Vanalles wat, over reďncarnatie en mijn eigen inzichten hierover

Mens en noodlot.

 

Voordat ik op de aarde kwam
toonde men mij mijn levenspad,
gevuld met kommer en gram,
met lijden en met tranennat;
slachtoffer van mijn eigen streken,
met fouten en als resultaat
een plotse toorn om mijn gebreken,
met hoogmoed, schaamte, trots en haat.

Ik zag echter ook de vreugdedagen
vol licht en met al wat men droomt,
zonder verzoekingen, zonder klagen,
waarin de bron van ’t goede stroomt;
waar liefde hen die stoff’lijk zijn
de vreugde van de vrijheid schenkt
en waar de mens verlost van pijn
als uitverkorenen van de geesten denkt…

Men toonde mij het kwaad en goed,
men toonde mij de fouten van mijn kant,
men toonde mij mijn wonden en bloed,
men toonde mij de engelen en hun helpende hand..
Toen ik dit komend leven zag
welde plotseling de vraag bij mij:
wilde ik dit leven dat voor mij lag,
want ’t uur der waarheid was nabij…

Ik overzag nogmaals het kwade;
‘Dit leven aanvaard ik bewust’,
antwoordde ik toen vastberaden
en nam mijn noodlot in alle rust…
Zo was het toen ik op aarde kwam,
zo ook begon mijn levensgloren,
geen klacht over ’t leven dat ik op mij nam,
want ‘ja’ zei ik voor ik werd geboren!

Auteur mij onbekend.

 
 

01. Inleiding

Op deze plaats wil ik graag vertellen waarom ik geloof in reďncarnatie en waarom ik zelfs aanneem dat het niet anders kan dan dat reďncarnatie een algemeen geldende wet is voor alle levende wezens, in het bijzonder voor ons als mens.

Ik geloof niet in de mogelijkheid, zoals sommige oosterse religies beweren, dat wij zouden herboren worden als dier of als plant, maar wel dat wij leven na leven verder evolueren in steeds weer nieuwe stoffelijke mensenlichamen die ons in staat stellen te ervaren, te leren, goed te maken en aan onszelf te werken tot we zover zijn dat we het diploma 'kind van God' behalen en verder kunnen aan Gene Zijde.

***

Reďncarnatie betekent volgens Van Dale: wedergeboorte van de ziel in een lichaam. Het woord ‘reďncarnatie’ stamt uit het Grieks en betekend letterlijk wedervleeswording.

Met reďncarnatie wordt bedoeld dat een wezenlijk deel van onszelf (bewustzijn, ziel, geest) het lichamelijk sterven overleeft en na kort of langer verblijf in een andere dimensie, weer in een nieuw stoffelijk lichaam incarneert voor een volgend leven.

Het doel van reďncarnatie is dat wij, door vele levens te ervaren en te leren van die ervaringen, in een bewustzijnstoestand kunnen komen die vrij is van lijden.

***

Volgens onze westerse religies zou reďncarnatie niet bestaan. Noch in de katholieke kerk, noch in allerlei protestantse kerken vond ik enige aanduiding van het bestaan van reďncarnatie.

Een tijdje geleden nam ik me voor om erachter te komen of dit thema überhaupt nog wel aan de orde komt in de opleiding van priesters en dominees. Ik mailde dus met een paar mensen, die een theologische opleiding hadden gevolgd, en moest tot mijn verbazing vaststellen dat dit onderwerp totaal doodgezwegen wordt en helemaal niet meer ter sprake komt.

En dát terwijl er in de oudste christelijke geschriften wel degelijk sprake van is. Zelfs in de bijbel zijn er verschillende verwijzingen die, indien met open geest gelezen, de wedergeboorte in een nieuw lichaam niet ontkennen. En ook Jezus deed wel eens uitspraken die erop wezen dat reďncarnatie bestaat.

***

In de evangeliën leert Jezus ons een Vader kennen die vol van liefde voor al zijn schepselen zorgt en er niet één laat verloren gaan. En wat leert ons de kerk? Mensenkinderen die zich niet bekeren tot het christendom en zich niet voor de volle 100% aan de tien geboden houden gaan voor eeuwig naar een brandende hel. Onschuldige kinderen, die ongedoopt sterven, gaan naar het ‘voorgeborchte’ van de hel en mogen niet in gewijde grond begraven worden. Mensen die het wagen hun huwelijk te verbreken mogen niet meer in de kerk komen. ‘Heidenen’ die nooit de kans kregen om het woord van God te horen en zich te laten dopen zijn voor eeuwig verloren… en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Zelfs een aardse vader gaat niet, behalve bij hoge uitzondering, op deze wijze om met zijn kinderen. Hoe zou God, die ons toch door de kerken wordt voorgesteld als een liefdevolle Vader dit dan wel doen?

Dit zou nog enigszins te rijmen zijn als ieder kind, van bij de geboorte, dezelfde kansen zou krijgen. Maar dat is beslist niet zo. Heel veel kinderen worden geboren in omstandigheden die hen totaal geen mogelijkheid bieden om Christus te leren kennen. Sommigen hebben zelfs niet eens de verstandelijke vermogens om ooit in staat te zijn om daar iets over te leren. En nog anderen sterven al voordat ze nauwelijks het levenslicht hebben aanschouwd. Zou het God dus behagen om al die levens af te straffen omdat zij geen kansen kregen, terwijl Hij hen uiteindelijk zelf die kans niet heeft gegeven?

Dit lijkt me de grootst mogelijke contradictie, en toch willen de kerken ons dit laten geloven. Waarom?

***

Ik vond een zeer duidelijk antwoord op die vraag in een citaat van Carol Bowman die uitgebreid onderzoek deed naar gereďncarneerde kinderen.

In haar boek: ‘Wie was mijn kind?’ zegt zij: 'Waarom zou de kerk zich zoveel moeite getroosten om reďncarnatie in diskrediet te brengen? De meest voor de hand liggende verklaring hiervoor is de impliciete psychologie van het begrip reďncarnatie. Iemand die in reďncarnatie gelooft, neemt door middel van wedergeboorte verantwoordelijkheid voor z'n eigen spirituele ontwikkeling. Hij heeft geen priesters, biechten en rituelen nodig om zich tegen verdoemenis te beschermen (allemaal ideeën die, tussen haakjes, niet tot de lering van Jezus behoren). Hij hoeft zich alleen maar te bekommeren om zijn eigen daden, zowel ten opzichte van zichzelf als ten opzichte van anderen. Geloof in reďncarnatie elimineert de angst voor eeuwige hel en verdoemenis, die de kerk gebruikt om de geloofsgemeenschap onder de duim te houden. Met andere woorden: reďncarnatie ondermijnt rechtstreeks de autoriteit en macht van de dogmatische kerk.'

 Nog een betoog over reďncarnatie in het evangelie:
 
Artikel in Lotus
 
 

 02. REINCARNATIE: HET BIJBELSE GEZICHTSPUNT - Sai Baba

Ofschoon dit niet bij iedereen bekend is, staan er ook in de bijbel verscheidene teksten die betrekking hebben op karma en/of reďncarnatie.

Hier volgen drie voorbeelden daarvan, genomen uit de evangeliën van Mattheus en Johannes.

Uit deze voorbeelden blijkt, dat reďncarnatie voor velen in Israël een vanzelfsprekende zaak was en dat ook Jezus en de apostelen erin geloofden.

* In Johannes 3:3-8 voert Jezus een gesprek met Nikodemus, dat eigenlijk geen verdere uitleg nodig heeft.

Hier volgt de tekst uit de Groot Nieuws Bijbel.

'Ik zeg u de waarheid,' zei Jezus, 'niemand kan zo maar het koninkrijk van God zien; eerst moet hij opnieuw geboren worden.' Nikodemus vroeg: ‘Hoe kan iemand die al oud is, opnieuw geboren worden? Moet hij soms terugkeren in de schoot van zijn moeder om voor de tweede maal geboren te worden ?

'Geloof mij', antwoordde Jezus, ‘niemand kan het koninkrijk van God binnenkomen, als hij niet geboren wordt uit water en Geest. Een mens brengt menselijk leven voort, maar de Geest goddelijk leven. Over mijn woorden: U moet opnieuw geboren worden hoeft u dus niet verbaasd te zijn. De wind waait waarheen hij wil. Je hoort hem wel suizen, maar je weet niet waar hij vandaan komt of waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die geboren is uit de Geest.'

*Johannes 9:1-3 geeft een duidelijk voorbeeld van het geloof in karma uit een vorig leven en dus ook van reďncarnatie.

'In het voorbijgaan zag hij een man die vanaf zijn geboorte blind was. 'Rabbi’, vroegen zijn leerlingen hem, 'waarom is hij blind geboren? Om zijn eigen zonden of om die van zijn ouders?'

'Zijn blindheid heeft niets te maken met zijn eigen zonden of die van zijn ouders', antwoordde Jezus. Hij is blind omdat men in hem de macht van God aan het werk moet kunnen zien.'

Uit de vraag van de apostelen blijkt, dat zij slechts twee mogelijkheden zagen voor de blindheid van de betreffende man. Of hij had gezondigd voor hij geboren werd, wat betekent dat hij al eerder had geleefd, of zijn ouders waren schuldig geweest aan een of andere overtreding.

Dat de discipelen hier zo gemakkelijk over spraken lijkt erop te duiden, dat karma en reďncarnatie algemeen geaccepteerd waren onder de joden in die tijd.

Jezus wijst deze gedachte van Zijn leerlingen niet onmiddellijk als absurd van de hand, terwijl Hij hier toch de kans kreeg om reďncarnatie te veroordelen, wanneer Hij van mening was dat deze leer onwaar was. Nee, Jezus accepteert deze opvatting als de gewoonste zaak van de wereld, maar Hij geeft voor de blindheid van deze man een bijzondere verklaring.

Hij zegt namelijk, dat deze man zo bezocht is, omdat hij bestemd is om door middel van Christus op wonderbaarlijke wijze genezen te worden en zo de macht van God te openbaren.

*Het derde voorbeeld heeft betrekking op de terugkeer van de profeet Lei.

Deze heeft waarschijnlijk in de negende eeuw voor Chr. geleefd.

Vier eeuwen later vermeldde de profeet Malachiet in de laatste regels van het oude testament de belofte van God, dat Hij de profeet Lei zou zenden voor de Heer zou komen. (Malaechi) 3:23.

In de meeste bijbels is dit echter (Malaechi 4:5).

Een teken van de komst van de Messias zou dus zijn: de wederkomst van Elia.

In het evangelie van Mattheus lezen wij, dat de mensen zich afvragen wie Jezus nu eigenlijk is.

In de omgeving van Caesarea Filippi gekomen, vroeg Jezus zijn leerlingen:

‘Voor wie houden ze de Mensenzoon eigenlijk?’

Sommige mensen zeggen dat U Johannes de Doper bent, antwoordden ze, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de profeten. (Mattheus 16:13-14).

Jezus zelf zegt echter in Mattheus 11:13-14, dat Johannes de Doper Elia is.

Ook in Mattheus 17;10-13 zegt Jezus, dat Elia al gekomen is, maar dat men hem niet herkend heeft.

Toen begrepen de leerlingen dat hij Johannes de Doper had bedoeld.

In deze teksten bevestigt Jezus dus de leer van reďncarnatie.

Wanneer men Johannes de Doper echter vraagt of hij Elia is, ontkent deze dat. (Johannes 1:21-23).

De verklaring hiervan is, dat Johannes inderdaad niet wist dat hij Elia was.

Wij kennen onze vorige levens niet en dus wist ook Johannes niet dat hij eens als Elia op aarde had geleefd.

Jezus wist dit vanzelfsprekend wel.

Ondanks het feit, dat karma en reďncarnatie dus in de bijbel voorkomen en door Jezus werden geaccepteerd, maken zij toch geen deel uit van het huidige christelijke gedachtegoed.

De leer van reďncarnatie en daarmee ook die van karma werd ketters verklaard en uit de christelijke theologie verwijderd op het Tweede Concilie van Constantinopel in 553 na Chr.

Het geloof in reďncarnatie leidt ertoe, dat men zich in staat voelt zonder de gevestigde instellingen de christelijke weg te kunnen bewandelen.

Het individu is zich ervan bewust, dat zijn bestemming zijn eigen zaak is, zijn eigen keuze.

De kerk kan hem helpen bij het bereiken van het doel van zijn leven, maar dat is niet noodzakelijk.

Deze opvatting brengt dus een aanzienlijke beperking met zich mee van de macht van de kerkelijke leiders.
Verder waren de kerkelijke autoriteiten van mening, dat er een zekere dwang moest zijn om de mensen te weerhouden van zonde.

Reďncarnatie kan een reden zijn om je verlossing maar voor je uit te schuiven naar een volgend leven.

Het besluit van de kerk om reďncarnatie te verwijderen uit de christelijke theologie heeft ertoe geleid, dat vele geschriften die niet pasten in de leer in opdracht van de kerk werden vernietigd.

De huidige bijbel bevat slechts een klein gedeelte van de teksten over Jezus die ooit hebben bestaan.

De kerk is er niet in geslaagd alle ongewenste teksten te vernietigen.

Zo werd er in 1945 in Egypte een groot aantal manuscripten gevonden, waarvan sommige dateerden uit de tijd dat ook de evangeliën zelf werden geschreven.

Hieronder bevonden zich het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Philippus, het Geheime Boek van Thomas, de Apocalyps van Petrus en nog vele andere teksten die betrekking hebben op het leven en de leringen van Jezus.

Hopelijk zullen deze teksten de mening van de christelijke kerk over karma en reďncarnatie nog eens wijzigen.

Bron: Levende Gedachten

 
 

03 . Reďncarnatie in het christendom.

De reďncarnatietheorie werd pas na 553 door de kerk verboden. Onder de kerkvaders en de eerste christenen waren er zeer veel die er in geloofden. Stellig heeft ook de strijd tegen de gnostiek meegebracht, dat men reďncarnatie afwees, omdat juist alle gnostici er in geloofden, en er vaak zweverige en zeer on-Bijbelse theorieën aan verbonden. Het is vermoedelijk dit geheim leeraspect dat vele oprechte theologen hinderde. Dat dit inderdaad aanwezig was blijkt uit een uitspraak van de heilige Hieronymus: ‘De reďncarnatieleer werd in de oudste tijden steeds aan een kleine schare uitverkorenen als een waarheid, die voor de grote massa niet uitgesponnen mocht worden, meegedeeld.’ Daaraan voegde hij de mededeling toe, dat deze leer als geheimleer ook aan de eerste christenen bekend was.

Uit K. O. Schmidt:  ‘Wir leben nur einmal’ nemen we nog de volgende gegevens over:

De heilige Augustinus vraagt: ‘Leefde ik niet reeds in een ander lichaam, eer ik in het lijf mijner moeder ontstond?’

Clemens van Alexandrië verklaart, dat de reďncarnatieleer een van oudsher afgeleverde waarheid is, die door de apostel Paulus bevestigd werd en sindsdien ‘goddelijke traditie’ is.

Origines, een van de grootste geleerden der kerk, gezaghebbend voor de opbouw van de geloofsleer, was een besliste aanhanger van de reďncarnatieleer en duidt in vele plaatsen hierop. ‘Als men weten wil, waarom de menselijke ziel de ene keer het goede gehoorzaamt, de andere keer het kwade, moet men de oorzaak in een leven zoeken, dat aan het tegenwoordige leven voorafging.’ – ‘Ieder van ons jaagt door een opeenvolgende reeks van levens heen naar de volmaaktheid.’ – ‘Wij zijn verplicht steeds nieuwe en betere levens te volgen, zij het op aarde, zij het in andere werelden.’ – ‘Onze volkomen overgave aan God, die ons van alle kwaad reinigt, beduidt het einde van onze wedergeboorten.’

De kerkvader van Nyssa: ‘Het is voor de ziel een natuurnoodwendigheid, dat ze door meervoudige levens gereinigd wordt.’

Rufinus verzekert in een brief aan Athanasius, dat het geloof aan herhaalde levens de algemene overtuiging der kerkvaders was en van oudsher aan de ingewijden als een oude traditie overgeleverd werd.

De heilige Justinus vermeldt uitdrukkelijk, dat de ziel meer dan éénmaal in een lichaam woont.

De heilige Hilarius is eveneens voorvechter van de reďncarnatieleer, net als de heilige Bonaventura.

Aartsbisschop Louis Passavali, gewijd door monsignore Towianski, schrijft met een beroep op bisschop Stanislaus Flakowski openlijk: ‘Ik ben van mening, dat het een belangrijke schrede voorwaarts beduiden zou, indien men openlijk de leer van de reďncarnatie verkondigen zou, en wel de incarnaties op aarde, alsmede die in andere werelden. Op deze wijze zouden vele raadsels, die nu als onverklaarbare nevels de geest en het verstand der mensen omsluieren, opgelost worden.’

Het zou zinvol zijn als het joods en christelijk theologisch denken een innovatie kon ondergaan vanuit de hedendaagse informatie- en communicatietheorie. Dit zou het ook eenvoudiger kunnen maken reďncarnatie (als informatie- en energiecontinuďteit) theologisch te situeren en te integreren.

De Bijbelse terminologie zou voor onze tijd aansprekender worden, als we de moed hebben af te stappen van dierbaar geworden clichés die geen existentiële functie meer hebben in het atoomtijdperk.

Bron: Reďncarnatie door drs. H van Praag

 
 
 
 

 04. Toch reďncarnatie – J.B. Delacour

De mensheid heeft al sinds lang alles ontvangen  wat haar te geven viel. Maar alle kennis moet door nieuwe generaties steeds opnieuw worden verwerkt en elke tijd vraagt om een andere vorm waarin die kennis is gegoten.

De leer van de reďncarnatie bij voorbeeld is al zeer oud. Maar die kennis is een tijdlang terzijde geschoven omdat de Europese beschaving andere wegen diende te gaan. Die cyclus is thans bijna voltooid en nu kan deze kennis opnieuw als een weldaad aan ons gegeven worden.

In zekere zin is die kennis onveranderd gebleven, maar in andere opzichten kunnen wij haar nu, tweeduizend jaar na de geboorte van Christus, met andere ogen zien waardoor deze idee de mensheid opnieuw bevruchten, verlichten en verlossen kan.

Christian Morgenstern (1871-1914)

Christendom

Reizen van de ziel tussen werelden

Precies zoals er in de oude tijden een heidense en een gnostische reďncarnatieleer bestond, kent ook het Christendom op zijn eigen wijze het thema van de zielsverhuizing. Maar in tegenstelling tot oudere opvattingen rekent het Christendom op een tijdperk van onbekende duur die de ziel tussen dood en voleinding moet doorbrengen in het purgatorium, het vagevuur.

Hemel en hel zijn in het Christendom duidelijk omschreven situaties van duurzame aard. Het vagevuur daarentegen is van een voorbijgaand karakter en het mag gezien worden als een reeks van in elkaar overgaande toestanden waarin de ziel komt te verkeren, wanneer zij door een trapsgewijs omhoog stijgen tenslotte tot de aanschouwing van God komt. Deze reis van de ziel valt te omschrijven als een zwerftocht die de ziel tot allerlei ervaringen brengt, maar het is tegelijkertijd ook steeds een periodiek oponthoud in de verschillende gebieden waaruit het vagevuur bestaat. Kerkvaders, maar ook denkers en zieners hebben dit verblijf omschreven als 'een reis van de ziel'.

Wanneer we de reďncarnatie beschouwen als een horizontale reis van de ziel binnen 'het rad van geboorten' dan is het opstijgen van de ziel via verschillende reinigingsfasen te beschouwen als een verticaal gerichte reis.

De christelijke tocht van de ziel door het hiernamaals voert volgens duizend jaren oude inzichten door allerlei oorden, sferen, lagen en hemelen waarvan zelfs symbolisch-geografische voorstellingen bestaan. Een soort hemelse 'ruimtekunde' die Uranografie wordt genoemd.

'De ruimtelijke beelden, die christelijke zieners en theosofen gebruiken om een indruk te geven van de stijgende weg die de reizende ziel moet volgen, mogen niet worden opgevat in hun letterlijke betekenis van het woord. Dat zou een zintuiglijke beperking zijn. Deze beelden zijn eerder de gebrekkige weergave van ervaringen in een volstrekt vrije, geestelijke ruimte in die andere wereld.'!


Zo'n visioen van geestelijk zien en ervaren in het hiernamaals is eens door de heilige Hildegard von Bingen in een brief, gericht aan Guibert von Gemblours, beschreven: 'Dat wat ik zie, kan ik niet volstrekt waarheidsgetrouw weergeven zolang ik in het lichaam ben en de ziel daarginds niet waarneemt. Bij deze visioenen stijgt mijn ziel zo hoog als God het toelaat, ik dring door tot in de hemel, maar ik reis ook door verschillende klimaten waar ik volkeren kan waarnemen die duidelijk ver van mijn eigen land verwijderd leven. Niet alleen deze dingen neem ik waar, ik zie ook het wisselen der wolken en andere tot de natuur behorende verschijnselen. Die zie ik echter niet met mijn aardse ogen, evenmin hoor ik ze met mijn oren. Het is niet mijn verstand of een van de vijf zintuigen waarmee ik deze waarnemingen doe. Ik zie deze dingen uitsluitend in mijn ziel, ook al lijken mijn aardse ogen geopend. Ik ben daarbij niet in extase, ik zie dit alles dag en nacht bij volledig bewustzijn.’

Kerkvaders

Clemens van Alexandrië (geboren tussen 140-150, overleden voor 216)

'Paulus leerde de reďncarnatie'

De Griekse kerkvader Clemens van Alexandrië werd waarschijnlijk in Athene geboren en stierf rond het jaar 216 in Jeruzalem..

Hij kwam tot de overtuiging dat de reďncarnatie juist was en hij geloofde dat ook de apostel Paulus de reďncarnatie had onderwezen. Deze kerkvader, schrijver en dichter, die eigenlijk Titus Flavius Clemens Alexandrinus heette, was rond het jaar 200 leider van een filosofische school in Alexandrië (Egypte) tot hij voor de vervolgingen door keizer Septimus Severus moest vluchten.

Clemens van Alexandrië was onder andere de leraar van Origenes (185-254), die evenals zijn meester de leer der reďncarnatie was toegedaan.

Deze Griekse kerkvader Origenes werd ook wel Adamantios ge­noemd en werd in het jaar 232 geëxcommuniceerd vanwege zijn op sommige punten afwijkende meningen. Dr. Karl E. Muller schrijft over hem het volgende:

'Punt van gesprek over zijn ideeën was overigens niet de reďncarnatie, ofschoon de vraag daarnaar op meerdere concilies was behandeld. Over het algemeen neemt men aan dat het principe van de reďncarnatie pas tijdens het concilie van 525 definitief werd verworpen. Tien jaar later werd in diezelfde stad het onderwerp opnieuw naar voren gebracht op een concilie en toen pas werd het tot anathema verklaard. Maar ook de daarmee uitgesproken veroordeling had alleen betrekking op de veronderstelde oorzaken der reďncarnatie, niet op het geloof daarin als zodanig.

Het gaat dan ook om een zeer ingewikkeld vraagstuk. Lutoslanski schrijft bijvoorbeeld dat de aartsbisschop Passavalli zich op de leeftijd van 64 jaar tot de reďncarnatiegedachte bekeerde en ronduit verkondigde dat deze leer nooit door de kerk of enig dogma was veroordeeld. Over Pius XII, die paus was van 1939 tot 1958, gaat het verhaal dat hij ernstige pogingen in het werk heeft gesteld om het geloof in de reďncarnatie officieel toe te staan.

Ondanks de afwijzing door de christelijke theologie heeft binnen de christelijke wereld het geloof aan de juistheid der reďncarnatie altijd voortgeleefd. Dat is onder andere te zien in Middeleeuwse houtsneden met als onderwerp de levensbron. In het algemeen zien we op deze afbeeldingen een bron waar aan de ene kant oude en door zwakte getekende personen in afdalen om er aan de andere kant als jonge, sterke mensen weer uit te komen.

De oorsprong van deze sage gaat terug tot de oud Germaanse godin Hola, die het water en de wolken beheerste en die de zielen der gestorvenen in ontvangst nam om ze later als kinderen opnieuw naar de aarde terug te sturen.'

Wie dit alles overdenkt, ontkomt niet aan de vraagstelling of wellicht 'de wederopstanding des vlezes' zou kunnen wijzen op een verbasterde vorm van de reďncarnatie.

Bron: Toch reďncarnatie – JB Delacour – ISBN 90-202-4844-8 Ankh-Hermes Deventer.

 
 

 05. Hoe ik tot geloof in reďncarnatie kwam.

Na lezing van wat ik hiervoor al schreef zal het duidelijk zijn dat ik, in de katholieke kerk waarin ik werd groot gebracht, niet de antwoorden vond over wat een liefdevolle Vader nu eigenlijk te maken had met alle onrechtvaardigheden en tegenstellingen in dit aardse tranendal. Ik vond niets dan tegenstellingen en tegenspraken en het enige antwoord dat de kerk hierop te bieden heeft is: 'Het is de wil van God.'

Zo'n antwoord is de spreekwoordelijke 'steen in plaats van brood' waarom gevraagd werd.

Het Oosten.

Ik wilde dus zelf op zoek naar brood en aanvankelijk meende ik dat te vinden in de Oosterse religies, met name bij Brahma Kumaris waar ik een groot aantal meditatie avonden bijwoonde. Maar uiteindelijk voelde ik dat dit ook niet helemaal klopte. Men had het daar weliswaar wel over reďncarnatie, maar als een soort van eindeloos terugkerend rad. Dat leek allemaal behoorlijk zinloos en hield uiteindelijk geen vooruitgang in.

Jozef Rulof.

In de eerste helft van de jaren negentig vond ik ineens antwoorden op alle vragen die ik me stelde. Een verre kennis, die om zakelijke redenen bij me op bezoek was en waarmee ik aan de praat raakte, liet me een boek zien 'dat me wellicht zou interesseren'.

Het was het eerste deel van Vraag en Antwoord van Jozef Rulof. Ik had nog nooit eerder van die man gehoord, laat staan een boek gelezen.

Ik bladerde wat door het boek, las hier en daar iets, en wist op datzelfde moment dat ik hier eindelijk, in eenvoudige mensentaal, de antwoorden vond die de kerk nooit kon geven.

Vanaf die dag ben ik onmiddellijk begonnen met het verzamelen en lezen van alle boeken van Rulof, een hele rij, maar zeker de moeite waard.  (meer hierover op mijn Jozef Rulof pagina)

Een van de grondslagen van het gedachtegoed van Rulof is: reďncarnatie

Ik plaats hieronder een aantal citaten uit zijn boeken die hiernaar verwijzen, maar er zijn er veel meer. Wie in dit onderwerp geďnteresseerd is kan ik dus alleen maar aanraden om enkele boeken te lezen.

Bron: Een Blik in het hiernamaals.

Hoe lang zou onze vriend in de duisternis moeten blijven, Alcar?" "Dit kunnen jaren zijn, André, doch ook eeuwen," Blijft hij dan steeds op deze plaats, ook wanneer hij het goede wil?" Wel neen, natuurlijk niet. Ik heb je toch verteld dat geesten, die verlangen naar het hogere gaan voelen, door de hulp van degenen, die hier werken, naar andere plaatsen worden gebracht. Daar moeten zij leren en eerst wanneer zij dit willen laat men hun zien wat zij op aarde misdreven hebben. Dit weet men hier van een ieder. Daarna komt de wroeging, welke ieder mens, vroeg of laat, zal gevoelen. Dan treedt bij dezulken vaak de gedachten aan reďncarnatie naar voren, als hulp en genade van God. Zij mogen en kunnen dan naar de aarde terugkeren en zullen gedurende het nieuwe aardse leven al het leed en al de smart, welke zij veroorzaakt hebben, weer goed kunnen maken. De drang om goed te doen dragen zij onbewust in zich, omdat zij aan onze zijde in die verhoogde toestand zijn gekomen en daarvoor gestreden hebben, al kleven hun nog vele fouten aan. Dit is een grote genade voor hen, wanneer er een heilig verlangen in hen gekomen is om goed te mogen maken wat zij misdreven hebben. Deze wet is een der grootste wetten Gods, omdat Zijn oneindige liefde daaruit spreekt. Over reďncarnatie is ook zeer veel te vertellen. Op aarde wordt er door velen aan geloofd, maar men weet niet, hoe zij geregeld wordt.

U zei, dat vroege overgangen reďncarnatie betekenen; weet men, wanneer men hier binnentreedt, daar iets van?" " Neen, geen wezen weet daar iets van. Ik zei je reeds, dat alleen zij het kunnen weten, die kosmisch zijn ontwaakt. Alleen zij, die in de mentale gebieden leven, kunnen reďncarnatie aanvoelen en begrijpen. Het leven komt op aarde in onbewuste toestand en keert daaruit terug en is zich alleen van dat leven bewust."" Weet men hier van waar het leven op aarde overgaat? En hoe het geschiedt?"" Neen, ook dit is ons niet bekend."" Weet u, hoe vaak de mens de aarde zal bezoeken?"" Ja, dat weten wij. Het leven zal naar de aarde terugkeren, totdat het geestelijk voelt, al is die afstemming stoffelijk. Wanneer het in deze toestand is gekomen, heeft het daar niets meer te leren. Is je dat duidelijk?"

 

Bron: Zielsziekten, van Gene Zijde bezien.

Het is dus niet mogelijk, André, dat God het ene kind méér geeft dan het andere. Dit zijn levenswetten. Voor iedereen zijn deze mogelijkheden om te ontwaken weggelegd; elk mens bezit ze! God heeft deze mogelijkheden in onze handen gelegd. Wij leren hierdoor de schepping kennen. Daarna komt het zich eigen maken en dat geldt voor elkeen. Het is de bedoeling van God dat wij evolueren; daarvoor schonk Hij de mens alles van Zichzelf. Wij zijn goden! Ook hierin is God rechtvaardig. Dat God het ene kind bevoordeelt en het andere laat verhongeren of krankzinnig maakt kan niet! De homoseksueel en de krankzinnige hebben hun eigen toestand geschapen, maar zullen zich hiervan losmaken wat echter eerst in een volgend leven bereikt wordt. In dat leven zal de geest zichzelf leren kennen, maar dit gebeuren verbindt ons met de reďncarnatie en met het leven van deze en andere zieken.

Het moet je dus duidelijk zijn, waarvoor men op aarde is. Nu staan wij voor de reďncarnatie en moeten deze wedergeboorte aanvaarden anders stonden wij stil in deze stoffelijke en geestelijke ontwikkeling. Ik zei je reeds menigmaal, in één leven kunnen wij vrijwel niets bereiken. Daarin is de oneindigheid van God niet te beleven. Hiervoor zijn miljoenen levens nodig.

 

 Bron: Het ontstaan van het Heelal

De mensen, die van geestelijke dingen iets wisten en die er zich voor interesseerden, wisten wel wat van karma, maar kwamen niet achter dit ontzaglijke probleem. Ook de theosofen hadden het steeds over reďncarnatie en karma, en karma was het gevolg van iets, dat men in een vorig leven had gedaan en dat in het volgende leven op aarde goed gemaakt moest worden. Maar hoe dat precies in zijn werk ging, dat wisten ook zij niet. Voor hen echter, die er niets van wisten, was karma niet meer dan een woord, maar die gingen ook nergens op in, vroegen niet waarom. en waarvoor, waren levend dood. In hen lag geen opstand, zij aanvaardden. Dit was echter geen aanvaarden, zoals men aanvaarden moet, want zij waren nog niet zo ver. Die mensen hadden nog te leren, moesten eerst ontwaken en daarvoor zouden zij terugkeren. Daarvoor was het leven op aarde, wat Alcar hem nu duidelijk zou maken. Er was geen andere planeet waar zij dit konden leren, dan de planeet aarde.

God openbaarde zich en dit openbaren is voor dit leven het overgaan in duizenden levens, om die hoogste graad, de goddelijke, te bereiken. Dan hebben wij echter miljoenen eeuwen achter ons en hebben deze lange weg afgelegd. Toen God zich nog niet geopenbaard had, was toch in wezen alles volmaakt en deze volmaaktheid bezit hier reeds dit kleine wonder van dierlijk leven. Wanneer de mens zich thans in zijn volmaakte toestand op aarde afvraagt wat is God en waarom zijn wij op aarde, is dit de openbaring, de waarheid en de werkelijkheid, omdat God wilde dat wij mensen in die openbaring zouden overgaan. God schiep dus voor de mens het heelal, schiep sterren en planeten, maar schiep de mens naar zijn evenbeeld. God wilde dat de mens bewust werd en dit goddelijke bewustzijn dat wij eens zullen bezitten, schonk God aan het wezen in een menselijke toestand.

Er zijn vele mensen op aarde die hun schouders voor de reďncarnatie zullen ophalen, maar anderen voelen het, want diep in hen ligt deze waarheid en werkelijkheid. Ik maakte je dit opnieuw duidelijk om aan te tonen, dat de wedergeboorte in eerste instantie aanwezig moest zijn, of Gods schepping was niet geslaagd en wij waren in dit stadium vernietigd. "

 
 

 06. Het wordt meer 'weten' dan geloven.

Wetenschappelijk onderzoek via regressie- en reďncarnatie therapie.

Sinds de helft van de 20ste eeuw gingen steeds meer mensen, via regressie, onderzoek doen naar vorige levens. Men ging deze 'therapie' gebruiken omdat men erachter kwam dat de oorzaak van ziektes, in dit leven, mogelijks kon gevonden worden in een vorig leven. Aanvankelijk gebeurde dat meestal door hypnose of magnetiseren, tegenwoordig zijn de therapeuten zo ver dat ze hun remigranten terug kunnen brengen naar vorige levens via een lichte trance.

Terwijl ik citaten van Jozef Rulof aan het opzoeken was voor het hoofdstukje hierboven, vond ik in Vraag en Antwoord I een tekst die erop wijst dat ook Rulof al naar die mogelijkheid verwees.

"Nog een ander voorbeeld. Een dame komt bij mij. Zij kan - zo vertelde ze mij - niet in een afgesloten ruimte zijn. Als dit haar toch overkomt, dan krijgt ze het gevoel, dat zij stikt en rent ze de deur uit. Er is niets aan te doen, zeggen de doktoren. Ook al hebben ze haar met medicijnen volgestopt, het blijft. Wat nu? Ik kreeg de diagnose en haar vorige leven te zien. Deze ziel als vrouw, was ook toen moeder. En in dat leven is zij levend verbrand. Juist, doordat zij zich opgesloten heeft gevoeld en doordat zij geen uitweg zag, verloor zij dat leven. En nu is haar toestand precies hetzelfde. De psychologen zeggen: half krankzinnig. Wij zeggen, door de meesters: ééns levend verbrand. En wie heeft er nu gelijk? Niets aan te doen! Niets en toch? Als ik haar had moeten genezen - wat niet mogelijk is, want wie kan haar diezelfde toestand laten beleven - had ik haar wéér diezelfde angst moeten laten doormaken om er nu uit te halen, wat er in zit. Dŕn eerst zou zij weer zichzelf zijn. Eerst aan Gene Zijde lossen al deze verschijnselen op. En . . . geloof ook dit en aanvaard het, hier is člk verschijnsel een wet, en dit wil zeggen, dat de mens ééns die narigheid heeft beleefd en dit vinden wij terug in het gevoelsleven van de mens. Daar de doktoren nog geen reďncarnatie kunnen aanvaarden, staan zij machteloos en sturen die mensen maar weg, of geven die patiënten medicijnen, doch het is de geest en niet de stof! "

Het is duidelijk, uit dit citaat, dat Jozef Rulof hier al de mogelijkheid aanstipt om psychisch zieken te genezen via een terugkeer naar en herbeleven van een vorig leven. Via regressietherapie dus.

Intussen heb ik zo veel gelezen over dit onderwerp en heb ik zo'n therapie ook van dichtbij meegemaakt van iemand uit mijn kennissenkring, dat ik ervan overtuigd ben dat hier een enorme omslag in de psychiatrie zit aan te komen. Op voorwaarde natuurlijk, zoals Rulof ook al zei, dat de heren doktoren willen aannemen dat dit leven niet het eerste en laatste in de rij is.

Op zoek naar bewijs.

Wanneer je ergens stellig in gelooft dan is het normaal dat je ook op zoek gaat naar bewijzen dat datgene waar je in gelooft, ook waarheid is.

Door Jozef Rulof was ik ten volle overtuigd van het bestaan en het nut van reďncarnatie, maar het is en blijft een feit dat ik dikwijls geconfronteerd word met mensen, uit mijn familie en kennissenkring, die vragen om bewijzen.

Ik ben dus op zoek gegaan naar die bewijzen om de sceptici stof te geven om over na te denken.

Een halve eeuw geleden zou het moeilijk geweest zijn om hierover iets te vinden, maar via mensen, wetenschappers, die zich bezighouden met regressie- en reďncarnatietherapie is het wat eenvoudiger geworden.

Ik ben bewust niet gaan zoeken naar allerlei ‘new-age-literatuur’ (die wel dik gezaaid ligt) over dit onderwerp, maar wel naar boeken van mensen die op een wetenschappelijke manier met onderzoek naar ‘verder leven na de dood’ en naar reďncarnatie bezig zijn geweest en nog bezig zijn.

(Ian Stevenson, Kubler-Ross, Helen Wambach, de Rochas, Moody etc)

Zo vond ik onlangs het boek van Hans ten Dam : Reďncarnatie – Denkbeelden en ervaringen.  (eerder uitgegeven als: Ring van Licht)

Als ik al niet overtuigd zou geweest zijn van reďncarnatie, dan zou dit boek me beslist overtuigd hebben.

Het boek is gebaseerd op honderden en honderden regressies, zowel in binnen- als in buitenland. Er wordt bewust niet gerelateerd aan religie of geloofsovertuigingen. Hans ten Dam heeft zelf een praktijk voor regressietherapie, is docent bij Tasso (opleidingsinstituut voor regressietherapeuten) en heeft, mijns inziens, ook honderden boeken gelezen over de onderzoeken van zijn collega’s en dan alles netjes in kaart gebracht. Het boek lijkt me dus zeer betrouwbaar.

Ik ben niet van plan om hier het hele boek te bespreken maar wil wel graag een paar stukjes uit de uiteindelijke conclusies citeren. Wie hierdoor geďnteresseerd geraakt is verwijs ik naar het boek zelf dat in de meeste grote bibliotheken beslist te vinden is.