Bidden hoeft niet altijd via de teksten uit de cathechese, ook in gedichten vind je gebeden

An Irish Blessing (by Roma Downey)

May the Blessing of Light be upon you
Light on the outside, light on the inside.
With God's sunlight shining on you,
May your heart glow with warmth,
Like a turf fire that welcomes friends and strangers alike.

May the Light of the Lord shine from your eyes,
Like a candle in the window,
Welcoming the weary traveler.

May the blessing of God's soft rain be on you,
Falling gently on your head
Refreshing your soul with the sweetness of little flowers newly blooming.

May the strength of the winds of heaven bless you
Carrying the rain to wash your spirit clean
Sparkling after in the sunlight.

May the blessing of God's earth be on you
And as you walk the roads
May you always have a kind word for those you meet.

May you understand the strength and power of God in a
thunderstorm and winter
and the quiet beauty of creation
and the calm of a summer sunset.

And may you come to realize
that insignificant as you may seem in this great universe
you ARE an important part of God's plan.

May he watch over you
and keep you safe from harm.

Copyright © Roma Downey



Ik heb de hele winter niet geweten
 


Ik heb de hele winter niet geweten
dat er van U,
diep in dit dode woud,
ergens wat goud
bedolven lag.
Met lege hand en hart
en tot geen offeranden klaar
trad ik in ít bos en vond
uw eerste krokus in de zon.
Hij stond zo schitterend
op het donkergroene mos,
zo enig licht
tussen het koude naakte hout,
en iets
wat ik de ganse winter was vergeten
ging weer aan ít smeulen
met een teedre gloed.
Zo stond ik lang
gelukkig en verenigd
met die kleine krokus in de zon,
en wist opeens
hoe diep de kleine dingen leven
en zei heel simpel : God, hoe mooi.

Paul Verbruggen (1891-1966)


 
Ik zoek een land

Ik zoek een land waar vrede is
 waar haat en nijd verdwenen is
 en waar de mensen hand in hand
 tezamen leven in dat land.
 
Ik zoek een stad waar vrede is
 waar eenzaamheid te dragen is
 en waar de mensen zorgen dat
 er niemand doodloopt in die stad.
 
Ik zoek een huis waar vrede is
 waar liefde ons tot woning is
 en waar de mensen last en kruis
 tezamen dragen in dat huis.
 
Ik zoek een mens die vrede is
 die ons een weg tot leven is
 en die de mensen op doet staan
 de handen aan de ploeg doet slaan.
 
Ik zoek een land dat niet bestaat
 een droom die haast verloren gaat
 een stad, een huis, een luchtkasteel
 O God, vraag ik misschien teveel?

H. Jongerius
 
 
 
 
 

Een ideaal gebed

'k Vraag niet om meerder licht, O God,
Maar om de gave, 't licht te zien:
Geen schoner zangen, maar gehoor
Voor reeds bestaande melodieŽn.

Geen groter kracht, maar juist gebruik
Van wat ik reeds bezit aan macht:
Niet meerder liefde, maar fijner tact,
Die 't toornige gemoed verzacht.

Geen grooter vreugde zij mijn deel,
Maar haar te beleven alom:
Om uit te stralen 'n blijden moed,
Opgewektheid, waar ik ook kom.

'k Vraag niet om meerdere gaven, Heer,
Maar inzicht, wijsheid, verstand
Voor 't best gebruik van 't kostbaar goed,
Dat reeds gesteld werd in mijn hand.
 
Moge ik overwinnen alle vrees,
En kennen, wat schoon is en goed:
Opdat ik een trouw kameraad moge zijn,
Die zijn vrienden eer aandoet.

Schep mij een rein hart, een ernstig doel:
Dat opwaarts mijn blik zij gericht,
Opdat 'k mijn broederen ontmoeten moge,
In vrijheid, vervuld van Uw Licht!

 
 
 
Kom Schepper Geest
(Veni, Creator Spiritus Ė 9de eeuw - Anoniem )


Kom Schepper Geest, daal tot ons neer,
houd Gij bij ons uw intocht, Heer;
vervul het hart dat U verbeidt,
met hemelse barmhartigheid.
 
Gij zijt de gave Gods, Gij zijt
de grote Trooster in de tijd,
de bron waaruit het leven springt,
het liefdevuur dat ons doordringt.

Gij schenkt uw gaven zevenvoud,
O hand die God ten zegen houdt,
O taal waarin wij God verstaan,
wij heffen onze lofzang aan.

Verlicht ons duistere verstand,
geef dat ons hart van liefde brandt,
en dat ons zwakke lichaam leeft
vanuit de kracht die Gij het geeft.

Verlos ons als de vijand woedt,
geef, Heer, de vrede ons voorgoed.
Leid Gij ons voort, opdat geen kwaad,
geen ongeval ons leven schaadt.

Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
O Geest, van beiden uitgegaan,
wij bidden u gelovig aan.
 
 
 
 
 Het ware gebed


Het ware gebed betekent rijke, geestelijke nederigheid van het menselijk ik, dat zich een voorstelling vormt van wat onuitspreke≠lijk groot is. Het is het verlangen te worden als de hemelse Vader, zoals Jezus het uitdrukte; het verlangen om een zoon van het god≠delijke te worden. Het is bijna een bevel van de mens aan zichzelf om zich te verheffen en tot hogere dingen over te gaan, omhoog naar het goddelijke, waarvan een vonk in iedere mensenziel klopt. Als we ons op harmonische wijze verbinden met deze innerlijke hartslag, deze polsslag van het goddelijke en tot dezelfde trillings≠frequentie komen, vernieuwt zich ons leven en ondergaan we een totale hervorming. We worden dan niet slechts mensen die om gunsten vragen, waardoor we onszelf verzwakken, maar we begin≠nen onze eenheid te beseffen met het goddelijke. Langzamerhand worden we ons bewust van onze waardigheid die ons als een gewaad omhult. Welk bidden is edeler dan wanneer de zoon wil worden als zijn goddelijke ouder?

Zulk bidden is niet alleen een geesteshouding. Het is een levenswijze, een manier van leven die hem die zich daartoe aangetrokken voelt en haar volgt waardigheid schenkt, die zijn denken verrijkt met inzicht en hem in harmonie brengt met al wat leeft.

Hij bidt het best die al wat is, van groot tot klein, het meest bemint.

Ja, want het betekent dat men één wordt met alles om zich heen. Het betekent eenvoudig dat men zijn bewustzijn langzamerhand verdiept, het elke dag iets uitbreidt zodat het iets meer van de omringende wereld opneemt, omvat en omsluit. Door zo te bid≠den, te leven, te denken en te voelen groeit ons bewustzijn steeds meer, tot we op een dag in ons denken en voelen het heelal kun≠nen omvatten. Dan zijn we niet langer gewone mensen; we zijn dan god-mensen

Zulk bidden brengt ons met alle dingen in aanraking. Het wekt eigenschappen in ons die tot nu toe latent zijn gebleven maar die nu de kans krijgen zich te ontwikkelen, te ontplooien, zich uit te breiden. En onder echt bidden verstaan we niet alleen het uitbrei≠den van het persoonlijk bewustzijn om één te worden met het universele bewustzijn, maar ook het in praktijk brengen van wat we ervaren. En dat is een even grote vreugde: in praktijk brengen wat we verkondigen. Anders zijn we niet meer dan een tinkelend cimbaal en het dreunend lawaai van holle vaten - Vox et praeterea nihil, 'Een stem en verder niets'.

Maar wanneer men het bidden in praktijk brengt, versterkt men zijn eigen krachten door oefening. Wat uzelf hebt gevoeld, begint u in praktijk te brengen. U ziet hoe het licht van begrip opflitst in de ogen van anderen; er ontstaat een nieuwe en verborgen sympathie tussen de ene en de andere mens. Het is een nieuwe levenskracht. Deze manier van bidden is ook een levenswijze; het is tevens wetenschap; het is filosofie; het is religie. Waar we naar streven, waar we voor bidden is: een steeds ver≠ruimend bewustzijn.

We beseffen dat die goddelijke geest waar we zo gemakkelijk over praten - omdat hij een intuÔtieve gedachte vertegenwoordigt, een antwoord is op het innerlijk verlangen, op die onzegbare hon≠ger in ieder normaal mens - slechts ons menselijk begrip is van iets dat nog wonderbaarlijker, nog grootser is en dat we nooit een einde kunnen bereiken; dat het groei is en vooruitgang en een zich eeuwig ontplooiende genialiteit van bewustzijn.

We hebben de draad van Ariadne, we bezitten de sleutel en we proberen die te gebruiken. Weet u wat die sleutel is?

Godswijsheid. En weet u wat het slot is? Dat zijn wij zelf die deze sleutel hanteren. Door hem voor ons eigen bewustzijn te gebruiken, hem, al is het maar een klein beet≠je, om te draaien, stroomt er magisch licht door de op een kier geopende deur; vanuit de onuitsprekelijke mysteriŽn die daar zijn verborgen en opwellen uit de kosmische bron. Niemand kan er ooit een naam aan geven. Het is naamloos. Namen halen het alleen omlaag. Daarnaar streven, altijd en zonder ophouden - dat is bidden. Door zo te leven groeien we. Welk een hoop en vrede! Hoe groeit ons begrip als we uit onszelf, vanuit ons eigen bewust≠zijn het einde van de draad van Ariadne hebben gevat. Dit proces van elkaar voortdurend opvolgende stadia van ervaring en groei noemen we inwijding.

Bron: Wind van de Geest - G. de Purucker

 
 
 
 
 Max Heindel over het gebed

 
Vraag:
Wat is de esoterische houding ten opzichte van gebed, gezien in het licht van wat de Bijbel daarover zegt?

Antwoord:
Op de ene plaats schrijft de Bijbel ons voor zonder ophouden te bidden; elders wordt dit door Christus verworpen, waar Hij zegt dat wij niet degenen moeten navolgen die geloven dat zij verhoord worden wegens het gebruik van veel woorden. Er kan natuurlijk geen tegenstrijdigheid bestaan tussen de woorden van Christus en die van zijn discipelen. Wij moeten daarom onze ge≠dachten over het gebed op zodanige wijze herzien, dat wij altijd mogen bidden, maar zonder veel woorden of verstandelijke uitdrukkingen.

Emerson zei:

Al waren nooit uw knieŽn in bidden gebogen,
toch gaan uw gebeden op naar den Hogen;
en of zij gevormd zijn voor goed of voor kwaad,
worden zij opgetekend en voor antwoord bewaard.


Met andere woorden: Elke daad is een gebed dat, onder de wet van oorzaak en gevolg, ons overeen≠komstige resultaten brengt.
Wij krijgen precies wat wij willen. Dit in woorden uit te drukken is onnodig. Maar aanhoudend handelen volgens een bepaalde lijn geeft aan wat wij wensen, zelfs als wij dat zelf niet beseffen. Na verloop van lange≠re of kortere tijd, in overeenstemming met de intensiteit van ons verlangen, komt dat waar wij zo voor gebeden hebben.

Wat wij aldus krijgen of bereiken, is misschien niet wat wij werkelijk en bewust wensen. Feitelijk krijgen wij soms iets dat wij vaak liever niet willen hebben, iets dat een vloek is of een plaag. Maar de gebedshandeling heeft het ons gebracht en wij moeten het houden tot wij er op rechtmatige wijze van verlost worden. Als wij een steen omhoog gooien is de handeling of actie niet eerder voltooid dan nadat de reactie de steen op aarde heeft teruggebracht. In dit geval komt het gevolg zo snel na de oorzaak, dat het niet moeilijk is tussen beide verband te leggen.

Als wij echter de veer van een wekker opwinden, wordt de veerkracht opgeslagen, totdat een bepaald mechanisme die losmaakt.
Dan komt het gevolg - het rinkelen van de bel - en al zouden wij de slaap der vergetelheid slapen, het gevolg, op het ontspannen van de veer, vindt desondanks plaats. Op dezelfde wijze zullen handelingen die wij vergeten zijn te eniger tijd hun resultaten afwerpen en dan wordt het gebed van de handeling beantwoord.

Er bestaat echter ook het ware mystieke gebed, het gebed waarin wij God van aangezicht tot aangezicht ontmoeten, zoals Elia Hem ontmoette. Niet in het tumult van de wereld, de wind, de aardbeving of het vuur ontmoeten wij Hem, maar als alles stil is, spreekt de stille stem tot ons van binnenuit. De stilte echter die voor deze ervaring nodig is, is niet slechts een stilte van woorden. Zelfs de innerlijke beelden die tijdens de meditatie gewoonlijk aan ons voor≠bijtrekken zijn er dan niet.

Ook zijn er geen gedachten, maar ons gehele wezen gelijkt een kalm, kristalhelder meer. Daarin spiegelt de godheid zichzelf.

Wij ervaren deze eenheid, die communicatie, woorden of anderszins onnodig maakt. Wij voelen alles wat God voelt; Hij is ons nader dan handen en voeten
 
Christus leerde ons te zeggen: "Onze Vader die in de hemelen is." Dit gebed is het verhevenste dat in woorden kan worden uitgedrukt.

Maar het gebed waarvan ik spreek kan op het moment van eenwording zich uiten in één onuitge≠sproken woord: "Vader". De gelovige, voor zover hij alleen bidt als hij daartoe werkelijk in de stemming is, gaat niet verder. Hij vraagt niets, want wat heeft dat voor zin? Heeft hij niet de belofte: "De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken"? Is hem niet gezegd eerst het Konink≠rijk der Hemelen te zoeken, waarna alle dingen hem geschonken zullen worden? Zijn houding kan misschien het best begrepen worden als wij die vergelijken met een trouwe hond, die met stille toewijding naar het gezicht van zijn meester kijkt en zijn hele ziel in zijn liefdevolle blik legt. Op dezelfde wijze, alleen natuurlijk veel inten≠ser, kijkt de ware mysticus naar de God binnenin hem en geeft zichzelf in woordeloze aanbidding. Op deze wijze kunnen wij zonder ophouden van binnen bidden terwijl wij als ijverige dienaren in de wereld bui ten werken. Want laten wij nooit vergeten dat het niet de bedoeling is dat wij ons leven verdromen. Biddend tot God binnenin ons moeten wij ook werken voor de God buiten ons.

 Max Heindel


Over bidden.  

Een belangrijk onderwerp in het boek[1] is dat van het gebed. Naar Meyrinks opvatting kan een mens met het gebed twee kanten uit. Meestal is het gebed weinig meer dan een vrome wens, een pijl, die uit eigenbelang wordt afgeschoten. Zo'n gebed brengt grote gevaren met zich mee: het roept zekere krachten op, die de persoonlijkheid kunnen gaan overschaduwen, als antwoord op de zelfzuchtige roep die van het gebed uitgaat. In die zin wordt elk gebed verhoord.
De richting waarheen het gebed volgens Meyrink zou moeten gaan, is die van de eigen 'allerinnerlijkste' kern. Daaraan moet eerst de erkenning van deze geestkern zijn vooraf gegaan. Meyrink zegt van deze erkenning, dat dit een van zwaarste offers is die een mens kan brengen. Zo'n gebed lijkt totaal niet op het reguliere: het roept geen projecties op, en wordt gekenmerkt door volkomen onbaatzuchtige motieven. In De engel van het westelijk venster komt hij nog een keer op dit thema terug. 'Het gebed is een pijl in Gods oor; het is onweerstaanbaar als het treft. Treft het niet, dan valt de pijl weer naar beneden en wordt opgevangen door andere machten, die het gebed op hķn wijze verhoren. Die andere macht wordt genoemd de engel Metatron, die op de drempel tussen boven en beneden wacht, 'de heer van de duizend gezichten'
[1] Het groene gezicht

Het heeft allemaal te maken met begrijpen wat de essentie is van echt bidden.
Waarom kent elke religieuze traditie een vorm van bidden?
Als God de enige, alwetende, almachtige God is, waarom zouden we dan zijn hulp moeten inroepen of hem moeten aansporen iets bepaalds te doen?
Waarom zou hij niet gewoon een aantal geboden uitvaardigen en verdragen opstellen, ons daarnaar beoordelen en rechtstreeks han≠delend optreden wanneer dat Hem uitkomt, in plaats van wanneer het ons uitkomt?Waarom zouden we hem moeten vragen om op een bepaalde manier tussenbeide te komen?

Het antwoord daarop is dat we, als we op de juiste manier bidden, God niet vragen iets te doen.
God inspireert ons ertoe om in zijn plaats op te treden en zijn wil op Aarde ten uitvoer te brengen. Wij zijn in deze wereld de afgezanten van het goddelijke.

Waarachtig bidden is de methode die God verwacht dat we zullen gebruiken, het is een visualisatie waardoor we Zijn wil kunnen zien en die in de fysieke wereld kunnen verwezenlijken.
Zijn koninkrijk kome, zijn wil geschiede op Aarde zoals in de hemel.

Als je het zo bekijkt is elke gedachte, elke verwachting die we hebben - alles wat we ons voorstellen dat in de toekomst kan gebeuren - een gebed waarmee we juist die toekomst creŽren.
Maar geen enkele ge≠dachte, geen enkel verlangen en geen enkele angst is sterker dan een visie die op één lijn staat met het goddelijke.

Daarom is het je te binnen brengen van de Wereldvisie, en die in gedachten hou≠den, zo belangrijk, want op die manier weten we waar we voor bidden, welke toekomst we moeten visualiseren.

 
Bron: Het tiende inzicht - James Redfield
 
 
 
 
 
Moge ik een beschermer zijn
voor hen die onbeschermd zijn,
een gids voor hen die op reis zijn,
een vaartuig, een dam of een brug,
voor hen die de overkant willen bereiken.
 
Moge de pijn van elk levend wezen
volkomen worden gelouterd.
Moge ik de arts zijn en het medicijn,
verzorger van alle 'zieken' op aarde
 tot allen genezen zijn.
 
Moge ik, zoals ruimte
te samen met de overige elementen,
altijd het leven ondersteunen,
van alle ontelbare wezens.
 
En moge is, totdat allen
van pijn verlost zijn,
de bron van alle leven zijn
voor alle wezens in alle werelden
die er in het universum zijn.