Reincarnatie en christendom - een artikel van mijn hand

 

 

Reďncarnatie en christendom. Auteur: Francine H.

Een tijdje geleden werd mij, door de redacteur van het (inmiddels ter ziele gegane) tijdschrift Lotus, gevraagd een artikel te schrijven over reďncarnatie en christendom. Het artikel is verschenen in Lotus nr. 37

 

 

Schilderij: Adriana Biesbroeck - Hulst

 

Inleiding.

In bijna alle religies aanvaardt men de reďncarnatieleer. Een van de uitzonderingen  hierop is het christendom.
Dat roept vragen op, vooral omdat de reďncarnatieleer, mijns inziens, wel degelijk terug te vinden is in de Oudtestamentische en vroeg christelijke geschriften, zelfs in de ons bekende evangelies en in sommige teksten van Paulus.

( Kor.1  3:11-15) [1]  Vooral het laatste vers van dit citaat lijkt me duidelijk in dit verband.
( Ef. 1:9-12) [2]
( Ef. 2:1)[3]
( Ef. 2:10)[4]

Het laten verdwijnen of versluieren van die teksten over reďncarnatie door de Katholieke Kerk en haar bedienaars moet dus wel een goede reden gehad hebben.

 

1. Waardoor mijn mening over het bestaan van reďncarnatie tot stand kwam.

In de evangeliën leert Jezus ons een Vader kennen die vol van liefde voor al zijn schepselen zorgt en er niet één laat verloren gaan. En wat leert ons de kerk? Mensenkinderen die zich niet bekeren tot het christendom en zich niet voor de volle 100% aan de tien geboden houden gaan voor eeuwig naar een brandende hel. Onschuldige kinderen, die ongedoopt sterven, gaan naar het ‘voorgeborchte’ van de hel en mogen niet in gewijde grond begraven worden. Mensen die het wagen hun huwelijk te verbreken mogen niet meer in de kerk komen om de sacramenten te ontvangen. ‘Heidenen’ die nooit de kans kregen om het woord van God te horen en zich te laten dopen zijn voor eeuwig verloren… en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Zelfs een aardse vader gaat niet, behalve bij hoge uitzondering, op deze wijze om met zijn kinderen. Hoe zou God, die ons toch door de kerken, en in het bijzonder door Jezus Christus,  wordt voorgesteld als een liefdevolle Vader dit dan wél doen?

Dit zou nog enigszins te rijmen zijn als ieder kind, vanaf de geboorte, dezelfde kansen zou krijgen. Maar dat is beslist niet zo. Heel veel kinderen worden geboren in omstandigheden die hen totaal geen mogelijkheid bieden om Christus, of zelfs maar een hoogstaande moraal, te leren kennen. Sommigen hebben zelfs niet eens de verstandelijke vermogens meegekregen om ooit in staat te zijn om daar iets over te leren. En nog anderen sterven al voordat ze nauwelijks het levenslicht hebben aanschouwd. Zou het God dus behagen om al die levens af te straffen omdat zij geen kansen kregen, terwijl Hij hen uiteindelijk zelf die kans niet heeft gegeven?

Dit lijkt me de grootst mogelijke contradictie, en toch willen de kerken ons dit laten geloven. Waarom?

Ik vond een zeer duidelijk antwoord op die vraag in een citaat van Carol Bowman die uitgebreid onderzoek deed naar gereďncarneerde kinderen.

In haar boek: ‘Wie was mijn kind?’ zegt zij: 'Waarom zou de kerk zich zoveel moeite getroosten om reďncarnatie in diskrediet te brengen? De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor is de impliciete psychologie van het begrip reďncarnatie. Iemand die in reďncarnatie gelooft, neemt door middel van wedergeboorte verantwoordelijkheid voor z'n eigen spirituele ontwikkeling. Hij heeft geen priesters, biechten en rituelen nodig om zich tegen verdoemenis te beschermen (allemaal ideeën die, tussen haakjes, niet tot de lering van Jezus behoren). Hij hoeft zich alleen maar te bekommeren om zijn eigen daden, zowel ten opzichte van zichzelf als ten opzichte van anderen. Geloof in reďncarnatie elimineert de angst voor eeuwige hel en verdoemenis, die de kerk gebruikt om de geloofsgemeenschap onder de duim te houden. Met andere woorden: reďncarnatie ondermijnt rechtstreeks de autoriteit en macht van de dogmatische kerk.'

Een andere auteur, Helen Wambach Dr., regressietherapeute, schrijft in haar boek ‘De mens heeft vele levens’

(…) Volgens mij zijn wij net als appelbomen. We hebben een stam en wortels, takken en bladeren en brengen ook appels voort. De appels die wij produceren zijn individuele ego’s en levenservaring. Iedere appel aan de boom heeft de essentie van de hele boom in zich. Op deze manier zijn de DNA-moleculen in het zaad van de appels, de kleine vonkjes van God in ons allen. Wanneer mensen in regressie teruggestuurd worden naar een vorig leven, worden de appels – in plaats van buiten hun velletje te kijken naar een voorbijgaande rups, de zon en de regen – teruggestuurd hun steeltje in, door de takken naar de stam van de boom. Deze stam noem ik het Super bewustzijn. Wanneer ik mensen in regressie breng, denk ik dat ik hen terugbreng door de stam naar de andere kant van de boom en dan weer naar een tak, en daar zeg ik: ‘Daar is nog een appel; kijk door dat velletje en kijk eens hoe de zonneschijn er daar uitziet, hoe het staat met de rupsen en voel je de wind waaien?’ Op die manier kunnen we vele levens meemaken in de boom, die de eenheid van onszelf is. De boom kan de ervaringen van ieder van de appels die daar in een bepaald seizoen groeien, kennen. (….)

 

2. Was de reďncarnatieleer ooit bekend in het christendom?

Ten tijde van het jonge christendom werd er duidelijk nog geloofd in reďncarnatie. Bekijken we maar alleen al een gesprek tussen Jezus en zijn leerlingen, door Johannes beschreven in hoofdstuk 9:1-3  'In het voorbijgaan zag hij een man die vanaf zijn geboorte blind was.

 'Rabbi’, vroegen zijn leerlingen hem, 'waarom is hij blind geboren? Om zijn eigen zonden of om die van zijn ouders?'

'Zijn blindheid heeft niets te maken met zijn eigen zonden of die van zijn ouders', antwoordde Jezus. Hij is blind omdat men in hem de macht van God aan het werk moet kunnen zien.'

Uit de vraag van de apostelen blijkt, dat zij slechts twee mogelijkheden zagen voor de blindheid van de betreffende man. Of hij had gezondigd voor hij geboren werd, wat betekent dat hij al eerder had geleefd, of zijn ouders waren schuldig geweest aan een of andere overtreding.

Dat de discipelen hier zo gemakkelijk over spraken lijkt erop te duiden, dat de leer over karma en reďncarnatie algemeen geaccepteerd was onder de joden in die tijd. En ook door Jezus.

Jezus wijst deze gedachte van Zijn leerlingen niet onmiddellijk als absurd van de hand, terwijl Hij hier toch de kans kreeg om reďncarnatie te veroordelen, wanneer Hij van mening was dat deze leer onwaar was.

Ook spreekt Hij verschillende keren over Johannes de Doper als de ‘teruggekomen’ Elia. Zie Matth. 11:13-14, Matth. 16:13-14, 17:10-13

 

3. Hoe komt het dan dat wij, christenen, in onze kerken al sinds eeuwen niets meer vernemen over reďncarnatie?

Over het schrappen van de reďncarnatieleer werd beslist op het Tweede Concilie van Constantinopel in 553 na Chr. De leer van reďncarnatie, en daarmee ook die van karma, werd ketters verklaard en uit de christelijke theologie verwijderd. Ooit vroeg ik aan enkele dominees en aan een katholieke priester wat er tijdens hun opleiding theologie over reďncarnatie werd gezegd. Hun antwoord was eensluidend: ‘niets’.

Daar waren wellicht in die vroegchristelijke tijd, goede (en ook minder goede), redenen voor.

De reďncarnatieleer is een leer die een mens zélf verantwoordelijk stelt voor zijn levensomstandigheden. Goede handelingen in een leven leiden tot goede omstandigheden in een volgende incarnatie en omgekeerd. Deze kennis vermindert de noodzaak van een Kerk die zonden vergeeft, aflaten verkoopt en dogma’s verkondigt. Dit zou nefaste gevolgen hebben voor de machtspositie van de Kerk die toen sterk verbonden was met de Romeinse Staat en tevens geacht werd de macht van de Staat te versterken.

De reďncarnatieleer was helemaal geďntegreerd bij de gnostische christenen. Daar deze gnostici, ketters genoemd, door de Kerk vervolgd werden – soms terecht wegens verregaande fantasieën in hun leer, soms beslist ook onterecht – moesten ook hun leringen en geschriften het ontgelden en werd het kind mét het badwater weggegooid.    

De leer van meerdere levens zou  de nog niet erg intelligente mens van die tijd kunnen aanzetten tot laksheid: ‘Waarom zouden we ons nu al inspannen, we krijgen nog levens genoeg om een goed mens te worden.’  Dat zo’n levenshouding inderdaad een mogelijk gevolg van geloof in reďncarnatie kan zijn is duidelijk te zien bij een groot deel van de Indische bevolking.

De kerkleiders waren ook van mening dat de mensen maar niet bezig moesten zijn met eventueel vorige en latere incarnaties, maar er alles aan moesten doen om in het huidige leven te groeien tot een ware christen.

 Volgens mij is ook de manier waarop de leer van reďncarnatie in het Oosten meestal wordt uitgelegd: dat dit om een eeuwige kringloop gaat waaruit men nauwelijks kan ontsnappen, een reden waarom de Kerk deze leer niet passend vond binnen de christelijke leer die een verlossingsleer is. [5]

 

4. Enkele citaten van kerkvaders in verband met reďncarnatie.

Onder de kerkvaders en de eerste christenen waren er zeer veel die erin geloofden.

-         Hieronymus: ‘De reďncarnatieleer werd in de oudste tijden steeds aan een kleine schare uitverkorenen als een waarheid, die voor de grote massa niet uitgesponnen mocht worden, meegedeeld.’ Daaraan voegde hij de mededeling toe, dat deze leer als geheimleer ook aan de eerste christenen bekend was.

-          De heilige Augustinus vraagt: ‘Leefde ik niet reeds in een ander lichaam, eer ik in het lijf mijner moeder ontstond?’

-         Clemens van Alexandrie verklaart, dat de reďncarnatieleer een van oudsher afgeleverde waarheid is, die door de apostel Paulus bevestigd werd en sindsdien ‘goddelijke traditie’ is.

-         Origines, één van de grootste geleerden der kerk, gezaghebbend voor de opbouw van de geloofsleer, was een besliste aanhanger van de reďncarnatieleer en duidt hier in vele plaatsen in zijn geschriften op. ‘Als men weten wil, waarom de menselijke ziel de ene keer het goede gehoorzaamt, de andere keer het kwade, moet men de oorzaak in een leven zoeken, dat aan het tegenwoordige leven voorafging.’ – ‘Ieder van ons jaagt door een opeenvolgende reeks van levens heen naar de volmaaktheid.’ – ‘Wij zijn verplicht steeds nieuwe en betere levens te volgen, zij het op aarde, zij het in andere werelden.’ – ‘Onze volkomen overgave aan God, die ons van alle kwaad reinigt, beduidt het einde van onze wedergeboorten.’

-         De kerkvader van Nyssa: ‘Het is voor de ziel een natuurnoodwendigheid, dat ze door meervoudige levens gereinigd wordt.’

-         Rufinus verzekert in een brief aan Athanasius, dat het geloof aan herhaalde levens de algemeneovertuiging der kerkvaders was en van oudsher aan de ingewijden als een oude traditie overgeleverd werd.

-         Aartsbisschop Louis Passavali, gewijd door Monsignore Towianski, schrijft met een beroep op bisschop Stanislaus Flakowski openlijk: ‘ Ik ben van mening, dat het een belangrijke schrede voorwaarts beduiden zou, indien men openlijk de leer van de reďncarnatie verkondigen zou, en wel de incarnaties op aarde, alsmede die in andere werelden. Op deze wijze zouden vele raadsels, die nu als onverklaarbare nevels de geest en het verstand der mensen omsluieren, opgelost worden.’

5. Mijn conclusie.

De reďncarnatieleer, indien goed begrepen en duidelijk omschreven, is m.i. niet strijdig met het christendom. Reďncarnatie is namelijk niet, zoals in het Oosten geleerd wordt, een eeuwigdurende kringloop, een soort van gevangenis in de materie, maar wél een omhooggaande spiraal van evolutie en dus een grote genade van geboden kansen. God heeft namelijk niemand geschapen om hem of haar verloren te laten gaan, wat wel zou gebeuren als het leven een eenmalige kans was. 

Wanneer wij zien hoe verschillend mensen nog in het leven staan, waarbij de één nog geen vlieg kan doodslaan, terwijl de ander zonder verpinken een medemens kan doden om een beetje materieel gewin, dan is het duidelijk dat niet alle mensen op hetzelfde zielenniveau staan en dat er een hele geestelijke evolutie voor nodig is om van een dierlijk bewustzijn, waarmee sommigen duidelijk nog behept zijn, te groeien naar een liefdevol menselijk bewustzijn. Dat wij hiervoor, door middel van verschillende incarnaties in de stof, alle nodige tijd en ervaringen en beproevingen krijgen is een liefdesgift van onze Schepper.

Wanneer wij eenmaal bewust zijn van het doel van die verschillende incarnaties, namelijk een volledig en universeel liefhebbend mens te worden, dan pas kunnen wij de woorden van Jezus Christus echt helemaal vatten en toepassen en zullen we ons best doen om Zijn leringen – die uiteindelijk dienen om ons de weg naar Huis, het Koninkrijk van de Vader te laten vinden – toe te passen in ons huidige leven.

Naar mijn mening was dit de echte heilsboodschap van Jezus: ons te leren op welke manier wij, als ‘verloren zonen – op reis doorheen de materie’, de weg terug kunnen vinden naar de Vader. Wanneer wij dat Christusbewustzijn, dat Jezus volledig tentoon spreidde tijdens zijn openbaar leven, ook tot ons bewustzijn zullen hebben gemaakt, dan pas zal onze ziel niet meer hoeven te incarneren op Aarde en zullen wij, net als Jezus, een geliefde Zoon/Dochter geworden zijn en dus een ware Christus.

 

6. Bronnen en Lectuur:

* Het Nieuwe Testament dat ik gebruik is de vertaling volgens Johannes Greber. http://www.inima.nl
* Paul Brunton: Hoger dan Yoga
* Paul Brunton: Een Heremiet in de Himalaya ISBN 9020285513 Ankh Hermes – Deventer
* Hans ten Dam: Reďncarnatie: Denkbeelden en Ervaringen. ISBN 90-75568-13-4 Tasso,    Ommen 2002
 * Hans ten Dam: Catharsis en Integratie. Handboek regressie- en reďncarnatietherapie. ISBN 90-75568-12-6   Tasso, Ommen, 2001 http://www.tasso.nl
* JB Delacour: Toch reďncarnatie  ISBN 90-202-4844-8 Ankh-Hermes Deventer
* Helen Wambach Dr.: De mens heeft vele levens ISBN 90-202-5573-1 Ankh Hermes – Deventer
* Ian Stevenson: Bewijzen van reďncarnatie ISBN 90-202-6015-4 / Ankh Hermes – Deventer
* Jozef Rulof: Alle boeken http://www.wayti.nl
* Pieter Langedijk: Reďncarnatie, psychotherapie en innerlijke groei. ISBN 90-202-5579-7  Ankh-Hermes 1992
* Elisabeth Kubler-Ross: Over de dood en het leven daarna . ISBN 90-263-0716-0   Westland 1985
* Bhaktivedanta Swami Prabhupada: Heengaan en Terugkomen. De wetenschap der reďncarnatie. ISBN 90-70742-07-01
* Yonassan Gershom: Onmogelijke herinneringen. ISBN 90-6038-404-0 - Vrij Geestesleven Zeist 1997
* C. Jinarajadasa M.A.: Hoe wij ons onze vorige levens herinneren en andere opstellen over reďncarnatie - 1922 - Theosophische Vereeniging - Amsterdam
* Pieter Wierenga: Ongenode gasten. Over indringers in de menselijke geest. ISBN 90-75568-05-3  - Tasso 1998
* Gina Cerminara: Leven in Relatie - Edgar Cayce's visie op karma en reďncarnatie ISBN 90-202-4859-6  Ankh-Hermes 1978
* Thorwald Dethlefsen:  Leven na leven na leven  ISBN 90-261 3010 4
* Thorwald Dethlefsen:  Terug naar vorige levens
* Thorwald Dethlefsen :  Esoterische Psychologie - ISBN 90-202-5552-5
* Joanna Klink: Vroeger toen ik groot was ISBN: 90-259-4452-3
* Carol Bowman: Wie was mijn kind? ISBN: 90-229-8542-3 Bruna
* Carol Bowman: Kinderen uit de hemel. ISBN: 90-229-8541-5  Bruna
* Rudolf Passian : 'Wedergeboorte’ of ‘ De onsterfelijkheid van de menselijke ziel’ ISBN: 90-612-0 5999 Elmar bv  - Rijswijk
* Colin Wilson: Een speurtocht naar leven na dit leven ISBN 90-274-2479-9  Het Spectrum 1985
* Martin Heald: Levensbestemming - Het verhaal over mijn leven, sterven en wedergeboorte.   ISBN 90-202-8174-7  Ankh-Hermes Deventer 1998
* Ian Currie:  De dood is niet het einde ISBN 90-325-0119-4  De Kern - Baarn 1981
* drs. H. van Praag:  Reďncarnatie ISBN 90 6122 443 8 De Boer-Cuperus, Utrecht
* Titus Rivas:  Encyclopedie van de parapsychologie ISBN 90-389-1423-7 Elmar 2004
* Titus Rivas:  Parapsychologisch onderzoek naar reďncarnatie en leven na de dood
* Joan Grant & Denys Kelsey:  Meer dan één leven  ISBN 90202 48138 Ankh-Hermes Deventer  * Maria Penkala : Reďncarnatie en Preëxistentie  ISBN 90-202-5573-1 Ankh Hermes – Deventer
* Felix Ortt:  Het reďncarnatievraagstuk

 

[1] Korinthiers 1 3:11-15

11 Het fundament heb ik eens en voor altijd gelegd; het is Jezus Christus. 12 En niemand mag naast dit fundament een nieuw fundament leggen. Maar wat men er ook op bouwt, hetzij van goud, zilver, edelstenen, hetzij van hout, hooi en stro, 13 zal later bij iedereen aan het licht komen. Wat het werk van een ieder waard is, zal duidelijk worden op de dag waarop de vuurproef wordt afgelegd. 14 Wordt het bouwwerk dat iemand daarop gebouwd heeft niet verteerd door vuur, zal hij zijn loon daarvoor ontvangen. 15 Maar wordt zijn werk door de vlammen vernietigd, zal hij zijn straf krijgen. Weliswaar zal hij zelf gered worden, maar slechts zo dat hij de vuurproef opnieuw moet ondergaan.

[2] Efeziërs 1: 9-12

9 Zijn heilsplan dat hij wilde uitvoeren, was namelijk het volgende: 10 zodra in de ontwikkeling van het universum, die trapsgewijs in opwaartse richting gaat, de volheid van de vastgestelde tijdperioden bereikt zou zijn, wilde hij met Christus als het hoofd alles weer verenigen wat zich in de buitenaardse en de aardse sferen bevindt; met dezelfde Christus in wiens gemeenschap ook wij tot het heil werden geroepen. 11 Daartoe waren wij voorbestemd door God die volgens zijn vrije wilsbesluit alles ten uitvoer brengt wat hij zich heeft voorgenomen. 12 En wel moesten wij nu dienen om zijn goddelijke macht te prijzen; wij, die reeds in een eerder leven onze hoop op Christus hadden gesteld.

[3]Efeziërs 2:1

Ook jullie waren geestelijk dood ten gevolge van je afvalligheid en van je andere zonden, waarin jullie sinds het bestaan van dit universum door de verschillende tijdperioden heen erop los leefden.

[4] Efeziërs

 2:10 Want alles wat we zijn, is slechts zijn werk. Hij heeft ons tot ledematen van het geestelijk lichaam van Christus gemaakt, opdat wij daardoor goede vruchten zouden voortbrengen. Reeds in vroegere tijdperioden heeft de voorbereidende hand van God aan ons gewerkt, opdat wij in staat zouden zijn om in ons huidige leven goede vruchten te dragen.