Gedichten van mezelf van vroeger en nu

Al van toen ik pas een jaar of twaalf was schreef ik gedichtjes en ook wel eens een verhaaltje. Tussen al mijn papieren heb ik er heel wat terug gevonden en ik deel ze nu graag met jou, lieve lezer/es via deze website. Verwacht hier geen grote Kunst. Het zijn gewoon de zielenroerselen van een gevoelig/e  meisje, tiener, vrouw.
 

 
 
 Voor een vriend

Met mijn  hand
in jouw hand
kan ik de wereld vergeten

en de haat en de nijd
en het bloed en de strijd
en mijn eigen armzalige zorgen

Met jouw gelaat
voor mijn oog,
In de lach
om je mond
heb ik duizenden geuren genoten:

de geur van een bloem
en de geur van een kind
de geur van geluk
en de geur van de wind

Ga niet weg,
ga niet heen,
want dan blijf ik alleen…
en dan blijf ik niet leven tot morgen.

Fran - 1969


 
Als je vóór mij gaat

Als je doodgaat
blijf dan in mijn buurt.
Denk niet aan de hemel
zolang míjn  leven duurt.

En spreekt je geest
dan tot mijn geest
dan blijft nog alles
zoals het is geweest.

Als je dood gaat,
wandel niet te ver.
Blijf nog even
mijn eigen lichte ster.


 
Als de zon

Als de zon zingt in jouw hart
En niets het licht in jou kan doven,
als de regen jou niet deren kan
En je leeft in 's hemels hoven

Dan zijn er engelen aan je zij,
Verwarmen jou met lieve woorden
Dan klinken stemmen door de lucht
Met de mooiste der akkoorden

Indien je zelf het licht maar zoekt
En je rug keert naar het duister
Dan ben je niet zo ver meer af
Van het land vol zoete luister.



Dat komt door jou

Ik leef op een wolk
van goudgele hoop,
ik loop op de straat
met m’n gevoelens te koop,
ik zing in de regen,
ik huil in de zon,
maar ik zou echt niet weten
waardoor dit begon.
 
Ik glimlach naar mensen
met een droevig gezicht
en ik schrijf voor mijn goudvis
een romantisch gedicht,
ik fiets op het voetpad
en dans op beton,
maar ik zou willen weten
waardoor dit begon.
 
Als jij straks voorbij komt,
met een stralende blik,
dan zal ik verdwijnen
en krijg ik weer schrik,
al wou ik wel vragen
of het wel kon,
dat al deze onrust
door jou begon?



Geroepen worden

Ik voel Zijn hand, een zacht gebaar,
een streling op mijn huid.
'Kom en volg me', klinkt Zijn stem,
'kom naar jouw woning Daar.

Ik schrik terug: 'Nog even maar,
niet op dit uur,
nee, nú nog niet
mijn koffer is niet klaar!'

Ik voel Zijn ogen vol van Licht,
vol liefdevolle glans.
Maar kan niet volgen waar Hij roep
en doe mijn ogen dicht.

'Wellicht een laatste wens, o Heer,'
stamel ik vol angst.
Hij zegt: 'Jouw wens is altijd ook Mijn wens,
Ik keer hier later weer.'

Zijn hand verdwijnt nu van mijn hoofd
en ik voel me zo alleen.
Begin nu aan een lang gebed,
herinnerend wat Hij heeft beloofd.



Ik voel je glimlach

Ik voel je glimlach op me rusten:
zonnestralen op een warme huid.
Je handen wijzen droomkastelen,
de merel, in de verte, fluit.

En overal is eenzaamheid,
ook tussen moegeleefde echtgenoten.
Maar jij zit stil naast mij
en veel blijft onbesproken.

Toch leeft in onze stilte-wet,
in ’t alles van elkander weten,
in ’t simpel houden van elkaar:
’t geheim van eenzaamheid verbreken.

En geen als wij begrijpt zoveel
zonder te moeten spreken.
Geen één is zo gerust als wij,
zonder te moeten ‘weten’.



Het is een droom

Het is een droom,
maar boven droom verheven,
van twee die één zijn,
voor eeuwig met elkaar verweven.

Het is een droom
die duizend maal doet léven
van nooit alléén zijn
en samen door de hemelen zweven.

Het is een droom
die altijd levend is gebleven,
een bron van liefde
die steeds maar méér zal geven.



Jouw ziel

Jouw ziel is mijn thuis,
jouw hart mijn geluk
Je hand is de steun in mijn leven
Alleen jou eens horen..
en niets kan nog stuk,
daar kan ik naar hemelen door zweven.

Waarom ben ik toch zo
aan jou verwant?
Wie heeft die ketting gesmeed
die mij aan jou bindt,
ver over het land,
en me leert wat 'echt' Liefde heet

Jij bent als een vader,
een broer en een vriend
de hoeder van al mijn gedachten
Ooit was ik eenzaam
en ook wel wat blind
Jij leerde me Liefde verwachten.



Paul

Pauze... nacht is koud
Al ben je daar
Uit de diepste
Levensbron ontloken

Vogelvrij, vrije lucht
Aan de wolk van een
Nooit geziene lucht voorbij

Over de bergen van de
Statige verloren wereld
Taaie verloren werelden
Aan de grens van leven en X,
Y, Z dood
En scheiding van banden
Nooit ben je mij zo nabij geweest.
 
Dit schreef ik op 17 december 1968, voor de dichter Paul Van Ostaijen, waarmee ik een diepe verwantschap voel.
De beginletters van elke lijn vormen zijn naam. Het is dus een acrostichon


Mijn vriend


Mijn vriend, waarom heb jij mijn leven
met witte parels zacht doorweven
wanneer je wist dat dit gewrocht
niet voor ons leven duren mocht

Ik heb je in dit tranendal gevonden
jij hebt mijn wangen droog geveegd
Maar eens na veel verloren woorden
geef je mij terug mijn oude leed

Ik dacht aan een band die nooit zou breken
jij denkt dat het leven iets anders biedt
mijn vriend, hadden wij dit eerder geweten
dan gingen jij en ik nu niet heen, vol verdriet.

 
1 februari 1969
 
 
 
 
Ik gooi de vensters stuk
die ik zelf heb ingezet
Ik breek de muren af
die ik pas heb opgebouwd

Een ander neemt de stenen op
en kwetst zich aan de scherven
Een ander bouwt de wanden
die ik boos heb stukgegooid

Een huis wordt opgebouwd
een ander afgebroken
Mijn hart is stil versteend
en wacht tot jij wil bouwen.

21 november 1968
 
 
eentonig
gefluister   
                        weemoedig
                    ik luister
        jouw vredige woorden
        in de lucht van
        de donkere dag
regendroppels
regelrecht
rollen zachtjes
        maar jouw stem
        maakt alles beter
        al jouw woorden
        klinken zacht
   lettergrepen
   aaneengeregen
dank je
voor
jouw stem

26 september 1968