Het Tibetaanse dodenboek (Bardo Th÷dol)

Het Tibetaanse dodenboek (Bardo Th÷dol)

 

 

Onlangs zag ik de film-documentaire: The Tibetan book of the dead.

 

Dit bracht me ertoe om het Tibetaanse dodenboek weer eens van de plank te halen om het opnieuw te gaan lezen. Graag wil ik hieruit een aantal relevante uittreksels delen voor wie er belangstelling voor heeft. Wat mij betreft is dit één van de meest waardevolle boeken die ik in mijn boekenkast heb staan.  ( De stem van de verteller in deze mooie documentaire is trouwens deze van Leonard Cohen, precies de geschikte stem om in de juiste sfeer te komen.)

 

 

 

 

 

De flaptekst

Het eeuwenoude Tibetaanse Dodenboek (Bardo Th÷dol) is misschien wel het merkwaardigste boek dat het Westen van het Oosten heeft ontvangen. Nadat het eeuwenlang (van mond tot oor) werd overgeleverd zou deze tekst zijn opgeschreven door Padma Sambhava, de yogaleraar die het boeddhisme in de achtste eeuw naar Tibet bracht en die als grondlegger van het lama´sme wordt beschouwd. Carl Gustav Jung noemt in zijn inleiding Het Tibetaanse Dodenboek van een ongeŰvenaarde superioriteit wat de psychologie en de kritische filosofie betreft. De tekst wijdt in in de zin van het leven dat de doodservaring omvat, niet als gebeuren op een bepaald tijdstip, maar als een voortdurend bereid-zijn, dat werkelijk leven pas mogelijk maakt. Op archetypische wijze wordt de toestand beschreven die de dood genoemd wordt, tot aan het moment waarop naar oosterse opvatting de nieuwe geboorte plaatsvindt. Daaruit komt naar voren dat de betekenis van het sterven onverbrekelijk met de zin van het leven verbonden is. Voortdurend wordt de lezer gewezen op de noodzaak het rechtstreekse contact met het onnoembare-in-zichzelf te zoeken. De grondtoon van het onderricht is het met onuitputtelijk geduld oproepen tot wat Carl Gustav Jung noemt: 'de zorgvuldige en gewetensvolle waarneming van de irrationele facetten van het heilige en de mens zelf'. Wanneer dit bij hem aanslaat zal hij niemand meer vragen wat hij moet kiezen, maar met vallen en opstaan zijn eigen gezag zoeken - en vinden. Want in hemzelf is de bron van leven, en wat hij in wezen is: een ononderbroken opeenvolging van bewustzijnstoestanden, waarin geboorte (als het aannemen van een lichaam) en dood (als het afleggen van een lichaam) zijn besloten. Dit herkenbaar maken is de zin van het onderricht van het Tibetaanse Dodenboek.

ISBN: 9789020219548  - Uitgeverij Ankh-Hermes B.V.

 

 

Het voorwoord van Jung

Het Bardo Th÷dol veroorzaakte in 1927 groot opzien bij zijn verschijnen in de Engelssprekende landen. Het behoort tot de geschriften die door hun diepe menselijkheid en hun nog dieper inzicht in de menselijke psyche, in het bijzonder een beroep doen op de leek die er naar streeft zijn levensinzicht te verruimen. ik ben er zeker van dat ieder die dit boek met open ogen leest en het zonder voorbehoud op zich laat inwerken, daarvan veel vruchten zal plukken. Sedert het verschijnen is het BT mij een voortdurende begeleider geweest, waaraan ik niet alleen vele stimulerende ontdekkingen, maar ook vele fundamentele inzichten te danken heb.

prof. C. G. Jung
 
 

 
Mandala van de vreedzame goden
 

Uittreksels uit het voorwoord van Lama Anagarika Govinda

 

Men kan beweren dat iemand pas het recht heeft over de dood te spreken als hij de dood heeft ondergaan.    En daar klaarblijkelijk niemand ooit van de dood is teruggekeerd, hoe kan iemand dan weten wat dood is en wat daarna gebeurt?

De Tibetaan zal antwoorden: inderdaad, er bestaat niet één menselijk wezen, niet één levend wezen of het is van de dood teruggekeerd. In feite zijn we allen vele doden gestorven voor we in deze incarnatie binnengingen. En wat we geboorte noemen is alleen maar de tegenkant van dood, als een van de twee zijden van een munt, of als een deur die we van buiten komend ingang noemen en uit de kamer komend uitgang.

Het is veel verbazingwekkender dat niet iedereen zich zijn of haar voorafgaande dood herinnert en door deze leemte in de herinnering geloven de meeste mensen niet dat er een voorafgaande dood is. Maar analoog hieraan, herinneren zij zich hun recente geboorte evenmin en toch twijfelen ze er niet aan dat ze nog niet zo lang geleden geboren werden. Ze vergeten dat de actieve herinnering maar een onderdeel van ons normale bewustzijn omvat en dat door het herinneringsvermogen van het onderbewuste alle voorbije indrukken worden geregistreerd en bewaard, die ons waakbewustzijn niet in staat is weer op te roepen.

Er zijn mensen die door concentratie en andere yoga-methoden in staat zijn het onderbewuste in de regionen van het onderscheidende bewustzijn te betrekken en daardoor te putten uit de onbeperkte schatkamer van het onderbewuste herinneringsvermogen, waar niet alleen de verslagen van voorbije levens bewaard worden, maar ook die van ons ras, van het leden van de mensheid, van alle voor-menselijke vormen, en misschien zelfs van het bewustzijn zelf, dat leven in dit heelal mogelijk maakte. Wanneer door een of andere kunstgreep van de natuur de poorten van een individueel bewustzijn plotseling zouden openspringen, zou dit onvoorbereide bewustzijn overstelpt en verpletterd worden.

Daarom worden de poorten van het onderbewuste door alle ingewijden bewaakt en verborgen achter een sluier van mysterie en symboliek. Om die reden is de inhoud van het B.T., het Tibetaanse boek dat bevrijding verleent uit de toestand tussen leven en nieuwe geboorte - welke staat dood genoemd wordt - in symbolische taal vervat. het is een boek, gesloten met de zeven zegels van het stilzwijgen - niet omdat deze kennis aan de niet-ingewijde zou worden onthouden - maar omdat zij zou worden misverstaan en daardoor aanleiding zou kunnen zijn tot misleiding van hen, die niet toegerust om haar te ontvangen, er door zouden worden geschaad.

Maar de tijd is aangebroken het stilzwijgen te verbreken; want het menselijke ras is op een kruispunt gekomen waar het moet beslissen tussen onderworpenheid aan de materie en streven naar verovering van de wereld van de geest.   

 [ů]

 

Het is inderdaad het geestelijke aspect, dat dit boek zo belangrijk maakt voor het merendeel van zijn lezers. Als het B.T. als hoofdzakelijk op folklore berustend zou moeten worden geschouwd, of bestaande uit godsdienstige speculaties over de dood en een hypothetische toestand na de dood, zou het alleen van belang zijn voor antropologen en theologiestudenten.

Maar het B.T. is veel meer. Het is een sleutel tot de meest innerlijke plaatsen van het menselijke bewustzijn, een gids voor inwijdelingen en voor hen die het geestelijke pad van de bevrijding zoeken.

Ofschoon het B.T. tegenwoordig in Tibet wijd en zijd als een brevier wordt gebruikt en gelezen en opgezegd bij een sterfgeval - om welke reden het heel toepasselijk het Tibetaanse Dodenboek wordt genoemd - moet niet uit het oog worden verloren dat het oorspronkelijk was gesteld als gids, niet alleen voor stervenden en doden, maar net zo goed voor de levenden.

Hierdoor is het gerechtvaardigd het Tibetaanse Dodenboek voor een groter publiek toegankelijk te maken.    .

Niettegenstaande de populaire gewoonten en geloofsvormen. die onder de invloed van eeuwenoude tradities van voorboeddhistische oorsprong rond de diepzinnige onthullingen van het B.T. zijn ontstaan, heeft het alleen waarde voor hen die het onderricht gedurende het leven in praktijk brengen en verwezenlijken.

Er zijn twee dingen die misvatting hebben veroorzaakt: het ene, dat het onderricht gericht schijnt te zijn tot de gestorvene of stervende; het andere dat de titel de uitdrukking bevat: bevrijding door horen (tib: thos-grol). met het gevolg dat het geloof heeft postgevat, dat het voldoende is het B.T. in aanwezigheid van de stervende te lezen of op te zeggen - of zelfs van iemand die zojuist gestorven is - om zijn (of haar) bevrijding tot stand te doen komen.

Een dergelijk misverstand kon alleen zijn opgekomen bij hen, die niet weten dat het een van de oudste en meest universele gebruiken is, dat de inwijdeling door de doodservaring heen moet gaan voor hij geestelijk wedergeboren kan worden. Voor hij zijn plaats in het nieuwe (geestelijke) leven waarin hij is ingewijd kan innemen, moet hij symbolisch sterven opzichte van zijn verleden: zijn oude ik.

[ů]

 
 
Mandala van de goden van kennis en de goden van gramschap

 
 
het oordeel
 

In overeenstemming hiermee blijkt een functie van het B.T. eerder te zijn, de achtergeblevenen te helpen zich de juiste houding tegenover de dood en het feit van de dood eigen te maken dan de gestorvene bij te staan, die volgens het boeddhistische geloof niet van zijn karmische pad zal afwijken.

Bij het in toepassing brengen van het bardo-onderricht is het altijd zaak zich het specifieke gegeven op het specifieke ogenblik te herinneren.

Maar om in staat te zijn zich zo te kunnen herinneren moet men zich gedurende het leven geestelijk voorbereiden, moet men die faculteiten scheppen, opbouwen en cultiveren, waarvan men wenst dat ze bij het sterven en in de toestand na de dood van beslissende invloed zullen zijn, opdat men nooit onverhoeds wordt overvallen maar in staat is wanneer het kritieke ogenblik van de dood aanbreekt, spontaan op de juiste wijze te handelen.

Dit wordt duidelijk tot uitdrukking gebracht in de wortelverzen van het B.T. zoals het Tibetaanse Dodenboek die weergeeft:

'O jij dralende,
die niet denkt aan de komst van de dood.
terwijl je je overgeeft aan de nutteloze dingen van dit leven, ben je zorgeloos
door je bij uitstek gunstige gelegenheid te verkwisten.
Als je met lege handen uit dit leven terugkeert,
waarlijk, dan zal je doel verkeerd zijn.
wil je je niet aan de heilige dharma wijden, juist nu'?
omdat de heilige dharma, zoals bekend, is wat je in waarheid nodig hebt.'

Door allen die met de boeddhistische filosofie vertrouwd zijn wordt erkend, dat geboorte en dood in een bepaald mensenleven geen eenmalige verschijnselen zijn; ze vinden voortdurend plaats. Elk ogenblik sterft iets in ons en wordt iets opnieuw geboren.

 Uit het voorwoord van Barend van der Meer

Over het algemeen zijn de mensen bang om te sterven. Deze vrees komt uit onwetendheid voort, ofschoon sterven volkomen natuurlijk is in de wereld waar ons verschijnen een begin heeft en dus ook een einde. Het is een vooroordeel geen kennis te willen nemen van de dood en dit begint tegenwoordig tot velen door te dringen.

De zucht tot leven, in werkelijkheid tot libido, waarmee leven ten onrechte wordt ge´dentificeerd, is in de mens zo enorm overheersend dat hij helemaal niet herinnerd wil worden aan wat daar geen rechtstreeks verband mee houdt. Menigeen komt opgeruimd van een begrafenis met de gedachte: 'mijn beurt is het nog niet.'

Het Bardo Th÷dol is zo belangrijk omdat het ons niet alleen met een eventuele situatie na de dood confronteert, maar tegelijkertijd met het equivalent van die situatie gedurende het leven. Het zet niet alleen tot denken aan, maar vooral tot beleven. Want niemand ontkomt gedurende het lezen aan de ontdekking dat wat als ervaring na de dood wordt beschreven, menigmaal rechtstreeks op zijn dagelijkse doen van toepassing is.

Zonder sterven geen leven. Het niet meer dienende maakt plaats voor het nieuwe. Is het niet noodwendig dat de verandering die in sterven besloten ligt, voortdurend een plaats vindt in onze wijze van leven opdat vernieuwing zich kan voltrekken? wat vergankelijkheid wordt genoemd is de dood gedurende het leven.

Het B.T. beschrijft bet leven na de dood met een pijnlijke en vaak. aangrijpende nauwkeurigheid. Tegelijkertijd herhaalt het voortdurend, dat alle verschijnselen van die toestand vormsels zijn van de eigen verbeelding. Voor degenen die enig psychologisch inzicht hebben en tot objectieve waarneming van de eigen aandoeningen en gedachten bereid zijn, is het in een duidelijke taal geschreven. het toont aan hoe de mens niet alleen is ingehuld in lichamelijke gewaarwordingen maar meer nog in de verduisteringen en verhelderingen van zijn innerlijke wereld, waarin vage of dreigende, soms lieflijke of ontzagwekkende gestalten, beantwoorden aan de vormende krachten van zijn gedachten.

Duidelijk wordt, dat bewustzijn niet beperkt is tot de werking van het brein, het denkvermogen. Dat bewustzijn in essentie is: kracht die uit de geest voortkomt en zich in het wils- , gevoels- en denkvermogen manifesteert. Het kan zich als zwak en als krachtig bewustzijn in de mens voordoen, met alle gradaties. De term 'zwak bewustzijn' is maar gedeeltelijk van toepassing omdat de bepaalde situatie waarin het zich niet kan handhaven, meestal de aanwijzing bevat in welke richting de betrokkene weigert zich bewust te worden. Het voorbeeld van de slager die flauw viel toen zijn zoontje zich in de vinger sneed, is bekend. Maar in andere situaties kan dan weer een geheel afwijkende tegenwoordigheid van geest worden getoond. Hiermee parallel betekent de onderhevigheid aan de confrontatie zoals in het B.T. beschreven, eveneens dat bepaalde gevoelsinhouden tot dat ogenblik onbewust zijn gebleven.

Het beginsel van bewustzijn is licht. De werking van het beginsel is bewustwording. Het kan vergeleken worden met de werking van een projectieapparaat. Wordt de lamp ontstoken dan verschijnt een heldere lege lichtcirkel. Een leeg bewustzijn, een tabula rasa. Wordt in het apparaat een film of dia geschoven dan verschijnt in de lichtcirkel de af-beelding van die voorstelling. Wat de mens daarin waarneemt zal hij meer voor werkelijk houden naarmate die afbeelding in zijn biologische gebondenheid een aangrijpingspunt vindt.

Wanneer ons lichaam werkelijk alleen het omhulsel is van het bewustzijnsbeginsel, en bij de dood als een 'stoffelijk overschot' achterblijft, moet het toch van groot belang zijn zich met de werking van het bewustzijn bezig te houden.

Volgens het B.T. blijft het bewustzijnsprincipe in relatie met wat wij gemeenlijk de ziel noemen, het krachtveld dat in de mens het bewustzijnsprincipe met de lichamelijke wereld verbindt. Er is in deze situatie, die de tussentoestand wordt genoemd, sprake van geheugen (reservoir van denkactiviteit), herinnering (reservoir van levenservaring), wilsvermogen en (niet organische) zintuigen, vele malen helderder dan de lichamelijke. Deze tussentoestand is gekenmerkt door het zichtbaar worden van de voor de betrokkene onzichtbare (= onbewuste) kant van het voorafgaande aardse leven.

Hoe kort is het geleden, dat overeenkomstige voor het aardse leven geldende psychische inzichten, in het westen tot uitdrukking kwamen. En dan te bedenken dat het B.T. rond het jaar 800 voor het eerst werd neergeschreven! Dan is het begrijpelijk dat prof. Jung de psychologie van het B.T. als van een 'ongeŰvenaarde superioriteit' kwalificeert.

 

 

 


wordt vervolgd