Hendrik Klaassens - Verhaal - De ontdekking van het Franse leven

De ontdekking van het Franse leven

(een verhaal met een knipoog)

 

‘Rita Dubois

hypnotherapeute

behandeling uitsluitend volgens afspraak’
 
 
 

stond in gekalligrafeerde letters op het bordje naast de voordeur. Het pand, een monumentale woonboerderij, lag aan de rand van een gehucht dat zo klein was dat het op de meeste kaarten niet eens werd vermeld. Nieuwsgierig drukte ik op de bel.
Na ongeveer een minuut werd er binnenshuis wat gestommel hoorbaar. Even later verscheen een hooggehakte blondine in de deuropening. Ze droeg een helrood jurkje met zwarte panty’s eronder.

"Ach, meneer, bent u daar al? Komt u toch binnen.”

Zwijgend liep ik achter haar aan door een woonkamer met hoge zoldering. Een tienermeisje zat in een hoek met een paar peuters te spelen. Mijn therapeute wees met haar roodgelakte nagel naar het spelende groepje.

"Het is moeilijk om mijn therapeutisch werk met de zorg voor de kinderen te combineren, ziet u. Zou u mij maar willen volgen?”

Ze opende de deur van een laag kamertje. Tegen een wand stond een sofa die met saffraankleurig ribfluweel was bekleed. Door een stalraam kon je uitkijken over de weilanden. Ze wees mij een leunstoel aan en ging pal tegenover mij zitten, waarbij ze haar rechterbeen over haar linker kruiste. De zoom van haar jurkje kroop daardoor ver op over haar dijen.

"Mag ik ‘es wat gegevens over u noteren?” Ze pakte een bloknootje en een pen waarop ze begon te sabbelen. "Uw naam en adres had ik al. Maar wat zijn nu precies de problemen?”

Ik schraapte mijn keel en staarde door het raampje naar buiten.

"Het zijn de Fransen, mevrouw”, bracht ik uit, "ziet u, zodra ik Frans hoor praten op de radio of tv, krijg ik een hyperventilatie. Er heeft zich bij mij een allergie ontwikkeld waarvan de oorsprong onbekend is. De symptomen zijn echter zó ernstig, dat ik daarvoor een therapeut moet consulteren, anders groeien de klachten mij boven het hoofd, wat mijn sociale leven ernstig bemoeilijkt.”

"Enne, hebt u dat al lang?”

Ze hield haar hoofd wat schuin, haar ogen vernauwden zich tot spleetjes.

"Nou, eigenlijk kan ik niet precies zeggen wanneer het begonnen is, maar ik heb wel een vermoeden. Het begon op mijn zevende.

Toen zat ik met mijn vader in de trein en zag een advertentie voor een LOI-cursus Frans voor beginners. Met alle geweld wilde ik die cursus volgen, maar mij werd te verstaan gegeven dat ik daar nog te jong voor was. Toen is de kiem voor deze afwijking gelegd, geloof ik.”

"Juist, ja. Ik houd van een directe aanpak, als ik zo vrij mag zijn. Heeft u er bezwaar tegen als ik u in trance breng om in een vorig leven de oorzaak van uw angst op te sporen?”

Het zweet brak me uit, maar nu ik zo ver gekomen was, moest ik doorzetten.

"U bedoelt, dat u zo meteen...”

Ze stond op, kwam vlak voor me staan en boog zich voorover. Haar handen rustten op de leuningen van mijn stoel.

"Precies, meneer, precies!”

 Behaaglijk strekte ik me op de sofa uit, wachtend op haar instructies.

‘Breng uw ogen in een horizontale positie en kijk recht voor u uit’, sprak ze op zachte toon, elk woord met nadruk uitsprekend. ‘Vervolgens draait u uw ogen helemaal naar boven, zo ver als u maar kunt. Tegelijkertijd ademt u zo diep mogelijk in. Oefent u maar eens.”   

Krachtig zoog ik mijn longen vol lucht en draaide met mijn ogen totdat ze pijn begonnen te doen.

"Vooral niet forceren hoor”, fluisterde ze. "Doe het nog maar een keer, maar dan langzamer.”

Ze was op haar knieën naast de sofa gaan zitten. Ik deed wat ze verlangde.

"Uitstekend. Nu stelt u zich voor dat u alle angst en rottigheid in uw longen verzamelt. Beschouw alle ellende als een zwarte wolk die zich vanuit alle delen van uw lichaam samentrekt naar uw longen. Probeert u het maar eens.”

Ik werd wat soezerig. De kamer en alles wat erin stond vervaagden, op haar gezicht en haar stem na.

‘Lukt het al een beetje, mmm?”

"Ja hoor, het gaat uitstekend”, mompelde ik.

"Fijn. Stelt u zich nu voor dat die zwarte wolk uw lichaam verlaat als u diep uitademt. Sluit, als u al uw verdriet uitgeademd hebt, uw ogen. Zit er dan nòg wat spanning in uw lichaam, dan moet u dat nog eens herhalen, net zo lang totdat uw lichaam helemaal ontspannen aanvoelt – lekker zacht, warm en ontspannen.”

 Ik perste alle lucht uit mijn longen en voelde me inderdaad al wat beter. Daarna liet ik nog twee keer een wolk negatieve energie uit mijn mond ontsnappen.

"Nou, hoe voelt u zich”, fleemde ze. Ik voelde haar koele hand op mijn voorhoofd rusten. Haar lange, gelakte nagels schraapten zachtjes over mijn huid.

"Nu verbeeldt u zich dat u zachtjes, helemaal gewichtloos, door de kamer zweeft. Rustig, helemaal ontspannen, zweeft u hier rond. Er is niets dat u hindert, er is alleen maar dat heerlijke gevoel van gewichtloosheid.”

Ik zag mezelf met trage, lichtvoetige passen door de kamer lopen, als een Apollo-astronaut die licht als een veertje over het maanoppervlak huppelt, mijn buik behangen met camera’s en meetinstrumenten.

"Als u dat prettiger vindt, mag u ook wel drijven op het water. Ook dat is bijzonder prettig voor u”, voegde ze eraan toe.

"Nee, dank u, ik zweef al”, antwoordde ik.

"Heel goed meneer”. Het gekras met haar nagels was opgehouden. Ze had haar hand verplaatst naar mijn borst.

"En nu stelt u zich voor dat u op het strand ligt. De zon schijnt, het is een stralende zomerdag. U hoort vanuit de verte het ruisen van de branding. Boven u scheren een paar meeuwen over. U ligt helemaal alleen aan het strand, aan de voet van de duinen. U bent helemaal ontspannen, er is niets wat u hindert. U voelt zich heerlijk.”

Ik voelde dat ze de knoopjes van mijn overhemd losfriemelde, wat de trance verder verdiepte.

 
 
"Nu ziet u een opening in het strand, een groot, rond gat. U loopt ernaar toe en kijkt erin: een wenteltrap voert naar beneden, het einde ervan is niet te zien. U daalt de trap af. Bij elke trede gaat u een jaar terug in de tijd. U loopt net zo lang naar beneden totdat u bij een tree gekomen bent waar de oorzaak ligt van uw ellende. Kunt u mij volgen?”

Ik bromde wat. Slaapdronken daalde ik de ijzeren trap af. Aan de wanden waren fakkels bevestigd, ze flakkerden door de sterke luchtstroming die er stond. De tocht scheen helemaal onder uit de tunnel te komen. De gemetselde bakstenen wanden van de schacht leken bij elke wending van de trap ouder en verweerder te worden. Kennelijk daalde ik niet alleen in de diepte af, maar ook in de tijd.

Toen ik al een hele tijd bezig was met traplopen, overviel mij opeens een beklemming op de borst, alsof ik iets afschuwelijks naderde dat ik niet ontlopen kon, maar toch het liefst uit alle macht wilde ontvluchten.

"Vooral rustig blijven, meneer. Is er iets wat u deed schrikken? Toe, vertel het me maar, bij mij bent u veilig.” Met haar slanke vingers, die ze geroutineerd onder mijn overhemd gestoken had, begon ze ritmisch mijn borst te masseren. Haar andere hand legde ze kalmerend op mijn voorhoofd. "Wat ziet u?”
Ik kreunde zacht, dorst geen antwoord te geven.

"Wat ziet u toch?”, drong ze aan, "waarom trilt u zo?”

"Een veldslag, ik zie allemaal legertenten branden. Duizenden ruiters stormen in slagorde een tentenkamp binnen. Ze schreeuwen elkaar bevelen toe in het Frans. Het kamp dat aangevallen wordt, is van de Pruisen. Ze worden volledig verrast.

Velen liggen dood of gewond, kreunend in doodsnood, op het slagveld. Ik zie ook een Pruis met een groen officiersuniform aan.

Op de één of andere manier komt hij mij bekend voor, maar ik weet niet waar ik hem van ken.”

"Toe, probeer eens geconcentreerd te kijken. Wie is hij?”

 Het beeld werd helderder. En opeens viel alles op zijn plaats. Alle flarden en fragmenten die ik zag mondden uit in één allesoverheersend besef, één allesoverheersende angst: ik had die aanval op het vijandelijke legerkamp bevolen en de officier, die stervend voor me op de grond lag, was in dit leven de therapeute die mij onder hypnose terug liet gaan in de tijd!

Stotterend en hakkelend vertelde ik haar wat ik gezien had. Ik probeerde de boodschap diplomatiek te verpakken, maar door mijn opwinding slaagde ik daar maar moeilijk in.
 
Geschrokken stond ze op. Er stond ongeloof in haar ogen te lezen, maar al gauw nam ze een strijdvaardige houding aan.

"Eruit, schoft! Sodemieter op!” Ze had zichzelf niet meer onder controle en begon wild op me in te slaan. Nu ze zo kwaad naar me keek begon ze haast nog mooier te worden, de rimpeltjes op haar voorhoofd trokken strak.

"Maak dat je wegkomt, verdwijn!”, schreeuwde ze. "Betalen hoef je me niet, hou je geld maar. Van een moordenaar, míjn moordenaar, neem ik geen geld aan.” Ze trok haar lage schoentjes met hoge hakken uit en beukte ermee op mij in.

Als door een wesp gestoken stoof ik overeind. Alle nevelen der hypnose waren nu als bij toverslag verdwenen. Krampachtig weerde ik haar klappen af, griste mijn schoenen bij elkaar en rende naar de uitgang. Bijna botste ik nog tegen haar dienstmeisje op, dat juist de toiletten had gereinigd. Met een smak gooide ik de voordeur achter me dicht.
 
"Hoer!”, riep ik nog, "vuile Pruis, Germaanse slettebak, spreekkamerprostituee!”

Ik wankelde naar mijn auto en stapte in. Was ik maar niet in dat Franse leven terechtgekomen, dan had het nog heel plezierig kunnen aflopen. De condities waren eigenlijk heel gunstig geweest.

Uit het dashboardkastje haalde ik mijn lijstje met therapeutes tevoorschijn. Ik streepte de bovenste naam door en startte de motor. Ik had nog levens genoeg in voorraad. Op naar de volgende!