Over de wijze lessen in Sprookjes, Sagen en Mythes

 
 

 

 

Doornroosje
Doornroosje sliep.
Naast haar lag een brief:
‘Niet wakker kussen.
Onder geen voorwaarde.
Ook niet na honderd jaar.’
 
Wat zal ik doen? dacht de prins. Zal ik weggaan?
Of zal ik haar kussen en denken dat zij het niet zo bedoelt?
Ik ben zo moe, zo dodelijk vermoeid...
 
Doornroosje gluurde door haar wimpers.
Met de grootst mogelijke moeite haalde ze langzaam
en regelmatig adem.
Ze zag de deur dichtgaan,
hoorde de treden van de trap –
zo moe, zo pijnlijk vermoeid, elke stap –
 
en haar hart werd verscheurd.
Maar hij vergat
Maar hij vergat haar te kussen
en toen hij het kasteel verliet was het stil
achter hem,
de lucht was grijs,
de rozenhagen hoog en stijf,
er scharrelden wat mussen rond,
maar hij had haast, wist niet waarom,
en toen iemand hem staande hield en vroeg
of het al donker was
wist hij ook dat niet
en zei dat het waarschijnlijk nog licht was
en dat hij het zelden mis had
en reed toen door.
Thuisgekomen werd hij bestormd: ‘En?
 Heb je haar gekust?’
 ‘Ach,’ zei hij, ‘dát ben ik vergeten,’ sloeg zich
 voor zijn hoofd.
Maar toen hij terugkwam, spoorslags,
was het kasteel verdwenen, of was er nooit geweest,
en hij kwam niemand tegen, de geur van rozen
was hij kwijt.
Uit : Alleen Liefde - Toon Tellegen


De sprookjesschrijver

Ik ken een man die verhaaltjes verzint
en ‘s-morgens al heel in de vroegte begint.
Hij schrijft over heksen en elfen en feeën
van kwart over zessen tot ‘s middags bij tweeën.

Hij schrijft over prinsen en over prinsessen
van kwart over tweeën tot ‘s-avonds bij zessen.
Dan slaapt hij en ‘s-morgens begint hij weer vroeg.
Hij heeft aan een inktpotje lang niet genoeg.

Hij heeft in zijn tuin dus een vijver vol inkt,
een vijver door donkere struiken omringd,
en altijd, wanneer hij moet denken, die schrijver,
dan doopt hij zijn kroontjespen weer in de vijver.

Hij heeft nu al tienduizend sprookjes verzonnen
en is nu weer pas aan een ander begonnen.
En als hij daar zit tot het eind van zijn leven,
misschien is die vijver dan leeggeschreven.

Annie M.G. Schmidt
 
DE WAARHEID & HET SPROOKJE

De waarheid liep volledig naakt, zoals ze geboren was, over straat. Niemand wilde haar binnen laten. Iedereen die haar tegenkwam sloeg uit angst voor haar op de vlucht. Op een dag liep de waarheid weer in gedachten verzonken over de weg. Zij was erg bedroefd en verbitterd. Toen ontmoette ze het sprookje. En het sprookje droeg schitterende, veelkleurige kleren, die iedereen prachtig vond.

Het sprookje vroeg aan de waarheid: Vertel me, geëerde vriendin, waarom ben je zo neerslachtig en loop je zo bedroefd op straat rond?

De waarheid antwoordde: Het gaat slecht met me. Ik ben oud en bejaard, en niemand wil me kennen.

Daarop antwoordde het sprookje: Het is niet omdat je oud bent, dat de mensen niet van je houden. Ik ben ook erg oud en hoe ouder ik word, hoe meer mensen van me houden. Luister, ik zal je het geheim van de mensen onthullen: ze willen graag dat iedereen mooi is en zich een beetje verkleedt. Ik zal je net zulke kleren lenen als ik zelf draag, en je zult zien dat de mensen dan ook van jou gaan houden.

De waarheid volgde deze raad op en maakte zich mooi met de kleren van het sprookje. Sindsdien trekken de waarheid en het sprookje samen op en de mensen houden van allebei.

(Bron: Joodse vertelling)
 
*****
 
Wie wordt er niet geraakt door sprookjes, zelfs al lang nadat de kinderleeftijd voorbij is gegaan? Zou dat misschien komen omdat sprookjes herinneren aan onze diepste innerlijke kennis over de aard der dingen?
Op de hieronder liggende pagina's wil ik graag wat dieper ingaan op de betekenis van sprookjes, sagen en mythes ......
 
 
 
 
 
Godenwereld