven

Goed verborgen door vele sluiers,
de schaduwen van vervlogen tijden
Overschreeuwd door vele dissonanten
roepende om vergelding, gerechtigheid
Schijnt dat kleine gouden Licht, als een roepende vlam
Zijn stralingskracht wordt helder,
Naarmate de 'stem' vleugelen krijgt .

Die stem doet zich gevoelen, als van verre
Zodra de dissonanten zwijgen, heel even
stokkend naar adem snakken
Als mijn ik niet langer zichzelve roept
wordt zij gehoord, van diep daar binnen,
als de klank van het Eeuwig Zijn
Waarnaar mijn ziel zo heftig verlangt

Diep daar, beneden
In die inktzwarte duisternis
waar schaduwen tot schimmen worden
In hun poging het Licht te dempen
Wordt de kiem des Levens tot aanzien gewekt
De oester wordt de grot
Waarin Hij, tot geboorte komt

Op weg, nu pas bewust
Geleid door de roep
Die in de lichte 'stilte' klinkt
Met de offergave van overgave
De blik op het Licht gericht, daarbinnen
Is het niet mijn ik maar Hij in mij
die zichZelve zoekt en vinden zal
De Boreling, in de kribbe

Baldu
 
 
"KERST"

Ieder jaar die twee dagen
vol van warmte en genot.
Eén antwoord, geen vragen
Jezus geboren, zoon van God.

Veel meer dan drinken en eten
meer dan die twee dagen alleen.
Altijd; als je dat mag weten
Jezus, daar kun je niet omheen.

Wat Hij toen aan ons allen gaf
eeuwig kerstfeest met Hem.
Dat jij zomaar komen mag
Hij kent jou, zelfs je stem.

Door Jezus is alles klaar
Hij heeft alles al gegeven.
Geef jij je nu ook maar
en aanvaard het echte leven.

Heerlijke hapjes en niets meer
wat is jouw kerst dan leeg.
Jezus roept jou keer op keer
terwijl jij zoveel kansen kreeg.

Jezus hoeft niet achter ons aan
wij zelf kunnen Hem pakken.
Hij komt al naast jou staan
en jij mag naar Hem snakken.

Toch is Jezus degene die rent
achter jou aan, Hij wil jou.
Hij heeft je altijd al gekend
Zijn stem; weet dat ik van je hou.

Zie hoe groot zijn genade is
het gaat oneindig door.
Zijn trouw is zeker en gewis
maar ga jij er wel voor.

Beleef het deze kerst intens mee
Hoop; want Jezus is geboren.
Geef je over en ga met Hem in zee
niemand kan jullie band verstoren.

Rust in zijn wijd gespreide armen
gooi je vermoeide hart van slot.
Laat je door Hem warmen
je bent heel, niet langer kapot.
 
 auteur mij niet bekend.
 
 Sterren stralen overal,
doen om ’t stalletje verschijnen.
Waar een boven prijken zal,
’t vangend binnen gouden lijnen.
’t Is die ene ster die zegt,
dat de Heiland is geboren.
In de kribbe neergelegd,
waar hij boven staat te gloren.

Heel het firmament feest mee,
met dit feestelijk gebeuren.
Zie de gouden sterrenzee,
staat te schitteren en te fleuren.
‘t Sterrenlicht dat helder straalt,
doet haar vreugde niet verzwijgen.
Dat van ’t Christuskind verhaalt,
dat wij uit Gods handen krijgen.

Engelen, herders, wijzen, wij,
allen zijn wij feestgenoten.
Met een hart verheugd en blij,
door Gods goedheid overgoten.
Laat ons in een kring gaan staan,
met elkaar een loflied heffen.
Om wat Gods beloft’  gedaan,
in Zijn Zoon ons laat beseffen.

Hoor hoe de engelen juichen,
de hemel openbreekt.
Hoor hoe zij blij getuigen,
hoe God het licht aansteekt.
Een kind is ons geboren,
dat komt uit Jesses stam.

De wereld mag het horen,
dat Hij op aarde kwam.
Een stal dat is zijn woning,
en niet een groot paleis.
Hier ligt de jonge koning,
lof zij Hem eer en prijs.

Uit vlees en geest geboren,
ligt hier de Zoon van God.
Door Vader uitverkoren,
als redder van ons lot.
God laat zijn liefde tonen,
ons zichtbaar in dit kind.

Dat onder ons wil wonen,
zich weet geliefd, bemind.
Het zal zijn schapen hoeden,
als Herder naar de stal.
Hij zal hen weiden, voeden,
die koning wezen zal.
 
 
 
 auteur mij niet bekend.
 
 Kom je ook bij het kindje kijken,
’t Jezuskindje in de stal.
Dat voor jou en mij zal blijken,
Hij die ons verlossen zal.

In de kribbe ligt Hij neder,
met een glans op zijn gelaat.
O wat kijkt dit kindje teder,
in zijn Goddelijke staat.

Zoon van God mag je Hem noemen,
knielend bij de kribbe neer.
En het Jezuskindje roemen,
als Verlosser en als Heer.

Alle sterren buiten stralen,
en hun gloed is ongehoord.
Schitterend doet er een verhalen,
hoog en trots van zijn geboort’.

Ja dit kind voor ons gekomen,
brengt de wereld vrede aan.
Waarvan velen deden dromen,
hunkerend naar zo’n bestaan.

Eenmaal zal Hij ons regeren,
koning zijn met majesteit.
Over ’t kwade triomferen,
waar Hij allen van bevrijdt.
 
 
 auteur mij niet bekend.
 
 De geringsten

Ik ben met de getrouwen
rondom de krib gaan staan.
Toen toonde onze Vader,
nog eens het wonder aan
en wees weer net als vroeger
naar Zijn beminde Zoon,
een Vorst zonder veel aanzien,
een Koning zonder troon.

”Kijk”, zei Hij, ”Ik had eig’lijk
een groter plan bedacht:
Een heerser met paleizen,
vol wereldlijke pracht,
wiens komen door herauten,
op goudgebiesd tapijt
en met veel loftrompetten,
heel groots werd ingeleid.

Maar toen Ik nog eens rondkeek,
zag Ik ineens die stal
en ging de lust verloren
voor schallend hoorngeschal.
Mijn Kind moest zijn te vinden
waar de geringsten zijn,
zij, die Zijn wil betrachten,
eenvoudiglijk en klein.”

Zo is Gods Zoon gekomen.
Zo zal Hij altijd zijn,
bij zielen die waarachtig
en need’rig willen zijn.
Zoek dus maar nooit bij ’t grote,
daar is de Heiland niet.
Het zijn de kleine dingen,
die Hij de kleinsten biedt!

Frits Deubel



Op weg naar Bethlehem
 
Velen zijn op weg gegaan
in deez’ grijs omfloerste dagen
met de zwaar te dragen last
van hun ongeziene vragen.

In de velden van de nacht
zoeken zij het Kind van boven,
soms met twijfel in hun hart
of ze er nog in geloven.

Er is zoveel pijn geweest,
dat door niemand was te stillen,
beelden van veel oorlogsleed,
die nog in hun harten trillen.

Moedeloos en reddeloos
zien ze afgebrande  straten
en ze zoeken naar de ster
of heeft die hen ook verlaten?

Ouders zijn hun kind’ren kwijt,
kinderen zijn wees geworden
en ze dolen her en der
als een opgejaagde horde,
roepend, schreeuwend om het Kind
dat in Bethl’hem is geboren.

Zullen zij het ”Gloria!”
in hun leven nog wel horen?

God, probeer toch deze nacht
om de velen die zo strijden
met Uw zachte vaderhand
naar de kribbe te geleiden.

Als U echt almachtig bent,
laat de ster dan één keer lichten,
voor miljoenen mensen met
bange, troostloze gezichten!
 
Frits Deubel

 
 Troostlied voor wie met kerst alleen zijn

Wees niet zo bang voor kerst. Het zijn twee dagen,
dat is niet meer dan achtenveertig uur,
En uren, het ene vlug, het andere trager,
uren vervliegen op den duur.

Raak niet verloren in herinneringen,
wees toch een beetje wijzer deze keer.
Zing maar van "Stille Nacht" als je kunt zingen,
want stil zal het zijn, die nachten. Zeer.

Zing in jezelf: 'De witte vlokken zweven'
terwijl de regen langs de pannen ruist.
Het kind is niet in Bethlehem gebleven:
het is naar Golgotha verhuisd.

Gedenk de dieren op de schalen en de borden,
die zitten meer dan jij in de puree.
Eten is beter dan gegeten worden,
ook in de glans van Lucas 2..

Zeg 'nee' als mensen je te eten vragen,
want in een anders gelukkige gezin
daar is de kerstboom enkel te verdragen
met een uitslaande brand erin.

Wees niet zo bang voor kerst. Het zijn twee dagen.

 
Willem Wilmink   uit: 'Verzamelde liedjes en gedichten', 2004.